Rotterdam: een kind is geen kavel

Wethouder Judith Bokhove Mobiliteit, Jeugd en Taal van Rotterdam heeft een brief geschreven over de invulling van Jeugdzorg in de gemeente. Dat is naar aanleiding van een hoorzitting over de jeugdzorg, en een gelijknamig rapport van de raad, getiteld “Een kind is geen kavel“.

De wethouder geeft aan een grootschalige transformatie van jeugdzorg onwenselijk te vinden. Specialistische jeugdzorg moet goed geborgd zijn en uithuisplaatsingen moeten worden voorkomen. Overmorgen is er een commissievergadering over de brief en het voorstel en aanstaande 30 januari wordt er een beslissing genomen in een raadsvergadering.

Evaluatie

Dit kwartaal wordt, blijkens de brief, voorbereid hoe om te gaan met de nieuwe inkoop na deze verlenging. Het is mogelijk nog een jaar te verlengen of te starten met de voorbereidingen voor een nieuwe inkoop. Dit laat Rotterdam mede afhangen van een beoordeling van hoe het systeem nu functioneert. Daarom wordt het huidige systeem geëvalueerd. Met name voor de hoogspecialistische, bovenregionale jeugdhulp is de evaluatie van belang.

Dit wordt met aanbieders en gemeenten gedaan. Deze evaluatie wordt nu uitgevoerd en ín april opgeleverd. De uitkomst van deze evaluatie wordt betrokken bij de besluitvorming over verlenging en de voorbereidingen van de nieuwe inkoop in GR verband.

Uit de brief en situaties elders in het land blijkt, dat er specifieke problemen met aanbestedingen eens te meer opdoemen bij de inkoop van Jeugdzorg in Rotterdam. Het gebrek aan retaliatie op basis van past performances, toezicht op de onderaannemer, opschaling naar regionaal,  doelmatig inkopen … we kwamen allemaal wel eens tegen in aanbestedingsland.

Doelstellingen

Jeugdbescherming moet worden verplaatst naar de voorkant, naar voor de verplichte maatregel van de rechter uit, zo stelt de wethouder. Zo moet de jeugd zo veel mogelijk thuis of in een thuisvervangende situatie worden behandeld. De brief is een reactie op een concept raadsvoorstel en een hoorzitting. Het concept raadsvoorstel is te bekijken via: https://rotterdam.raadsinformatie.nl/document/8336628/1/s19bb024495_1_29128_tds

Voor 2018 was de jeugdzorg ook via een aanbesteding ingekocht. Ook dat moest met zulke, resultaatgerichte jeugdhulp-doelstellingen. En dat ging niet fraai. De afdeling jeugddetentie vraagt waar de kinderen onder zijn hoede zijn, of die niet op straat rondhangen. Onderaannemers krijgen geen toestroom van jeugdigen. Hoofdaannemers vinden alles te onduidelijk geregeld. Budgetplafonds werken niet in de praktijk. Kinderen die door de rechter forensische zorg krijgen opgelegd, komen nu volgens het rapport van de begeleidingscommissie, de kinderen niet op de behandelingstafel. En de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd concludeert onomwonden, dat de gemeente onvoldoende regie neemt. Aanbestedingsnieuws is niet vergeten welke wethouder in Rotterdam dat allemaal zo geregeld had, 11 juli 2018.

Targets

Op zich dient het hebben van een doelstelling een goed doel. In het bedrijfsleven kun je harde sales targets mee geven. Met zorg is dat minder zinvol. Je kan wel targetten dat een kind ophoudt met anorexia en depressies te hebben, ze hoeven zich daar niks van aan te trekken en kunnen er ook niet veel aan doen. En die kinderen die door de rechter uit huis zijn geplaatst na een steekpartij, die kunnen er misschien wel wat aan doen, door weer netjes naar school te gaan, maar die doen dat nu eenmaal niet.

Hoewel de opdracht van de raad was, vinger aan de pols te houden, geeft de wethouder in deze brief toch weer targets mee bijvoorbeeld voor wat betreft het voorkomen van uithuisplaatsingen.

Dus als je een zorgverlener – een goede, daar gaan we van uit-  de targets meegeeft, en deze doet er alles aan en de targets geen-anorexia geen-depressies geen-steekpartijen zijn niet gehaald. Wat dan? Dan wil je dus juist dat, als het een goede behandelaar is, dat kind daarbij blijft en behandeld wordt voor de problemen die het heeft. En dat als het een slechte is, dat die nooit meer terugkomt. De begeleidingscommissie van de commissie Zorg Onderwijs Cultuur en Sport (dat is de groep van raadsleden die een hoorzitting hielden, dat verslag “Een kind is geen kavel” schreven en er 15 januari over vergaderen)  geeft aan dat de sector onder grote financiële druk staat.

Volgens de Commissie is er 15% op het budget bezuinigd.  Ook zijn de consequenties van diverse genomen stappen volgens de begeleidingscommissie niet goed doordacht, neemt de gemeente onvoldoende regie en wordt er te lang aangemodderd met kinderen met complexe problemen. De begeleidingscommissie bestaat uit Christine Eskens van het CDA, Tanya Hoogwerf van Leefbaar Rotterdam, Tjalling Vonk, CU/SGP , Natasha Mohamed Hoessein van DENK, Ingrid van Wifferen van D66 en Jaap Rozema van de PvdA.

Regionaal inkopen

Het is de voorkeur van de wethouder om hoog-specialistische jeugdhulp in Rotterdam regionaal verband in te kopen. Daarvoor is de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (dat is dus het regionaal GRJR-verband). Door regionaal in te kopen staat het toezicht van de gemeenteraad verder op afstand.

Dat hoogspecialistische jeugdzorg regionaal wordt ingekocht, wil niet zeggen, dat het dan goed gaat. Zoals we eerder zagen bij de aanbesteding Jeugdzorg Noord-Holland is het voor jeugdzorg aanbieders die eerder vanuit een GGZ werken vrijwel onmogelijk om een aanbesteding te winnen, wanneer die wordt opgesteld volgens een systematiek die erop gericht is juist deze aanbieders uit te sluiten, helemaal als die systematiek ook bedacht is door personen die werkzaam zijn voor ondernemers die dat ook als doel hebben.

In Noord-Holland is een vergelijkbare situatie. Daar was van oudsher een gesloten jeugdzorg- instelling Transferium, die samenwerkte met psychiatrische zorgverlener Parlan. Na een aanbesteding werd het contract met Transferium opgezegd en de samenwerking met een Rotterdamse zorgleverancier aangegaan. Daar bleken na aanvang contractdatum allerlei problemen mee, die van tevoren al geborgd hadden kunnen en ook moeten zijn, onder andere qua huisvesting. Uit raadsvragen bleek, dat er een relatie bestond tussen de beoordelingscommissie van de gemeenten en de zorgleveranciers. Zo ontstond een situatie waarbij een slager zijn eigen vlees keurt.  Die situatie is ook nu nog niet opgehelderd.

Subcontracting

De begeleidingscommissie van de Rotterdamse raad noemt de jeugdzorg aanbieders steevast “aannemers”, ook hoofd- en onderaannemers. Aanbestedingsnieuws vindt het allemaal weer erg opvallend, om niet te zeggen dat we er nog een maagzweer van zouden krijgen. Het is al bizar om jeugdzorgverleners “aannemers te noemen, er is geen sprake van aanneming van werk, zoals de aanleg van een weg of het bouwen van een stadhuishet gaat om het verlenen van zorg, (een specifieke dienst, een zorgdienst).

Maar dat is nog niet het erge. De leveranciersketen is helemaal niet goed geregeld in de Aanbestedingsrichtlijn. De controle op wat eigenlijk foutief vertaald is met  “onderaanneming”, wat slaat op alle contractsvormen en in de Engelse versie van de Aanbestedingsrichtlijn subcontracting is genoemd, die controle is veel te beperkt.

De aanbestedingsrichtlijn geeft de overheid te weinig mogelijkheden om invloed uit te oefenen op de rest van de keten. Het gaat helemaal niet in op derdenwerking, laat staan op stakeholders, in dit geval kinderen, die heel hard zorg nodig hebben. Hoe gaan we garanderen dat de winnende jeugdzorgverlener nu niet in zee gaat met een louche subcontractor c.q. onder”aannemer”? En als die dan onbedoeld bij de louche onderaannemer terecht komt, hoe komen die kinderen dan zo snel mogelijk terug?

Dat in Rotterdam problemen zijn met de aansturing van de zorg-onderaannemers, blijkt wel uit het rapport van de Inspectie van maart 2019. Aanbestedingsnieuws citeert uit het rapport :

De inspectie heeft geconcludeerd dat de gemeente Rotterdam geen eenduidige visie uitdraagt
en vanuit haar opdrachtgeverschap onvoldoende richting geeft aan de hulpverlenende
organisaties in het jeugdhulpnetwerk. De aanbevelingen voor de gemeente Rotterdam als
opdrachtgever van het jeugdhulpnetwerk in Rotterdam is te zorgen voor een betere vertaling
van de Rotterdamse visie naar het operationele veld.

De wethouder erkent dat ook in de brief van 8 januari: “Aanbieders hebben reeds knelpunten bij ons aangegeven. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om het vergemakkelijken van de administratie bij het hoofd- en onderaannemerschap.”

Past Performances

Zoals hopelijk bekend, kan met aanbesteden niet kritisch worden gekeken naar Past Performances. Juist ten aanzien van zorg is dat eigenlijk onbegrijpelijk.  In een artikel in het NRC noemt de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd namelijk het aanbod van Jeugdzorg in Rotterdam eerder dit jaar nog ontoereikend. Dat was in 2019. In 2017 was dat alleen ook al zo. Via de website van de Inspectie zijn meer kritische geluiden terug te vinden, in het bijzonder over een specifieke aanbieder. Het is onbegrijpelijk dat de begeleidingscommissie niet op al deze bevindingen ingaat. Maar die kans ligt er als nog.

Zo is deze specifieke aanbieder,onderzocht naar aanleiding van een melding dat twee medewerkers, waaronder een pedagogische, seksuele relaties zouden zijn aangegaan, op locatie De Vaart. De rapporten gaan er uitgebreid op de situatie bij deze aanbieder in. Saillant, want juist déze precieze aanbieder is recent nieuw toegetreden voor jeugdzorg in andere provincies, waaronder Noord-Holland. Het eindoordeel van de Inspectie over het Rotterdamse incident luidde:

Het eindoordeel van de inspectie luidt dat de Vaart onvoldoende heeft gehandeld om seksuele relaties tussen medewerkers en kwetsbare jongeren in een afhankelijkheidsrelatie te voorkomen. […] Signalen dat de betreffende pedagogisch medewerker niet professioneel omging met afstand en nabijheid zijn niet adequaat en niet effectief opgepakt.

Toezicht onderaannemers

Aanbestedingsnieuws vindt bovenstaande signalen, zo voorafgaand aan een aanbesteding, zorgwekkend, zo niet alarmerend. Aanbestedingen gaan al niet goed. Het ontbreekt aan contract management bij vrijwel elke aanbesteding. Dat is al zo bij bouw en koffie aanbestedingen, maar eens te meer bij aanbestedingen jeugdzorg. En dan is het ook nog eens hommeles met deze bewuste aanbieder. En dan is het ook nog eens zo lastig de zorgverleners op basis van eerdere prestaties te beoordelen.

Terwijl er genoeg eerdere prestaties zijn, om een hard hoofd te hebben in de kwaliteit van specifieke aanbieders. Zie onder meer de raadsvragen van linkse partijen in Castricum en PVDD Alkmaar, naar een specifieke, Rotterdamse aanbieder, waarin een advocaat die penvoerder is voor alle gemeenten, ook advocaat is voor een der zorgleveranciers, waar zo veel klachten over zijn. En om nog maar eens te benadrukken dat Rotterdamse Raadsleden deze link ook echt aanklikken en daadwerkelijk lezen, het gaat dan om dezelfde aanbieder van jeugdzorg als waar de Inspectie al de Rotterdamse incidentmeldingen had: https://alkmaar.partijvoordedieren.nl/vragen/aanvullende-vragen-over-aanbestedingstraject-jeugdzorgplus De aanbieder wint de opdracht met mooie beloftes over jeugdzorg in een thuissituatie, blijkt na gunning niet eens over woonruimte in de provincie te beschikken en wil nu het pand van Transferium overnemen, terwijl het dat type zorg “niet voorstond”, zo vraagt de PVDD Alkmaar scherp.

Om te voorkomen dat hoofdaannemers en onderaannemers langs elkaar werken, moet de “administratie vergemakkelijkt”, zo stellen de raadsleden van de begeleidingscommissie. Maar de vraag is of dat een adequate oplossing gaat bieden aan het probleem. Daartoe verwijzen we opnieuw naar de raadsvragen van de PVDD Alkmaar. Daaruit blijkt dat kinderen door sommige zorgverleners uit de regio worden geplaatst naar een gesloten instelling waarmee gecontracteerd is, buiten de regio. Ook op basis van het Inspectierapport wordt duidelijk dat het niet een kwestie is van langs elkaar werken. Het gaat er eerder om, opzettelijk niet met elkaar te werken.

Overplaatsing

Uit overplaatsing, als gevolg van subcontracting of anderszins, volgen voor het kind heel veel consequenties. De scholing verandert, klasgenootjes raak je kwijt, de toeziend voogd verandert en de nabijheid van de ouders/familie verandert.  Op basis van de nieuwe Jeugdwet, geldig sinds 1 januari 2020, kan een instelling geen kinderen overplaatsen zonder overleg met de gemeente. Eerder was dit anders geregeld.

Uit cijfers van de gemeente Alkmaar blijkt dat door de wisseling van leverancier al 13% overplaatsingen zijn geweest, tegen 2% eerder.  Naar aanleiding van een suïcide als gevolg van een slechte overdracht tussen jeugdzorg en jeugd-GGZ overweegt de inspectie dat zulke overplaatsingen een zeldzaamheid zouden moeten zijn. Anders dan uit berichten van de media klaarblijkelijk het geval is, zou dat volgens de Inspectie in nauw overleg met de ouders en de gemeente moeten gaan.

Overplaatsing van een jongere is zeer ingrijpend en dient alleen in uiterste gevallen te worden ingezet. Instellingen moeten zoveel mogelijk hun aanpak en werkwijze aanpassen aan wat een jongere nodig heeft, in plaats van jongeren over te plaatsen naar een instelling met een ander aanbod. Als overplaatsing echt noodzakelijk is om de ontwikkeling van een jongere weer op gang te brengen, dan moeten ouders en jongeren mee beslissen over deze stap en intensief betrokken worden.

Gemeenten hebben dan ook nog steeds vragen over de kinderen uit hun gemeenten die zijn overgeplaatst. Het gaat dan om jongeren die in 2019 in Harreveld zijn terechtgekomen na doorverwijzing door Horizon.
De PVDD Alkmaar wil weten of het klopt dat jeugdzorginstellingen jongeren op eigen inzicht overplaatsen:

Als dit klopt dan zou het totaal aan buiten de regio geplaatste jongeren in totaal op 7 komen.

  1. Klopt dit aantal of zijn het er inmiddels nog meer?
  2. Is het de normale gang van zaken in Antonius dat jongeren met ernstige psychiatrische problematiek steevast naar Harreveld overgeplaatst worden zonder dat er vooraf een kinder- en jeugdpsychiater geconsulteerd wordt en zonder dat er überhaupt een kinderrechter in dit besluit betrokken wordt?

Dat is dan niet het enige. De PVDD Alkmaar geeft ook aan door een van de bestuurders geïntimideerd te zijn en daar niet van te zijn gediend. De PVDD vindt het een grens voorbij.

Als gemeenteraadslid heb je naast een kaderstellende ook een controlerende rol. Die voeren wij naar eer en geweten uit, en als wij daarvoor bepaalde vragen willen stellen, dan doen we dat. Dat een bestuurder van een organisatie uit de private sector het nodig vindt om zich te bemoeien met het werk van een wettig gekozen volksvertegenwoordiger en daar invloed op probeert uit te oefenen omdat de vragen hem niet aan staan, geeft geen pas in een democratisch bestel. Wij zijn niet van plan om ons hierdoor te laten intimideren, maar bent u het ook niet met ons eens dat de bestuurder van Horizon hier een grens over gaat?

Teveel gunnen

Terug naar Rotterdam. In Rotterdam is de aanbesteding al in 2018 niet meer gegund aan Horizon. Die is toen terechtgekomen bij 1 wijkteams (eerstelijnshulp) en 2 JBRR (jeugdbescherming Rotterdam) en Enver. Enver is een fusie van meerdere jeugdorganisaties, waaronder Trivium en verwijst ook weer door, naar Parnassia dan wel naar Horizon.

JBRR en Enver verschillen volgens de inspectie  regelmatig van mening bij de inschatting of de thuissituatie of een netwerkplaats veilig (genoeg) is of dat opvang in de crisisopvang noodzakelijk is. Waar JBRR veiligheid boven alles stelt, vanuit hun rol en opdracht als jeugdbeschermer, vindt Enver het belangrijk dat een jeugdige zoveel mogelijk thuis of bij iemand uit het netwerk verblijft. De concrete onderlinge afstemming in taken is erg vaag, zo vindt Aanbestedingsnieuws. Beiden blijken te worden ingezet voor de veiligheid en in crisissituaties maar verwijzen crisissituaties ook weer door.

Onduidelijkheid over de regievoering tussen JBRR en Enver heeft volgens de Inspectie

“net als het visieverschil een nadelige invloed op de wijze waarop de acute onveiligheid wordt weggenomen. Het staat in de weg om gericht en snel tot een eenduidig plan en daarmee een helder perspectief voor het gezin te komen. De inspectie constateert ook hier dat in de samenwerking tussen JBRR en Enver het belang van de jeugdige dan onvoldoende centraal staat.”

De Aanbestedingswet regelt hier aanvullend niets over. Als je 2 kapiteinen op een schip inkoopt, dan mag je dat gewoon doen, als overheid. Hoe je dat in de praktijk gaat doen, is een heel andere vraag. Het probleem is goed op te lossen met een adequaat leveranciersbeleid, waarbij je de afstemming wel heel duidelijk regelt.

Vragen

Wie het bovenstaande goed in de oren heeft geknoopt, ziet ook de donkere wolken die zich samenpakken boven de horizon.  Aanbestedingsnieuws heeft vragen genoeg.
Kan een aanbieder waar de inspectie eerder zo kritisch over is geweest, desondanks gewoon meedingen naar een nieuwe aanbesteding? Wordt er gelet op de maatregelen die deze instelling nadien genomen heeft? Even in herinnering roepend, vanzelfsprekend is dat allemaal niet. Denk maar aan Samen12 in Twente
Hoe wordt de beoordelingscommissie van de aanbesteding samengesteld. Wat gebeurt er als kinderen door een eventuele instelling buiten de regio of zelfs buiten de provincie worden geplaatst? Wat is dan hun woonplaats? Hoe is dan het toezicht geborgd? Hoe is dan de financiering geborgd?
Hoe wordt de veiligheid van zowel medewerkers als onder bescherming geplaatste jeugd geborgd in het programma van eisen? Wordt dat ook gemonitord? Wie is betrokken bij de opstelling van de inkoopeisen en is die persoon ook betrokken bij een der leveranciers, zoals in Alkmaar? Gelden voor nieuwe leveranciers strenge eisen ter garantie van het handhaven van hetzelfde zorgniveau? Hoe wordt voorkomen dat de medewerkers van de aanbieder “relaties” aanknopen met de stakeholders! Wat gebeurt er met kinderen die in een bovenregionale zorginstelling worden geplaatst? Hoe is het toezicht dan geregeld? Kunnen leveranciers waarover de Inspectie eerder kritisch was, bij voorbaat worden uitgesloten? Vindt de wethouder dat dat zou moeten kunnen? Wat gaat de wethouder doen om te voorkomen dat er door de Inspectie nogmaals kritisch over de jeugdzorg in Rotterdam wordt geoordeeld?

We gaan dus de raadsvergadering nauwgezet volgen, aanstaande Woensdag.

We hopen dat de Rotterdamse raad niet alleen een vinger maar toch minimaal een hele hand aan de pols houdt. We mogen best verwachten dat de leveranciers/zorgverleners/aannemers/onderaannemers die zich niet houden aan de meest basale prestatie-eisen, gewoon niet meer terugkeren. Dat kan op zich prima met inkoop. Maar kan dat ook met aanbestedingen?

 

©ZaZ 2019

Zie ook:

Rechter laat gunning Horizon Jeugdzorg Noord Holland toe

Horizon zoekt huisvesting in gebied gewonnen aanbesteding

Aanbesteding jeugdzorg in Noord-Holland blijft gemoederen bezig houden.

Aanbesteding Jeugdzorgplus NH inderdaad vooringenomen

Links Noord-Holland wil stoppen met aanbesteding jeugdzorg

Overstappen van jeugdzorg leverancier: leuren met kind

Politiek stelt opnieuw vragen aanbesteding jeugdzorg

Onderwijs ‘aan te raden’ in jeugdzorg aanbestedingen

 

 

Specifiek Rotterdamse informatie over de inkoop van jeugdzorg:

Laatst geupdate op:

redactie Auteur

Geef een reactie