Weekendspecial: retaliatie en NIM

In de jaren tachtig, toen monitors nog groen/zwart waren, hadden we op de Sanyo p.c. een spelletje genaamd NIM. Het idee is dat je een x-aantal steentjes hebt en de speler en tegenspeler er steeds 1, 2, 3 trekken net zo lang tot de laatste aan de beurt is en niet meer verder kan, die is dan af. Met mijn 9 lentes had ik uitgedokterd dat ik dit spel altijd ging verliezen.

Als je er op de een na 1 na laatste beurt 5 over had, had je sowieso verloren, zo bedacht mijn kinderverstand. Die er nadien achter kwam, dat je bij de op 2 na laatste beurt ook sowieso verloren had en dat het hele spel omdat het altijd met hetzelfde aantal begon, voor mij sowieso verloren was. De essentie was dat je steeds het omgekeerde van je tegenspeler moest trekken om het aantal weggepakte steentjes in 2 slagen op 4 te brengen. Pakte ik er drie dan pakte de computer er 1. Zo won de computer dus altijd. Het ontbrak mij aan retaliatie. Of ik moest de computer het raam uit gooien.

©zaz 2011

Als je dit eenmaal weet en je speelt het spel niet met de computer maar tegen buurkindertjes, dan win je juist altijd. Als je maar met het juiste aantal steentjes begint. En omdat je geheide verlies bij een ander aantal door de ander nog onontdekt is, omdat die ander de strategie van het spelletje niet door heeft, kun je wel een gokje wagen en met een ander aantal beginnen. En als je de regel omdraait en met dat laatste aantal uitkomen juist verliest, dan won ik ook altijd. Kortom, ik won het spelletje altijd, nog vaker dan de computer. Tot het punt waarop de andere kinderen zo kwaad worden dat je een dreun op je hoofd krijgt. We woonden toen in een dorp, en daar was ik nog net niet met pek en veren uit gestuurd.

Het is echt ongelooflijk, snapte ik als kind van 9, hoe onwetend de andere kinderen blijkbaar blijven. Ik snapte er niks van, dat zij dat niet snapten. Zij zijn toch “ook al 9”. Ze snappen dat het spel niet werkt maar niet waarom, en blijven het dan spelen en spelen en spelen en spelen. Vraag het me gewoon, dan had ik het gewoon gezegd en dan hadden we verder kunnen gaan springtouwen of iets anders nuttigers, waar je ook niet zo dik van wordt, als van de hele tijd op het bankje zitten steentjes schuiven. Het is ook niet leuk om steeds te winnen. Maar expres verliezen is ook je eer te na. Een van de meisjes uit mijn klas probeerde ik het nog uit te leggen maar hoe ik het ook probeerde, zij snapte het niet. En toen ik haar liet winnen, geloofde ze dat niet. Die mensen heb je.

Het spelletje is dus eigenlijk geen spelletje. Het is kapot. De regels zijn wel uitvoerbaar, maar er ontbreekt het element spel. Andere mensen noemen dat een opgelost spelBij volledige informatie over de strategie bij beide spelers is het al van tevoren bekend wie er wint. En dan heeft het dus geen zin om het te spelen, ook niet als de een het weet en de ander het nog niet weet. Net als boter kaas en eieren, wat gedoemd is in gelijkspel te eindigen; behalve als je echt heel erg zit te slapen. Nu is dat met boter, kaas en eieren nog te begrijpen. Maar ook boter, kaas en eieren begrijpen, is niet voor iedereen weggelegd. Blijf je dan die mensen eeuwig treiteren met het spelletje, dat niet werkt als spelletje? Helaas zijn er al veel spelletjes opgelost.

Aanbesteden is theoretisch nooit opgelost, want je definiëert iedere keer de spelregels opnieuw. Al houdt dat ook een keertje op. Met aanbesteden is het dan ook nog ingewikkelder te begrijpen, dat het nooit werkt. Dat komt niet alleen omdat de onvolledigheidsstellingen van Gödel ook best wel ingewikkeld zijn, maar vooral omdat er net als bij NIM een soort overruling in zit. Dat had ik ook als kind van 9, waarin je als je te veel wint, de steentjes allemaal 1 voor 1 naar je kop krijgt gesmeten. Ja, laat dan maar. Daarvoor hoeft het spel niet per se kapot te zijn. Het is ook goed vergelijkbaar met de ongeschreven regel dat je bij Monopolie als een ander op de Kalverstraat komt waar jij net een hotel had, dat je dan het bord ondersteboven mag smijten en boos wegstampen. Dat staat niet in de spelregels, nee. Dat zijn de mens-regels. In wezen krijg je dan een heel ander spel. Hoe lang verdraagt hun ego het dat ik altijd win als ik daar zin in heb?

Wat voor spel is dat dan, nou dat is het meer conventionele Master en Servants, spel. Daar moet je maar net zin in hebben. In heel wat ongeschreven regels heeft 3a3 Publishing helemaal geen zin. Het komt erop neer dat jij de aanbesteding gewonnen hebt met een prutsontwerp, en dat de overheid nu toch gaat stampen dat je alsnog een beter ontwerp maakt, terwijl diezelfde overheid nota bene zélf vroeg om dat prutsontwerp voor een fooi. Of dat iedereen weet dat de aanbesteding op zich niet werkt maar dat als je maar klef genoeg bent tegen de overheids-directeur met de dikke pens, dat je dan toch de opdracht weet binnen te halen, zoals ik onlangs hoorde van een dame bij een wegenaannemer die ook voor deze schone taak bedankte, welke vrouw kent dat spel niet?!?

Te oordelen aan het aantal aanbestedingen waar ik ooit heb ingeschreven, heb ik nooit zin in deze ongeschreven regel. Op dezelfde manier als dat niemand in mijn familie Nim met mij wil spelen. Of Risk. Of Monopolie. Het enige onbegrijpelijke is, dat aannemers, taxibedrijven en jeugdzorginstellingen nog wel meewerken aan dat aanbesteden. Als je dan nee zegt, is er toch ineens weer een instelling die ja zegt. Je kan het dus niet afdwingen dat het spel niet gespeeld wordt. Daar had ik als 9-jarige ook last van. Ze werden ook nog kwaad als je geen zin meer had. En als je won. En als je hun liet winnen. Alleen maar verliezers in dit spelletje. Als het niet je geld is, dan is het je ziel. |

mr.drs. S.M. Ploeg
aanbestedingsjurist/filosoof
(geen rechtsfilosoof)

Laatst geupdate op:

redactie Auteur

Geef een reactie