Bouwend Nederland: kleine bedrijven haken af bij aanbesteding

In een position paper die naar de Tweede Kamer is gestuurd naar aanleiding van een hoorzitting over Beter Aanbesteden, waarschuwt Bouwend Nederland voor kleine bedrijven die niet meer deelnemen aan aanbestedingen.

Best value for tax payers money is een mooi doel, maar heeft volgens Bouwend Nederland een keerzijde. Zij krijgen signalen uit de achterban dat bedrijven die het zich kunnen permitteren (bijvoorbeeld omdat zij niet uitsluitend in de infra actief zijn en omdat de vraag van de kant van particuliere bedrijven toeneemt), eigenlijk liever niet aan overheidsaanbestedingen meedoen.

Bouwend Nederland weet meerdere goede redenen waardoor kleine ondernemers afhaken:

De aanbesteding belet dat met de aanbestedende dienst een relatie kan worden opgebouwd.

“Bij elke aanbesteding staan de meedingende bedrijven opnieuw gelijk aan de streep. Zaken doen met particuliere bedrijven biedt veelal wel de mogelijkheid tot het opbouwen van een relatie: opdrachtgevende bedrijven zijn daar vaak ook juist op uit.”

Daarnaast kan een aanbieder niet pro-actief de markt informeren en zich onderscheiden van de concurrenten.

In de particuliere markt kan een bedrijf eenvoudiger naar voren brengen in welk opzicht het zich onderscheidt van concurrenten. Particuliere opdrachtgevers zijn daar juist naar op zoek en hebben ook meer vrijheid om op subjectieve manier tot de keuze van hun contractspartij te komen. Bij aanbestedingen door de overheid staan de beginselen objectiviteit en transparantie hoog in het vaandel.

Verder is de juridische benadering bij aanbestedingen volgens Bouwend Nederland een doorn in het oog van afhakers. Bouwend Nederland stelt een bagatelbepaling voor. Daarmee moet het mogelijk zijn om kleine onvolkomenheden in de aanbieding te herstellen, zonder dat dat leidt tot ongeldigheid van de aanbieding.

Aanbestedende diensten kiezen bij het beoordelen van de aanbiedingen een formeel-juridische benadering, waardoor zij meermalen inschrijvingen terzijde moeten leggen die maar heel kleine onvolkomenheden vertonen. Een voorbeeld is het geval waarin een inschrijver vergeten was om in de inschrijvingsstaat voor een project van enkele tonnen, een post op te nemen van enkele honderden euro’s. Waardoor de aanbesteder die inschrijving als ongeldig ter zijde legt en uitkomt bij de volgende inschrijver, die evenwel een prijs indiende van enkele tienduizenden euro’s meer.

Verder en dat is wel opmerkelijk, vindt Bouwend Nederland dat de rechtsbescherming te wensen overlaat. Ogenschijnlijk is er juist een grote hoeveelheid rechtsbescherming met een Raad van Arbitrage voor de Bouw, een Commissie van Aanbestedingsexperts en de mogelijkheid tot het instellen van een kort geding. Bouwend Nederland vindt dat echter niet adequaat.

De rechtsbescherming in aanbestedingsgeschillen, zoals geboden door de voorzieningenrechters laat sterk te wensen over. Dat komt in belangrijke mate door hun in de regel afstandelijke beoordeling van aanbestedingsgeschillen.

Naast de bagatelregeling heeft Bouwend Nederland nog meer ideeën voor aanpassingen van de Aanbestedingswet. Bouwend Nederland pleit voor een verruiming van de aanbestedingsdrempel voor onderhandse aanbestedingen in de Gids Proportionaliteit. Die grens ligt nu op €30.000. Ook pleit Bouwend Nederland ervoor de rechtsbescherming te verbeteren door het instellen van speciale kamers voor de beslechting van aanbestedingsgeschillen, die, met behoud van de gewenste snelheid, in staat zijn tot een meer inhoudelijke beoordeling.

Dat is wel saillant. Voormalig Minister Kamp hulde zich juist in het standpunt dat het probleem bij aanbesteden niet zit in de regels maar in de toepassing ervan. Zie ook: Minister Kamp: probleem zit in de toepassing aanbestedingsregels en 3A3: Aanbestedingsregels intrinsiek onuitvoerbaar

Verder heeft Bouwend Nederland nog een flink aantal tips voor inkopende overheden.

Je weet maar nooit wat iemand daar aan heeft, dus plakken we ze der hier maar even in. Dat zijn

Geef meer aandacht aan de voorfase

 

  • Stel als aanbestedende dienst terdege vast wat u wenst (ook een thema in de Actieagenda BA).
  • Verstrek als aanbesteder duidelijke en voldoende informatie aan de gegadigden en inschrijvers zodat zij weten wat gevraagd wordt en onder welke condities het werk moet worden uitgevoerd. Dat is van groot belang voor het kunnen doen van een verantwoorde prijsvorming.
  • In het verlengde van b: heb meer aandacht voor het belang van goede communicatie in de aanbestedingsfase, vanaf het houden van een marktdag tot en met het door aanbesteder gedegen beantwoorden van vragen van inschrijvers (staat ook in de Actieagenda BA).
  • Met het oog op de onder b. bedoelde verantwoorde prijsvorming is ook van belang dat inschrijvers niet belast worden met niet calculeerbare risico’s. Het voorhanden zijn van tweezijdige voorwaarden – zoals in de bouw – voorkomt echter helaas niet dat aanbesteders zich daar herhaaldelijk toch nog aan schuldig maken.

 

 Bied meer ruimte voor innovatie

  • Sta op ruime schaal varianten toe. Dat gebeurt ten onrechte vrijwel niet, anders dan vele jaren geleden toen bedrijven daardoor voor de aanbesteder zeer aantrekkelijke alternatieve aanbiedingen deden.
  • Omschrijf het tot stand te brengen werk met functionele eisen die daardoor het gebruik van innovatieve constructies en materialen bevorderen. Het is opvallend dat kwalitatieve gunningcriteria vaak zien op de wijze van uitvoering van het werk (bijvoorbeeld met zo min mogelijk hinder voor de omgeving), zonder dat zij betrekking hebben op het eindresultaat, dus het bouwwerk zelf. Tekenend is dat in een groot aantal gevallen kwalitatieve gunningscriteria worden toegepast, maar slechts in beperkte mate van contractvormen die de opdrachtnemer de mogelijkheid bieden een innovatief product aan te bieden (dus een product dat niet en detail is omschreven).
  • Besteed niet een volledig uitgedetailleerd contract aan, maar besteed aan “de plek aan tafel”, waarbij de marktpartij die de plek aan tafel “verovert” en de aanbestedende dienst samen de inhoud van de opdracht vaststellen.
    Aan deze methode van benaderen van de markt is inherent dat aanbesteder en inschrijver optimaal kunnen communiceren over de inhoud van de opdracht. Overigens wordt deze methode van uitvragen ook gepropageerd door de Actieagenda BA.
  • In het geval een verlangde innovatie, ondanks voldoende inspanningen van de marktpartij, niet blijkt te werken, is het passend de nadelen daarvan niet alleen ten laste te brengen van de marktpartij. Voor door aanbestedende diensten verlangde innovaties zullen marktpartijen zich alleen volledig inzetten wanneer de aanbesteder bereid is een deel van het daaraan verbonden risico te dragen.

Beoordeling van de inschrijvingen

  • Stel die kwalitatieve gunningscriteria en geef die een zodanig groot gewicht dat bedrijven zich daardoor daadwerkelijk ten opzichte van elkaar kunnen onderscheiden. Zoals uit de kwantitatieve informatie blijkt, worden wel kwalitatieve gunningscriteria gesteld, maar is hun gewicht ten opzichte van de prijscomponent veel te gering.
  • Kwalitatieve gunningscriteria hebben vaak betrekking op de omstandigheden waaronder het werk tot stand wordt gebracht en niet zozeer op het te maken werk zelf, dus het resultaat. En dit terwijl daarmee nu juist innovatieve, duurzaamheid bevorderende, oplossingen kunnen worden bereikt.
  • Er is in toenemende mate behoefte om in de aanbesteding rekening te houden met het vermogen van de opdrachtnemer om met de opdrachtgever samen te werken. Hoewel over de juridische ins en outs daarvan discussie mogelijk is, wordt het meten van de zogenaamde past performance en het daarmee rekening houden bij het verkrijgen van opdrachten in het algemeen waardevol gevonden. Frappant is evenwel dat het aanbestedingsrecht – en ook past performance meetsystemen – niet tot nauwelijks rekening houden met de kwaliteit van het eerder opgeleverde werk. De redenering is namelijk dat iets goed is als het aan de contracteisen voldoet (en dus wordt opgeleverd), maar daarmee gaat men eraan voorbij dat dat resultaat met meer of minder vakmanschap kan worden behaald. Het is soms frustrerend dat met dat vakmanschap – een bedrijf dat een opdracht net iets beter of mooier wil doen – in overheidsaanbestedingen geen rekening kan worden gehouden[1].

[1] Dat is overigens anders bij de werken die onderhands worden aanbesteed. Dat zijn werken beneden de € 1,5 mio, waar de aanbesteder immers die bedrijven rechtstreeks uitnodigt die hem geschikt lijken. Zie in dat verband de aanbeveling het toepassingsgebied van de onderhandse procedure te verbreden.

Bron: Bijlage bij Kamerstukken II 2017/18, 14 mei 2018, 2018Z08594

https://www.tweedekamer.nl/downloads/document?id=f23088b2-4231-4fdc-b844-21e1ec5ae4da

redactie Auteur

Geef een reactie