Hoger beroep jeugdzorg Alphen houdt stand: gemeenten doen inkoop opnieuw

Algemeen, Geschillen, zorg

Het hoger beroep van de gemeenten Alphen aan den Rijn en Kaag en Braassem tegen een eerder kort geding over de aanbesteding van jeugdzorg, is afgewezen. Het Gerechtshof sluit zich aan bij de kantonrechter die in een eerdere zaak oordeelde dat de risicoverdeling in die aanbesteding onevenwichtig is.

Het hof onderschrijft het oordeel van de voorzieningenrechter dat “de vraag met betrekking tot de beschikbaar gestelde informatie invloed kan hebben op de proportionaliteit van de risico-verdeling. Wanneer er immers meer informatie niet beschikbaar is of is gesteld, kan de onzekerheid over de omvang van de opdracht toenemen en daarmee het risico dat moet worden gealloceerd.”

Het hof onderschrijft het oordeel van de voorzieningenrechter dat er een reële kans bestaat dat de beschikbaar gestelde plafondbudgetten onvoldoende groot zijn. Daarmee is de kans dat de opdrachtnemer zal worden geconfronteerd met een voor zijn rekening blijvende overschrijding van de budgetplafonds, reëel.

Alphen aan den Rijn laat in een persbericht weten dat dit voor ouders en kinderen betekent, dat de gemeenten vooralsnog niet kunnen werken aan de “gewenste verbeteringen” in de jeugdhulp, daarbij in het midden latend wie nou deze verbeteringen wenst. De beide gemeenten hebben eind vorig jaar overbruggingsovereenkomsten gesloten met alle jeugdhulpaanbieders waardoor de continuïteit van jeugdhulp is gegarandeerd. Deze overeenkomsten blijven geldig tot het nieuwe aanbestedingstraject eind 2017 is afgerond. De  nieuwe jeugdhulpaanbieder kan dan in januari 2018 van start.

De Alphense wethouder Han de Jager had liever gezien dat de uitspraak van de rechter in het voordeel van de gemeenten was uitgepakt, maar voelt zich ook gesterkt.

“Natuurlijk overheerst op dit moment de teleurstelling, maar we kunnen ook constateren dat de rechter ook in hoger beroep ons nieuwe concept voor jeugdhulp niet ter discussie heeft gesteld. Dat is fijn, want wij blijven geloven in dit concept dat zorgt voor snellere en betere jeugdhulp. Wel heeft de rechter belangrijke opmerkingen gemaakt over hoe wij de randvoorwaarden hadden ingevuld. Daar zitten onze leerpunten voor het vervolg. Dat moet anders”. Ook Henk Hoek, wethouder in Kaag en Braassem, is teleurgesteld. “Ik vind het vervelend dat we nu weer vertraging oplopen. Gelukkig gaan de ouders en kinderen die met jeugdhulp te maken hebben hier niets van merken”.

Zie de uitspraak op:

https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHDHA:2017:260

Geef een reactie