Rechter laat gunning Horizon Jeugdzorg Noord Holland toe

In een kort geding dat vandaag gepubliceerd is op rechtspraak.nl, heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Holland de gunning aan van de 18 samenwerkende Noord-Hollandse gemeenten aan de Rotterdamse jeugdzorg Horizon, goedgekeurd. De uitspraak gaat met name over de huisvesting van de onder zware zorg staande jongeren.

De rechter begint het vonnis met de vaststelling dat het belang van de jeugdzorg niet in het geding is. “Uitgangspunt is dat het belang van die jongeren bij passende zorg bijzonder zwaar weegt en dat de kwaliteit en continuïteit van de zorg aan hen gewaarborgd dient te zijn. Alle partijen lijken het daarover eens te zijn.”

©Splitshire 2014, Bron Pixabay

De vraag of de Gemeenten het belang van de jongeren het beste dienen door deze jeugdzorg onderwerp van aanbesteding te maken, en of zij daartoe verplicht zijn, is in dit kort geding niet aan de orde. Niet in geschil is dat de Gemeenten de bevoegdheid hebben om via deze weg de gesloten jeugdzorg in te kopen. Als aldus een aanbesteding plaats vindt, bestaat de mogelijkheid dat een andere aanbieder dan de huidige als winnaar uit de bus zal komen. Dit kan tot gevolg hebben dat bestaande samenwerkingsverbanden, infrastructuur en opvangsituaties worden gewijzigd, ook als deze naar behoren, of wellicht zelfs heel goed, functioneren.

Bij waar het dan wel om gaat, of de gunning aan de Rotterdamse zorgverlener in strijd is met Jeugd- of Aanbestedingswet, weegt het algemeen belang van de aard van de zaak weegt mee

De vraag die in dit kort geding voorligt is of de Gemeenten met hun gunningsvoornemen, waarbij de gesloten jeugdzorg in de betrokken regio vanaf 1 januari 2019 tot (minimaal) 1 januari 2021 zal worden gegund aan Horizon en niet aan Parlan, in strijd handelen met het aanbestedingsrecht en/of met de Jeugdwet en/of met het EVRM. Uit de aard der zaak kunnen de belangen van de jongeren aan wie de zorg dient te worden geboden, daarbij niet uit het oog worden verloren.

Ten aanzien van het verwijt van verliezend (huidig zorgverlener) Parlan dat de gemeenten een zelfverzonnen procedure hebben gecreëerd, stelt de rechter dat daarover te laat in de procedure is geklaagd. (4.4) Dat de beoordelingscommissie niet kundig en objectief is, vindt de rechter niet bewezen. (4.6) Of sprake is van strijd met een van de algemene beginselen van het aanbestedingsrecht, heeft Parlan niet genoeg argumenten voorgedragen (4.8)

Het enkele feit dat de jongeren eventueel niet in Noord/Holland worden gehuisvest, is volgens de rechter nog niet op zichzelf in strijd met de Jeugdwet. De inkoper stelt dat het doel is van de jeugdzorg om alleen ernstige gevallen op te vangen. Daarmee kan Horizon volstaan met het zoeken naar slechts 25 ‘a 30 plaatsen, verdeeld over 2 locaties.

Verder streven de Gemeenten ernaar dat de jongeren die nu in Transferium verblijven hun traject daar kunnen afmaken. De Gemeenten zijn voornemens daarover goede afspraken te maken met Parlan en met Horizon, zodat de continuïteit van de zorg voor deze jongeren niet in gevaar komt. De Gemeenten hebben (vertegenwoordigers van) de jongeren uitgenodigd om met hen in gesprek te gaan en deze uitnodiging staat nog.

Bron: Rb Amsterdam, 5 december 2018, C/13/656706 / KG ZA 18-1185, en C/13/657050 / KG 18-1218 MvdV/MB , ECLI:NL:RBAMS:2018:8609

Zie verder de uitspraak:

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:8609

4.9.Een laatste, belangrijk, punt op grond waarvan de opdracht volgens Parlan niet aan Horizon mag worden gegund, is dat de Gemeenten daarmee niet zouden kunnen voldoen aan artikel 2.6 van de Jeugdwet, waarin is bepaald dat zij dienen te zorgen voor een ‘kwalitatief en kwantitatief toereikend aanbod’. Daarin zullen zij volgens Parlan niet slagen, met name niet omdat jongeren na de aanbesteding niet meer in de regio terecht zouden kunnen voor de gesloten jeugdzorg. Horizon heeft immers alleen vestigingen in Rotterdam, Harreveld, Oostvoorne, Alphen aan den Rijn en Den Haag. Daardoor zouden de netwerken (ouders en andere betrokkenen) uit het zicht raken en zouden de jongeren verplaatst moeten worden op verre afstand van hun vertrouwde omgeving. Dat zou ook in strijd zijn met hun recht op family life en hun recht op veiligheid. Parlan heeft er in dat verband de nadruk op gelegd dat de vereiste zorg voor deze specifieke groep jongeren alleen verleend zou kunnen worden in een setting als die van Transferium en niet in kleinschaliger voorzieningen die Horizon op het oog heeft.

4.10.

De Gemeenten hebben daar het volgende tegenin gebracht. Het beleid van de Gemeenten en van de Rijksoverheid is erop gericht dat in 2030 geen enkele jongere meer in de gesloten jeugdzorg verblijft, zoals in deze procedure ook bekend is gemaakt. Het is de bedoeling dat daarop vooruitlopend kleinschaliger voorzieningen worden geopend. Horizon zal in de regio op twee nieuwe locaties opvang bieden voor 25 à 30 jongeren. Het aantal plaatsen op deze locaties is voldoende om aan de huidige vraag tegemoet te komen, terwijl het streven dus is gericht op minder. Het is in ieder geval niet zo dat de jongeren die intensieve (thans gesloten) jeugdzorg behoeven ver van hun woonplaats terecht zullen komen. Dat zal alleen bij hoge uitzondering zo zijn, wat nu ook het geval is. Verder streven de Gemeenten ernaar dat de jongeren die nu in Transferium verblijven hun traject daar kunnen afmaken. De Gemeenten zijn voornemens daarover goede afspraken te maken met Parlan en met Horizon, zodat de continuïteit van de zorg voor deze jongeren niet in gevaar komt. De Gemeenten hebben (vertegenwoordigers van) de jongeren uitgenodigd om met hen in gesprek te gaan en deze uitnodiging staat nog.

In het licht van deze toelichting en de herhaalde mededeling dat de nu bij Transferium geplaatste jongeren in principe daar hun traject zullen kunnen afmaken, kan niet worden aangenomen dat de Gemeenten door de gunning aan Horizon niet voldoende hebben onderzocht dat zij zullen kunnen voldoen aan artikel 2.6 van de Jeugdwet, of dat anderszins bepalingen van die wet en/of de van het EVRM in het gedrang komen. Ook hebben de Gemeenten voorshands voldoende gewaarborgd dat de Jeugdzorgplus in de regio zal blijven plaatsvinden en niet zoals Parlan in haar pleidooi heeft verondersteld ‘honderden kilometers verderop’. Daar komt nog bij dat Parlan niet heeft weersproken dat zij zelf ook met kleinschaliger locaties heeft ingeschreven.

Tegen voornoemde achtergrond levert de enkele omstandigheid dat de huidige locaties van Horizon zich niet in Noord Holland bevinden geen strijd op met de Jeugdwet.

Het gaat daarbij om de volgende gemeenten±

de publiekrechtelijke rechtspersonen

1. GEMEENTE DRECHTERLAND,

zetelend te Hoogkarspel,

2. GEMEENTE ENKHUIZEN,

zetelend te Enkhuizen,

3. GEMEENTE HOORN,

zetelend te Hoorn,

4. GEMEENTE KOGGENLAND,

zetelend te De Goorn,

5. GEMEENTE MEDEMBLIK,

zetelend te Wognum,

6. GEMEENTE OPMEER,

zetelend te Opmeer,

7. GEMEENTE STEDE BROEC,

zetelend te Bovenkarspel,

8. GEMEENTE DEN HELDER,

zetelend te Den Helder,

9. GEMEENTE HOLLANDS KROON,

zetelend te Anna Paulowna,

10. GEMEENTE SCHAGEN,

zetelend te Schagen,

11. GEMEENTE TEXEL,

zetelend te Den Burg,

12. GEMEENTE HEERHUGOWAARD,

zetelend te Heerhugowaard,

13. GEMEENTE ALKMAAR,

zetelend te Alkmaar,

14. GEMEENTE LANGEDIJK,

zetelend te Zuid-Scharwoude,

15. GEMEENTE BERGEN,

zetelend te Alkmaar,

16. GEMEENTE CASTRICUM,

zetelend te Castricum,

17. GEMEENTE UITGEEST,

zetelend te Uitgeest,

18. GEMEENTE HEILOO,

redactie Auteur

Comments

    S. Ploeg

    (december 6, 2018 - 2:18 pm)

    Het valt me nu pas op dat de gemeente aangeeft
    :-voor een belangrijk deel nog te rekenen op huisvesting bij transferium
    -aangeeft dat daar geen afspraken over zijn gemaakt met transferium.
    -wel kenbaar maakt dat het van plan is weg te gaan.

    Vreemde manier van onderhandelen dus. Opzeggen om vervolgens toch nog half aan te blijven en ervan hit te gaan dat dat wel kan, zonder contract. En daar kom je dan pas mee ter zitting.
    Wat is dit voor vechtscheiding?

Geef een reactie