De Jonge: zorgfraudeurs niet zomaar kans op nieuwe aanbesteding

In antwoord op kamervragen van PvdA-kamerlid John Kerstens, laat Minister de Jonge (Zorg) weten dat frauderende zorgaanbieders niet zomaar een nieuw contract krijgen. Dat is naar aanleiding van berichten in Tubantia en Skipr, over het vrij eenvoudig ontlopen van de controle door een vals kruisje te plaatsen op het UEA Uniforme Europese Aanbestedingsdocument).

Dat is een beetje flauw want de eigen verklaring is van meet af aan eerder bedoeld als een belofte en niet als een (in casu. zorg)inspectie-instrument. Het is bedoeld door de wetgever om de lasten te verlichten van inschrijvers die zo niet iedere keer opnieuw volledig bewijsmateriaal bij inschrijving hoeven te verstrekken. Het probleem is echter aanzienlijk groter, zie ook het  eerdere bericht op Aanbestedingsnieuws over de zorgfraude in Twente, waarbij de aanbieders uit 2015 dezelfde opdracht in 2016 nog eens toebedeeld krijgen ongeacht de volledig veranderde situatie van de zorginstelling.

De quasi inhouse weldoenerij is niet de enige risicofactor voor dubieuze zorgondernemingen. Besluiten dat alle raamovereenkomsten voor 2016 standaard verlengd worden, helpt natuurlijk ook niet mee.

Minister de Jonge zegt daarover:

” Fraude in de zorg is kwalijk. Het dupeert patiënten, verzekerden en de belastingbetaler en zet de solidariteit en betaalbaarheid van het stelsel onder druk. Zoals uit de voorbeelden in de aangehaalde krantenartikelen blijkt, speelt fraude in de zorg zich niet in één domein of in één gebied af. Gemeenten en andere partijen die zorg contracteren, zijn in de praktijk vaak niet op de hoogte van ervaringen van andere partijen met een frauduleuze zorgaanbieder”

Aanbestedingsnieuws vat het even samen. Hoe gaat dat tegengaan dan: Dat is met het wetsvoorstel Bevorderen samenwerkeing en rechtmatige zorg (Wsbr)  wat moet leiden tot een waarschuwingsregister voor frauduleuze zorgaanbieders. Toezichthouders, opsporingsdiensten, zorgverzekeraars en gemeenten moeten signalen over fraude beter gaan uitwisselen zodat partijen vanuit hun eigen rol fraude beter kunnen opsporen. Dat moet via het Informatieknooppunt Zorgfraude IKZ en moet begin 2020 naar de kamer worden gezonden.

Nu is in het geval van de geconstateerde zorgfraude in Almelo de bewuste, frauderende aanbieder, nadat die tegen de lamp was gelopen, nog verder gegaan met andere gemeenten, die zich niet bewust waren van de ontwikkelingen in een andere gemeente. Zo stapte Almelo met Hof van Twente uit het inkoopsamenwerkingsverband maar kon niet vermelden aan de andere gemeenten dat de zorgfraude was opgemerkt, daarbij wijzend op Europese Regelgeving.

Daarover zegt De Jonge in het antwoord:

” Gemeenten zijn individueel verantwoordelijk voor de inkoop en aanbesteden van jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning in het sociaal domein en kunnen daarbij eigen eisen stellen. Voor specialistische jeugdhulp wordt er bijna overal regionaal aanbesteed, ook in de regio Twente. Voor andere vormen van jeugdhulp en ondersteuning maken gemeenten veelal eigen keuzes bij de aanbesteding. Ik vind het van belang dat gemeenten van elkaar leren bij het proces van inkoop en aanbesteden in het sociaal domein, mede om fraude met zorg zoveel mogelijk te voorkomen. Dat stimuleer ik ook.”

Fragment website VNG ©VNG 2017

Dat stimuleert het Ministerie van VWS. Maar dat mag dus niet zomaar van Europa. Uitsluiten op basis van Past Performances. Dan moet er al een veroordeling aan ten grondslag liggen. En volgens het Assitur-arrest is het in strijd met het evenredigheidsbeginsel om een onderneming categorisch uit te sluiten. Kwaliteitscontroles moeten dus wel van de inspectie komen. Hoe zit het daar mee?

“Gemeenten hebben direct na de decentralisaties veelal dezelfde aanbieders gecontracteerd die voorheen jeugdhulp en ondersteuning aan hun cliënten boden. Inmiddels sluiten steeds meer gemeenten nieuwe contracten af met aanbieders waarbij zij ook kritisch kijken naar de kwaliteit van het aanbod. Hierbij wordt ook gekeken naar mogelijke fraude bij aanbieders. Onlangs was ik op werkbezoek in Twente en heb ik gesproken met enkele sociaal rechercheurs die in de regio zijn aangesteld om zorgfraude te voorkomen.  “

Verder wijst De Jonge op de toolbox zorgfraude die nu door de 12 Twentse gemeenten is ontwikkeld, om shopgedrag te voorkomen. Dat schijnt de redactie van Aanbestedingsnieuws toe als een soort prestatiemeting maar dan voor jeugdzorg. Moeten alle gemeenten dan dat niet doen? Oh nee eigen verantwoordelijkheid.. Zicht op de totale omvang van zorgfraude in Nederland is er nog niet.

In antwoord op de vraag of het nu een effectieve werkwijze is dat eerst wordt gecontroleerd op kwaliteit pas na gunning, zegt de Minister:

“Ik zou het zeer toejuichen als gemeenten controleren voordat een contract wordt gegund om ‘ rotte appels’  in een zo vroeg mogelijk stadioum te weren. Of dat mogelijk is, is afhankelijk van de wijze van contracteren door gemeenten. Bij de Twentse gemeenten, die werken met het open-housemodel bij de contractering, krijgen in de periode tussen inschrijving en gunning zorgaanbieders op basis van risico indicatoren een kleur (rood/oranje/groen) . Na de ingangsdatum van het contract, vindt er bij de rode zorgaanbieders een grondig onderzoek plaats. De reden waarom dit pas na de ingangsdatum van het contract plaatsvindt, is omdat een zorgaanbieder op dat moment aan de strenge eisen uit de contracten moet voldoen. De strenge eisen zien op zowel de kwaliteit van de zorgverlening, als de rechtmatigheid van de zorg.

Wie ongemakkelijk begint aan zijn of haar baard te plukken of dit nu toch wel zo’ n goed idee was, al die stelselwijzigingen, voor het eerst en met alle gemeenten tegelijk zorg aanbesteden om dat commerciëel in te kopen, die kan zich nu nog wat ongemakkelijker voelen nu weer eens blijkt dat De Jonge ook voor de nieuw ontstane problemen de handen wast in onschuld. Het is de verantwoordelijkheid van de gemeenten. Hij is alleen ondersteunend. Hoe ondersteunend? Nou, de VNG heeft al sinds 2015 een ondersteuningsprogramma.

Jah. Dat was dat ondersteuningsprogramma dat een jaar na 2015 tot de conclusie kwam dat rechtmatig aanbesteden van jeugdzorg niet mogelijk was. Dat er geen nadelen zaten aan open house is daarmee natuurlijk nooit gezegd.

 

7.

Staat u nog achter uw conclusie dat u er vertrouwen in heeft dat gemeenten de verantwoordelijkheid nemen om onverantwoorde risico’s te voorkomen bij de selectie van aanbieders? Zou u kunnen omschrijven welke risico’s in uw ogen ‘verantwoord’ zijn? Vallen de in de artikelen genoemde situaties, waarmee heel veel voor de zorg bestemd publiek geld niet aan zorg is besteed, wat u betreft onder ‘verantwoord’? 3)

7

Ik heb aangegeven dat gemeenten risico’s bij de contractering van aanbieders zoveel mogelijk moeten uitsluiten. Gemeenten zijn op basis van de Wmo 2015 zelf verantwoordelijk om bij de contractering van een aanbieder te beoordelen of deze voldoet aan de (door de Raad) gestelde kwaliteitseisen. Dit vraagt van gemeenten goed opdrachtgeverschap in de vorm van contractbeheer inclusief een beoordeling van de rechtmatigheid en doelmatigheid van de uitgaven. Dit is de verantwoordelijkheid van de gemeenten. Ik stimuleer en ondersteun hen daar wel bij.

8.

Nu u niet bereid bent bijvoorbeeld aanbieders in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) onder het wetsvoorstel Wet Toetreding Zorgaanbieders te laten vallen, hoe gaat u er dan voor zorgen dat de aanpak van fraude effectiever wordt? Gaat u daarbij ook uit van het principe dat een serieuze controle vooraf noodzakelijk is? Gaat u daarbij zorgdragen voor meer uniformiteit in die aanpak door gemeenten? 3)

8

Het wetsvoorstel Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) is gericht op een verbetering van het toezicht van de IGJ op nieuwe zorgaanbieders en het bevorderen van de bewustwording van nieuwe aanbieders van de landelijke kwaliteitseisen waar zij aan moeten voldoen. Een meldplicht voor nieuwe aanbieders van ondersteuning in de Wmo ligt niet voor de hand, omdat de IGJ hierop geen toezicht houdt en in de Wmo 2015 geen landelijke kwaliteitseisen gelden. Ik vind het belangrijk dat gemeenten aanbieders controleren. De toolbox zorgfraude van de 12 Twentse gemeenten is een van de methoden om hier uitvoering aan te geven.

De Twentse gemeenten controleren zorgaanbieders in de periode tussen inschrijving en gunning. Na de ingangsdatum van het contract, vindt er bij de rode zorgaanbieders een grondig onderzoek plaats. De reden waarom dit pas na de ingangsdatum van het contract plaatsvindt, is omdat een zorgaanbieder op dat moment aan de strenge eisen uit de contracten hoeft te voldoen. Een serieuze controle bij toekenning en tijdens de uitvoering van de zorg is noodzakelijk. Om gemeenten hierbij te ondersteunen voert de VNG sinds september 2015 – op verzoek van- en met subsidie vanuit het ministerie van VWS een ondersteuningsprogramma ten behoeve van gemeenten uit. De doelstelling van dit programma is: Het faciliteren van kennisopbouw door gemeenten vanuit de VNG op het gebied van fraudepreventie, controle en handhaving bij de uitvoering van de Jeugdwet en de Wmo 2015. Een van de actiepunten voor 2019 is dat bewezen goede aanpakken (best practises) van gemeenten – meer dan tot nu toe – dienen te leiden tot een meer landelijke aanpak.

Houvast is dus:

Het VNG ondersteuningsprogramma
De toolbox zorgfraude Twentse gemeenten
Wetsvoorstel waarschuwingsregister (WSBR) 2020 naar de kamer

En verder is het eigen verantwoordelijkheid van gemeenten.

Zie ook:

https://www.tubantia.nl/regio/waarom-foute-zorgondernemers-door-de-aanbesteding-van-twentse-gemeentenkomen~a7e7809d/

https://www.skipr.nl/actueel/id38322-foute-zorgondernemers-weten-waar-ze-kruisje-moeten-zetten.html

Aanhangsel van de Handelingen II, 2018/2019, 2474.

Aanhangsel Handelingen II 2018/19, 2019Z09053

 

 

 

Laatst geupdate op:

redactie Auteur

Geef een reactie