Juristen hoef je van het EU Hof niet aan te besteden

Dat is tenminste de conclusie die Europa Decentraal trekt uit een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 6 juni 2019, C‑264/18. Heel vergezocht is die conclusie niet en ook niet echt vergaand, als je kijkt wat er nog meer te concluderen valt. Enkele advocaten eisten dat een uitzonderingsbepaling voor juridische adviesdiensten naar de Belgische Aanbestedingswet, nietig zouden worden verklaard. Door die uitzondering hoeven juristen niet aan te besteden. De advocaten hebben bakzeil gehaald in de genoemde uitspraak.

De zaak kwam voor het HvJEU na een vraag van de verwijzende rechter, het Belgische Grondwettelijk Hof. Die vroeg:
„Is artikel 10, [onder c) en onder d), i), ii) en v)], van […] richtlijn [2014/24] verenigbaar met het gelijkheidsbeginsel, al dan niet in samenhang gelezen met het subsidiariteitsbeginsel en met de artikelen 49 en 56 [VWEU], doordat de daarin vermelde diensten worden uitgesloten van de toepassing van de plaatsingsregels in de voormelde richtlijn die nochtans de volle mededinging en het vrije verkeer waarborgen bij de aanschaf van diensten door de overheid?”
Het hof toetst de voorkeursbehandeling voor juridische adviesdiensten op basis van art. 10 c, d Aanbestedingsrichtlijn overeind blijven kan. De crux zit hem daarbij apart genoeg in de wederkerigheid van de overeenkomst waarbij de adviseur benoemd wordt.
De analyse is interessant in het kader van Nederlands contractenrecht; want de wederkerigheid van een overeenkomst is dus een noodzakelijke voorwaarde voor de totstandkoming van een overeenkomst. Dat is precies wat niet gaat met een aanbesteding, bevestigt het Hof van Justitie. Maar als dat zo is, hoe is het dan mogelijk om een contract te sluiten naar Nederlands recht onder een aanbestedingsregime ?
31      Wat in de eerste plaats de in artikel 10, onder c), van richtlijn 2014/24 bedoelde arbitrage- en bemiddelingsdiensten betreft, staat in overweging 24 van deze richtlijn dat arbitrage- en bemiddelingsdiensten en andere vormen van alternatieve geschillenbeslechting worden verleend door instanties of personen die geselecteerd worden op een wijze die niet door aanbestedingsvoorschriften kan worden geregeld.

32      De arbiters en bemiddelaars moeten namelijk steeds door alle partijen in een geschil worden aanvaard en worden door die partijen in onderlinge overeenstemming aangewezen. Een openbare instantie die een procedure voor het plaatsen van overheidsopdrachten ter zake van een arbitrage- of bemiddelingsdienst uitschrijft, kan dus niet degene aan wie die opdracht is gegund als gemeenschappelijke arbiter of bemiddelaar aan de andere partij opdringen.

33      Gelet op hun objectieve kenmerken zijn de arbitrage- en bemiddelingsdiensten als bedoeld in artikel 10, onder c), dus niet vergelijkbaar met de andere diensten die binnen de werkingssfeer van richtlijn 2014/24 vallen. Hieruit volgt dat de Uniewetgever in het kader van zijn beoordelingsbevoegdheid de in artikel 10, onder c), van richtlijn 2014/24 genoemde diensten buiten de werkingssfeer van deze richtlijn kon laten zonder afbreuk te doen aan het beginsel van gelijke behandeling

 

Update:

Zie ook:

Weekendspecial: Reciprociteit maakt een kristallen bol waardeloos

Weekendspecial: Een kristallen bol is geen oplossing voor aanbesteden

3A3: Aanbestedingsregels intrinsiek onuitvoerbaar

Weekendspecial: Wat je wil

Aanbestedingskarma: Europese Commissie houdt aanbesteding vertaalwerk

http://www.aanbestedingsnieuws.nl/inbreukprocedure-nederland-om-defensie-aanbesteding/  (van tafel ermee)

Weekendspecial: aanbestedingsbeginselen en de onzichtbare hand

Aanbesteden omdat het moet: Hispohal Hilvarenbeek

Links Noord-Holland wil stoppen met aanbesteding jeugdzorg

Weekendspecial: Waarheid en Zwaartekracht

Spoedklus dus Belgische justitie wil niet meer aanbesteden

Stolwijk: Aanbestedingswet maar helemaal afschaffen

Je kan niet eerlijk kiezen: 13 redenen waarom Aanbestedingsrecht nooit gaat werken

Laatst geupdate op:

redactie Auteur

Geef een reactie