Fiche over internationaal handelsvoorstel verschenen

De Europese Commissie heeft een voorstel 654/2014 ingediend en het Ministerie van Buitenlandse Zaken heeft daar een fiche bij geschreven. Het voorstel zelf dateert van 12 december 2019. Dat voorstel is het gevolg van het niet funcitoneren van het handhavingsorgaan van de WTO, het WTO Appelate Body in Geneve. Dat kan sinds 10 december geen beroepen meer behandelen. De vacante posities in het beroepsorgaan worden namelijk niet opgevuld. Het contract van twee van de leden van deze WTO-beroepsinstantie is beëindigd waardoor het quorum niet wordt gehaald.

Het voorstel is een gevolg van Trumps WTO-politiek. Voorheen konden handelsbelemmeringen alleen worden opgeworpen wanneer de WTO-beroepsprocedure was doorlopen. Nu kan de beroepsprocedure intrinsiek niet worden doorlopen, doordat de posities vacant zijn. De Europese Commissie zegt diplomatiek: “De oorzaak van deze impasse ligt in de langlopende zorgen die de VS door de jaren heen heeft geuit over het functioneren van geschillenbeslechting, in het bijzonder de beroepsprocedure bij de WTO.”

Vanwege het “belang van een coherent beleid” introduceert de Commissie de mogelijkheid voor de EU om op te treden richting handelspartners waarmee de EU een regionaal of bilateraal handelsakkoord heeft gesloten, als deze geen adequate stappen ondernemen om een handelsgeschil aan te pakken. Het voorstel heeft, volgens de Commissie, tot doel het beschermen van de belangen van de Unie in het kader van internationale handelsovereenkomsten in situaties waarin derde landen onrechtmatige maatregelen vaststellen en tegelijkertijd een geschillenbeslechtingsprocedure blokkeren.

Bron: Wikipedia
Faust en Mephisto, Tony Johannot

De EU geeft zichzelf dus met de voorgestelde wijziging meer bevoegdheden om zelfstandig op te treden bij een internationaal handelsgeschil. Nederland is daar voor blijkens de fiche, alhoewel het toch ook nadelen kan hebben voor Nederland, naar het inzicht van deze redactie. Nu is het WTO-gremium ongetwijfeld ook niet volledig politiek neutraal, de Europese Commissie is dat zeker niet en opereert ook niet altijd in het Nederlandse handelsbelang. Het zou dus denkbaar kunnen zijn dat de Commissie optreedt ten bate van de handelsbelangen van enkele lidstaten in het nadeel van enkele andere lidstaten. Dat is eens te meer denkbaar omdat de Commissievoorzitter wordt gekozen op voorspraak van de Europese Raad.

Tegelijk is het duidelijk dat de situatie waarin non-tarifaire handelsbelemmeringen móeten worden opgeworpen, het vrij onmogelijk is dat met 28 lidstaten gezamenlijk te gaan afstemmen, als ze ook nog eens alle 28 een vetorecht hebben. Bijvoorbeeld wanneer het gaat om technische eisen aan bussen zodat die niet in de fik vliegen als je familie er in rondjes rijdt. Het is makkelijk om te beslissen dat de bussen niet in de fik mogen vliegen maar het is al een stuk moeilijker als het gaat om hoeveel nooddeuren een bus moet bevatten. Onenigheid maakt het dan onmogelijk om harde technische eisen te stellen naar buiten toe.

De verordening is klein maar venijn. Met de Brexit zijn 3e landen steeds dichterbij aan het komen en dat maakt het al heel wat makkelijker koffiedik kijken wat de mogelijke gevolgen zijn van het toedelen van te veel handelingsbevoegdheid aan een organisatie waar je niet meer volledig achter kan staan. Het zou zomaar denkbaar kunnen zijn dat de EU in tegenstelling tot ons landje een harde lijn kiest om invoer uit Engeland tegen te houden, met alle gevolgen van dien.

Geen krant die over de verordening schrijft, tot het eenmaal mis gaat. Onder de oppervlakte ligt een Faustiaans pact waarbij de noodzaak van het met een vuist kunnen optreden bij handelsbelemmeringen duidelijk is, maar de gevolgen van de gekozen oplossing: de EC zelfstandig laten optreden bij handelsconflicten, niet goed kunnen worden overzien. Wie zit er over 7 jaar in de Europese Commissie? Een slechte zaak voor de internationale rechtsorde als conflicten nodeloos op de spits kunnen worden gedreven. Eens te meer wordt duidelijk hoe belangrijk een WTO is en hoe ontzettend nodig een hervorming van het oorspronkelijke verdrag is. Natuurlijk, we zeiden al eerder dat er van alles schort aan de WTO, wat dringend verbeterd moet worden. Maar er is anders niets.

De fiche van BiZa, die nu is verschenen, is het eens met de voorgestelde tekstuele wijzigingen.

Nederland vindt het belangrijk dat de EU haar rechten op grond van internationaal gemaakt handelsafspraken kan blijven afdwingen, ook na het wegvallen van de beroepsinstantie van de WTO. Het kabinet zal er echter wel voor waken dat dit voorstel niet leidt tot een verminderde inspanning in het streven van de Unie naar het herstellen van het functioneren van de beroepsinstantie van de WTO, waarbij ook de VS aan boord is. Nederland is het eens met de Commissie dat vergeldingsmaatregelen een laatste middel zijn en zal er op toezien dat de eventuele handelsmaatregelen die onder de gewijzigde verordening genomen worden ook daadwerkelijk op die manier ingezet worden. Voorts plaatst Nederland vraagtekens bij de verenigbaarheid met internationaal recht van het voorstel. Nederland zal er dan ook op toezien dat hiervan een grondigere analyse komt, die de vraag beantwoordt of het nemen van dergelijke tegenmaatregelen door de EU toegestaan zijn onder het WTO recht en het algemeen internationaal recht.

Voor aanbestedende diensten die zaken doen met 3e landen (buiten de EU) heeft de wijziging geen gevolgen, verwacht het Ministerie. Zowel onder de huidige als onder de herziene verordening is er een mogelijke verplichting voor aanbestedende diensten om ondernemers van buiten de EU van overheidsopdrachten uit te sluiten, indien maatregelen genomen worden naar aanleiding van een schending van de Government Procurement Agreement. Deze mogelijke verplichting blijft bestaan in het voorstel tot wijziging van de huidige verordening.

Zie verder:

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-22112-2842.html

redactie Auteur

Geef een reactie