Rapport Inspectie Rijksfinanciën over internationale tenders

De Inspectie van Rijksfinanciën heeft een voor internationale aanbestedingen belangwekkend rapport geschreven over de rol van Nederland in internationale tenders, getiteld: Speelbal of spelverdeler? Concurrentiekracht en nationale veiligheid in een open economie. Het rapport gaat in op de verhoudingen tussen concurrentiekracht en publieke belangen.

Zo refereert het rapport aan voorbeelden waarbij buitenlandse spelers de binnenlandse markt overnemen en kwetsbaarheden met zich meebrengen, in een wereld die steeds meer multipolair is.

fragment ©Rijksoverheid 2020

Naast geopolitiek kunnen ook technologische ontwikkelingen kwetsbaarheden met zich meebrengen. Dit geldt bijvoorbeeld voor digitale ontwikkelingen, die kansrijk zijn en grote voordelen bieden, maar ook nadelige effecten kunnen hebben.
Deze nadelen komen ten eerste voort uit de zogenoemde winner-takes-all dynamiek ervan. Door netwerkeffecten verlopen economische activiteiten via een klein aantal internetplatformen, uit met name de VS (zoals Apple en Amazon) en in toenemende mate China (zoals Tencent en Alibaba). Dit kan ertoe leiden dat Nederlandse partijen van een zeer klein aantal aanbieders economisch afhankelijk zijn.

IPCEI

Specifiek met betrekking tot aanbestedingen wijst het rapport op de mogelijkheid van het IPCEI-stempel om een uitzondering te kunnen maken op mededingings en staatssteunregels. Al gaat het daar niet echt de diepte in op de moeilijkheden van aanbesteden an sich, laat staan de onwenselijkheid van het opgescheept zitten met een ondernemer van niet-keuze. Het heeft er een beetje de schijn van dat de Europese Unie zijn aanbestedingsbeleid niet in de voet schiet met de IPCEI.

Wat is IPCEI? Dat zijn Important Projects of Common European Interest, belangrijke projecten met een Europees belang dus, in 2014 kwamen er naast het algemene principe in die Communicaties, ook specifieke voorbeelden: onder meer van de aanvullende directive voor de aanleg van breedband internet in buitengebieden uitzondering uit 2014. Die was zo opgesteld dat je de opdracht mocht aanbesteden, als je hem niet kon aanbesteden. We schreven er al wat over. En ook over de boete die Nederland toen kreeg. Het komt er op neer dat je in Groningen nog steeds moet inbellen. Behalve in Delfzijl. 

Dat is er dus voor Breedband(zie IP/12/1424), regionale ontwikkeling (zie IP/13/569), cinema (zie  IP/13/1074), luchthavens en vliegverbindingen zie IP/14/172), risk finance (zie IP/14/21), energie en milieu (zie IP/14/400) en voor R&D en innovation (see IP/14/586). Grof gezegd is het dus zo dat je als overheid geen staatssteun mag verlenen tenzij je toestemming hebt van de Europese Commissie, al dan niet via de bovenstaande regelingen. Maar dat is bepaald niet het enige dat erover te zeggen valt. Europa Decentraal doet een aardige poging het allemaal op te sommen, zie onder meer https://europadecentraal.nl/praktijkvraag/hoe-voorkom-je-als-gemeente-ongeoorloofde-staatssteun-aan-derden/

Zie specifiek over de IPCEI ook de volgende EU Communicaties:

Het rapport van de Inspectie Rijksfinanciën zegt daar dus over:

 

Beleid met betrekking tot mededinging, staatssteun en aanbestedingen
Het Europese en daarmee corresponderende Nederlandse mededingingsbeleid gaat over alle rechtsregels die betrekking hebben op gedragingen waardoor de concurrentie tussen ondernemingen wordt beperkt, en de overheidsbemoeienis met zulke gedragingen via bijvoorbeeld toezicht. Op Europees niveau is er beleid dat staatssteun in principe verbiedt. In de regel is het bijvoorbeeld verboden om subsidieverstrekking te beperken tot binnenlandse bedrijven. Ook indirect is er beleid dat betrekking heeft op staatssteun, zoals het aanbestedingsbeleid. De trend bij mededingings- en staatssteunbeleid gaat twee kanten op: enerzijds blijft het mededingingsbeleid de laatste jaren onverminderd streng getuige de verboden fusie van Siemens en Alstom en de toepassingen ervan in digitale markten.
Anderzijds is er een ontwikkeling naar minder streng beleid. Zo kan via het stempel ‘Important Project of Common European Interest’ (IPCEI) een uitzondering worden gemaakt op de mededingings- en staatssteunregels.

De Inspectie ziet t dus wel zitten, zo’n uitzondering op de staatssteun-regels.

We zeiden al eens dat reciprociteit aan aanbesteden in de weg staat. Dat het er niet is, betekent in de praktijk dat je gekke Henkie bent, die zijn markt opengooit voor iedereen uit het buitenland, zonder dat er gelijkwaardige openheid wordt betracht uit datzelfde buitenland. Aandacht. Liefde. Havens. Maak-industrie. Goed nieuws, de besprekingen over een IPI “worden hervat”.

De EU-markt voor overheidsaanbestedingen staat ‘de facto’ open voor aanbieders uit derde landen, ook wanneer die de Overeenkomst inzake Overheidsopdrachten (Government Procurement Agreement – GPA) van de WTO niet hebben ondertekend of waar de EU geen bilateraal handelsakkoord mee heeft afgesloten. Dit betekent dat ook aanbieders mee kunnen doen uit landen waarvan de markt voor overheidsaanbestedingen niet open staat voor of discriminerend is ten aanzien van aanbieders uit de EU. Daardoor is er geen sprake van wederkerigheid. Om hier aan te remediëren ligt er sinds 2012 een voorstel van de Europese Commissie voor een International Procurement Instrument, dit is in 2016 herzien.
De Europese Raad heeft in maart 2019 besloten de besprekingen over het voorstel te hervatten.

Overleg met 28 landen, dus. Het is nu een jaar later. Misschien komt er nog wel iets van. Frans Timmermans doet allemaal dingen. Het is niet op voorhand uitgesloten.

Wat is dan dat IPI

Het IPI-voorstel houdt in dat offertes van goederen en diensten uit het betrokken land, in vergelijking met andere offertes, beschouwd zullen worden als offertes met een max. (fictieve) 20% hogere prijs dan de oorspronkelijke. Het prijsverschil wordt door de Commissie bepaald. Hierdoor krijgen goederen en diensten uit de EU en derde landen die EU-bedrijven niet discrimineren op hun overheidsaanbestedingsmarkten, een
concurrentievoordeel bij de beoordeling van de offertes.
Indien een inschrijver uit een derde land de aanbesteding toch zou winnen, wordt de prijsopslag van die inschrijving afgetrokken. Door de Commissie aangewezen aanbestedende diensten zijn verplicht de prijsopslag op te leggen bij aanbestedingen met een opdrachtwaarde boven de € 5 miljoen. Prijsopslagen gelden tevens voor inschrijvingen waarvan meer dan 50% van de totale waarde van de inschrijving uit het betreffende derde land afkomstig is. Prijsopslagen worden niet opgelegd op inschrijvingen van Europese MKB-bedrijven of van inschrijvers uit ontwikkelingslanden.

 

Het idee is dus aardig en het rapport doet allerlei zinvolle beleidsopties.  En theoretisch niet zonder gevolgen voor alle aanbestedende diensten. Aanbestedende diensten zullen dan de prijsopslagen moeten hanteren bij aanbestedingen. Maar zo ver is het dus nog niet.

Verder stelt de Inspectie voor de ABDO-regeling uit te breiden. ABDO bevat bepalingen m.b.t. de fysieke beveiliging, cybersecurity, (wijzigingen in) eigendomsstructuren, economische veiligheid, screening van personeel en procedures bij incidenten. Bedrijven worden contractueel verplicht deze beveiligingseisen in te voeren.

Zo zijn er dan nog 41 beleidsopties. We zullen ze maar niet allemaal langs gaan lopen. Mensen die Coronathuiswerken, kunnen dat prima zelf.

Het is een bijlage bij de kamerstukken II, 2019/20. 32359 nr. 4

 

redactie Auteur

Geef een reactie