Hoe Levvel wint op prijs: beknibbelen op de onderaannemer – Aanbestedingsnieuws

Hoe Levvel wint op prijs: beknibbelen op de onderaannemer

Laatst geupdate op juli 19, 2018 door redactie

Er is een uitspraak gepubliceerd over een geschil met de onderaannemers en Levvel, het consortium van BAM en Van Oord, dat de order voor de Afsluitdijk won. Daaruit blijkt hoe het voor Levvel mogelijk was om zo goedkoop in te schrijven voor het project Afsluitdijk. Het prijsverschil blijkt hoofdzakelijk afgewenteld op de onderaannemer Bosch Rexroth uit Boxtel. Aanbestedingsnieuws/3a3 Consultancy concludeert, dat dit niet of niet alleen uit de wil van partijen volgt, maar blijkt een noodzakelijk gevolg te zijn van een tenderprocedure, die hoofdaannemers afrekent op de prestaties van de onderaannemer, via een best and final offer.

Eerder publiceerde de Cobouw de gegevens van de enige andere inschrijver: Volker Wessels. Die had ingeschreven tegen een bedrag van 800 miljoen, 200 miljoen boven de plafondprijs van 630 miljoen, maar wist door een fictieve aftrek (verkregen door de kwaliteitsscore) 338 miljoen aftrek binnen te halen. VolkerWessels scoorde dan ook bijna maximaal op de kwaliteit van het ontwerp. Toch haalde dat ontwerp het niet, want Levvel schreef in met een aanzienlijk goedkoper ontwerp. Volker Wessels noemde het op 16 maart 2018 in Dagblad Cobouw een “prijskanon”. Dat blad concludeert: “De combinatie schreef dus in voor bijna 800 miljoen euro, maar kwam op papier toch slechts 10 miljoen euro uit boven de beoogde winnaar die voor 549 miljoen euro inschreef.”

Het zit zo’n €10 miljoen onder de prijs. Waar haalt Levvel dat geld dan vandaan? Nou, dat blijkt nu, uit de uitspraak, waarin de onderaannemer met Levvel ruziet over de rekening. Toevallig -maar waarschijnlijk niet- gaat het nu net om een bedrag van rond de €10 miljoen. Onderaannemer Bosch Rexroth, onderdeel van het gelijknamige Duitse bedrijf, (in de uitspraak BR genoemd) moet ontwerpen, berekenen,tekenen, fabriceren, testen en opleveren van:

  • – de aandrijvingen voor de bestaande spuikanalen bij Den Oever en Kornwerderzand;
  • – de aandrijvingen voor de nieuwe spuikanalen bij Den Oever;
  • – de aandrijvingen voor de nieuwe pompkanalen bij Den Oever;
  • – de aandrijvingen voor de keersluis bij Den Oever;
  • – de aandrijvingen voor de vismigratie-rivier bij Den Oever;
  • – de nivelleerschuiven en regelschuifcilinders voor de keersluis bij Kornwerderzand.

Tijdsdruk

Op 28 november 2017 doet BR daar een eerste prijsopgave van: € 38.218.054,–, Levvel vindt dat erg hoog en BR zakt daarop in prijs naar €37.318.461,

Ter herinnering even een staatje van de inschrijfdeadline.Dat hadden we al eens eerder gepubliceerd. We plakken het hiernaast. Dat maakt inzichtelijk hoeveel (c.q. hoe weinig) BR in de melk te brokkelen heeft over de prijs van zijn project. Voor ruim 10 miljoen minder: slikken of stikken. Het moet ook wel, want het project is binnengehaald door Levvel met een verschil van 5 miljoen

2.22.

Op 22 februari 2018 is bekend gemaakt dat Levvel de aanbesteding van het Project heeft gewonnen. Het uiteindelijke/netto verschil met de enige andere geldige inschrijver bedraagt € 5.030.868,–.

ECLI:NL:RBDHA:2018:7955

De prebid waarin Levvel in zee wil met BR is van juli 2017. De gefaseerde aanbesteding (concurrentiegerichte dialoog) loopt dan al een tijd, de eerste dialoog is gepland op 16 februari 2017, de tweede op 8 juni 2017. Dit pre-bid speelt tijdens de tweede dialoogfase. BR moet dan al aangeven akkoord te gaan en het werk inleveren voor 14 december 2017, als de indieningstermijn voor de kwalitatieve inschrijving speelt. In een half jaar moet het werk af zijn en over een prijs is nog niet onderhandeld.

Blijkens de uitspraak doet op 28 november 2017 BR het eerste bod voor het verrichtte werk. €38 miljoen. Bam vindt dat toch wat veel. Op 19 december zakt BR naar €37 miljoen. Tussen de 4 en de 12 december doet BAM een tegenbod: 27 miljoen. Tien miljoen lager, terwijl het werk al is verricht. Vluchten kan niet meer. Want op 25 januari 2018 moet het kwantitatieve deel (de prijs) worden ingeleverd. Op 12 februari doet BR alsnog een tegenbod van €33 miljoen. BR heeft dan nog steeds geen go een definitieve prijs op het al geleverde werk. Als je maar lang genoeg wacht… en inderdaad… op 19 februari 20172018 laat BR weten: akkoord te kunnen gaan, onder voorwaarden, met een bod van €27 miljoen. En dan wordt 22 februari bekend dat Levvel de gelukkige winnaar is van de Tender. Met een prijsverschil ten opzichte van de winnaar van slechts 5 miljoen.

Gunfactor

Levvel heeft, gedreven door de voortgang van de aanbestedingsprocedure en de onbekendheid van het bod van de tegenstander, ook niet de ruimte om de onderaannemer behoorlijk te compenseren voor het geleverde werk. Er is geen gunfactor. Zou Levvel miljoenen extra beloven, dan haalt het de tender niet binnen. Bovendien is het definitieve bod de 25e al gedaan en moest er zeer scherp worden ingeschreven. Dat wordt nog eens versterkt, door als onderaannemer een compensatieregeling voor het verlies van een Tender te bedingen. Stel dat het geldt, dan moet de hoofdaannemer wel de tender winnen, anders moet je betalen voor een loze opdracht. Als er al een gunfactor was waarmee de hoofdaannemer toeschietelijk kon zijn, dan is die er met de compensatieregeling in het achterhoofd, niet meer. Helemaal niet, nu er een rechtszaak gevoerd wordt over het bedrag.

Als je dan als onderaannemer je mondt houdt en braaf slikt dat voortaan je klant je prijs bepaalt, zonder enig inzicht in wat je aan tijd en kosten erin hebt gestoken, misschien heb je dan nog een gelukje. Misschien valt er achteraf nog wat te schuiven, als blijkt dat het project om onbekende redenen toch ineens mysterieus duurder wordt. Maar wat is dan nog het verschil met het bod van Volker Wessel? Dat is alleen op prijs en met dit lage inschrijfbod lijkt het 1 op 1 afgewenteld op de onderaannemer.

De rechter komt ook tot de conclusie dat met een hoger bod, de order aan de neus van Levvel voorbij was gegaan. Het prijsverschil waarmee de aanbesteding is gewonnen is veel kleiner dan de prijsonderhandeling tussen BR en Levvel. Met andere woorden, het gunstige onderhandelingsresultaat van Levvel komt exclusief voor rekening van de onderaannemer.

. Daarmee moet voorshands ervan worden uitgegaan dat de Overeenkomst op dat moment eindigde. De voorzieningenrechter tekent nog aan dat vaststaat dat de gunning aan Levvel heeft plaatsgevonden op basis van een klein prijsverschil met de als tweede geëindigde inschrijver. Dat wijst er op dat bij inschrijving door Levvel met inachtneming van het door BR genoemde bedrag van ruim 37 miljoen geen gunning zou hebben plaatsgevonden. Daarmee heeft Levvel zich, ook achteraf bezien, in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat van een optimale prijs-kwaliteit verhouding van het aanbod van BR geen sprake was.

Helaas voor BR, haalt het met zijn pogingen tot onderhandelen bakzeil bij de rechter. Want die redeneert op de vraag of er een overeenkomst tot stand is gekomen naar aanleiding van de acceptatie van het bod. Nu heeft BR zelf onderhandeld in de prijs en is het uiteindelijk door de kniëen gegaan. Want daardoor concludeert de rechter dat het eerdere bod van 37 miljoen geen overeenstemming is bereikt:

Dat heeft echter niet tot algehele overeenstemming geleid. Het is in ieder geval niet zo dat Levvel simpelweg heeft bedankt zonder enig overleg en zonder daarvoor redenen te hebben genoemd.

Eindbod:

Omdat Levvel ook niet akkoord ging met een prijs van €33 miljoen is ook daar geen akkoord bereikt. Het enige akkoord was op 27 miljoen onder voorwaarden en die voorwaarden zijn niet bekend, en Levvel heeft op die voorwaarden geen akkoord gegeven en een tegenbod van 22 miljoen gepresenteerd. De rechter concludeert dat niet kan worden aangenomen dat partijen op 22 februari 2018 overeenstemming hebben bereikt over een onderaannemingsovereenkomst. Die 27 miljoen is dan namelijk voor Levvel ook al een gepasseerd station.

BR reeds op 19 februari 2018 ervan op de hoogte dat Levvel niet meer akkoord ging met een prijs van € 27 miljoen, maar dat zij een prijs van € 20 – € 22 miljoen verlangde. Tijdens de mondelinge behandeling van dit kort geding was de prijs van € 27 miljoen dus al een gepasseerd station.

Volgens de rechter ligt er dus helemaal geen akkoord op tafel. Nog niet voor 0 miljoen. Terwijl het bod van BR wel is gebruikt voor het winnen van de aanbesteding.Maar hoe zit het dan met Rijkswaterstaat. Wat vindt die ervan dat er zo luchtigjes wordt omgegaan met de positie van de onderaannemer door de hoofdaannemer. Is dit in april gepresenteerde plan ook het plan waarmee is ingeschreven? Wordt nog wel voldaan aan het plan van eisen? Was RWS wel akkoord met een nieuw ontwerp? Daar houden de ambtenaren wijselijk hun mond over, ze zitten daar toch op een systeemgericht contractbeheersd afstandje? De presentaties van het ontwerp gaan in elk geval niet over de aandrijvingen van de pompen.

Onderhandelingspositie

Het is een half jaar werk voor een flinke waslijst aan ontwerpen. De claim van BR op een prijs van 38  miljoen kan best waarachtig zijn, met name wanneer BAM een grote speler is met een ruime keus in onderaannemers, en zo’n order er niet een iets is wat je als ontwerper kan laten liggen. In zo’n situatie wil je zelf al je hand niet overspelen bij het eerste bod. De tegengestelde situatie kan ook: Aan de andere kant is het feit dat je zakt in prijs ook weer bewijs op zich voor dat je het ook goedkoper kan leveren. BR zakt dus in de prijs, en de vlotheid van zijn eigen biedingen en de weerzin van de tegenpartij lijkt erop dat geen akkoord is bereikt, omdat BR geen onderhandelingspositie heeft bij Levvel .

Gelet op de tijd waarmee het ontwerp moet worden ingediend, kan Levvel ook niet eens zelf nog met posten gaan schuiven om op alles te beknibbelen om de rekening voor de onderaannemer te betalen. En door de aanbesteding is er al helemaal geen mogelijkheid voor Levvel om eens na te vragen bij RWS of er ruimte is ten gunste van de onderaannemer. Door de peer pressure van de inschrijfdeadline,moet Levvel zef de marges zo laag mogelijk houden en vanwege de aanbestedingsprocedure  heeft Levvel zelf – naar RWS toe- sowieso geen onderhandelingspositie. Het bod moet zo laag mogelijk, anders win je niks. Dat blijkt ook wel uit dat Levvel wint met maar €5 miljoen verschil ten opzichte van de concurrerende inschrijver.

Value for tax payers money? Wie wordt hier nu beter van de geleverde extra besparing van 5 miljoen? Levvel haalt de besparing niet uit zijn eigen zak, maar uit die van een ander, waar de kwaliteit onder kan lijden. Het is zuur voor Rijkswaterstaat. Je steekt er al veel tijd in maar al die tijd gaat niet zitten in een betere voorbereiding van het ontwerp en een beter product. Dat betekent dat de kans aanzienlijk is op budgetoverschrijdingen naderhand. En het is ook heel zuur voor Volker Wessel met het alternatieve plan dat zo veel beter was, toch tenminste volgens Volker Wessel. En als Levvel ineens met een andere ontwerper aan moet komen, kan het zomaar voor Levvel ook nog eens heel zuur worden. Het is niet hun eerste keus ontwerper, wie weet levert die ontwerpen waar ze eigenlijk niet op zaten te wachten en die krijgt nu ook weer een vastomlijnd bedrag, dat nog weer minder is. En terug naar deze leverancier als het ontwerp toch moet worden ingezet of bijgeschaafd, kan ook niet zomaar. De verhoudingen raken verstoord. Echt zuur wordt het voor BR dat nu werk levert voor €37 miljoen zonder een akkoord op de opdracht.

Dat is geen normaal bedrijfsrisico maar een direct gevolg van de manier waarop een aanbesteding wordt opgezet. De onderhandeling tussen hoofd-en onderaannemers wordt niet ingecalculeerd in de aanbestedingsplanning. Het moet op het scherpst van de snede, met zijn allen tegelijk, terwijl het werk al praktisch af moet zijn om maar in te kunnen schrijven.

Ketenbesparing

Het is van belang dat hieruit de les wordt getrokken dat een besparing van de overheid door de hele keten een besparing oplevert, die niet noodzakelijk gewenst is, voor alle marktpartijen, zowél als de overheid. De overheid krijgt een €5 miljoen goedkoper bod, de onderaannemer moet daarvoor €10 miljoen inleveren. Die besparing is op zich niet nodig maar wordt veroorzaakt door de aanbestedings-black box. Omdat je niet weet hoe de ander inschrijft, stuurt een ondernemer bod voor de zekerheid extra omlaag, waarbij dat moet worden opgehoest door alle eenvoudig te realiseren grote besparingen: onderaannemers. Voor de overheid is geen onderhandelingsruimte met als gevolg dat er voor iedere betrokken partij geen onderhandelingsruimte is. Zo krijgt niemand de kans om voor iets extra, te outperformen en een aanzienlijk beter bod te leveren tegen een bescheiden extra prijs. Dat geldt voor alle marktpartijen. Hoe meer marktpartijen betrokken zijn, hoe slechter het bod wordt.

Het is dus het omgekeerde broertje van Keynes stelling van het multiplier-effect, een multidividereffect. Waar een klein extra uitgave verondersteld leidt tot extra economische transacties doorheen de hele keten, leidt een kleine besparing tot een sneeuwbaleffect aan besparingen, waar de overheid geen invloed op heeft. Een ondernemer kan vrij bezuinigen en dat wordt dan eerder op externe factoren zoals veiligheid of duurzame bedrijfswagens, diesel-aangedreven pompen of de eigen leverancier van koffie of bijvoorbeeld abonnementen op Aanbestedingsnieuws; dan op loonkosten die helemaal vast liggen.

Shit runs down hill, is dan een urban spreekwoord. De kleinste partijen trekken aan het kortste korte eind. Ja, Aanbestedingsnieuws vangt weer eens alle klappen van Rijkswaterstaat op. En wie zijn dan ook weer de stakeholders bij het doel van het project, een versterkte Afsluitdijk? Oh ja. Wij allemaal. Voor ons, redacties woonachtig rond het IJsselmeergebied, kan het ook nog eens heel zuur worden. Maar dat moet je dan maar hopen van niet.

©Rijkswaterstaat 2018 bron: https://www.rijkswaterstaat.nl/over-ons/nieuws/nieuwsarchief/2018/04/ontwerp-afsluitdijk-toegelicht.aspx

 

 

 

 

 

Zie eerder:

http://www.aanbestedingsnieuws.nl/aanbesteding-versterking-afsluitdijk-verder-met-3-kandidaten/
http://www.aanbestedingsnieuws.nl/cda-overijssel-sluisverbreding-meevaller-aanbesteding-afsluitdijk/
http://www.aanbestedingsnieuws.nl/reactie-op-kamervragen-over-de-afsluitdijk-meevaller-nog-niet-zo-duidelijk/

Zie verder met name:

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2018:7955

en:

https://www.cobouw.nl/infra/nieuws/2018/03/volkerwessels-onthutst-gunning-afsluitdijk-ons-ontwerp-veel-mooier-101259045?vakmedianet-approve-cookies=1&_ga=2.167191928.752208132.1531153804-1068826282.1489538781

https://www.cobouw.nl/infra/nieuws/2018/04/bam-en-van-oord-onthullen-magisch-concept-robuuste-afsluitdijk-101260361

en

https://www.nhnieuws.nl/nieuws/223442/Na-jaren-voorbereiding-is-ontwerp-nieuwe-Afsluitdijk-klaar-Een-bijzondere-dag

 

 

4 thoughts on “Hoe Levvel wint op prijs: beknibbelen op de onderaannemer

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *