GS Overijssel: “Naam op trein geen belangenverstrengeling”

Gedeputeerde Heidema van Overijssel vindt een naam op een trein nog geen bewijs van belangenverstrengeling. Eerder rees er bij in elk geval Aanbestedingsnieuws wel een wenkbrauw toen bleek dat de naam van de gedeputeerde Boerman van Overijssel twee weken voor de gunningsbeslissing op een trein van de uiteindelijke aanbestedingswinnaar Keolis bleek te staan. Ook de PVV stelde vragen over de naamgeving van de trein.

Die ophef wordt nu betreurd door Commissaris van de Koningin Andries Heidema (CU).

  “Wij betreuren wel de beeldvorming. De naamgeving en de aanbesteding van de concessie waren zo dicht op elkaar dat wij achteraf gezien kunnen zeggen dat dit heeft bijgedragen aan de beeldvorming. We hadden hier meer aandacht voor kunnen hebben.”

Wel een schijn van belangenverstrengeling maar geen belangenverstrengeling, aldus de brief van Heidema. De naam staat daar niet in verband met de gunning van de concessie voor het busvervoer en dat die toevallig 2 weken daarna aan Keolis wordt gegund, komt niet door de heer Boerman om twee redenen:
1 de offertes zijn beoordeeld aan de hand van objectieve criteria,
2 door een onafhankelijk team van de provincie, waar bestuurders geen zitting in hebben.

“De naamgeving op een trein houdt geen enkel verband met de gunning van de concessie voor het busvervoer in IJssel-Vecht. In de aanbestedingsprocedure van het busvervoer in IJssel-Vecht zijn de offertes van de vervoerbedrijven aan de hand van vooraf vastgestelde gunningscriteria beoordeeld door een onafhankelijk team van de provincies Gelderland, Flevoland en Overijssel. Bestuurders hebben hier geen zitting in. Van enige belangenverstrengeling is geen sprake.”

Aanbestedingsnieuws blijft dat toch wel frappant vinden. Ten aanzien van dat eerste is er legio aanbestedingsrechtspraak waarin geoordeeld wordt dat het beoordelen van een aanbesteding inherent subjectief is, al verschilt het op detailniveau waarin de aanbesteding nu precies subjectief is.

Aanbestedingsnieuws deed in samenwerking met 3a3 Consultancy even een vluchtig juridisch onderzoekje. “Enige mate van subjectiviteit is inherent” is de nieuwe catch phrase, alleen dat inherent waaraan verschilt nog een beetje: t.a.v. kwalitatieve gunningscriteria, alle kwalitatieve criteria, de beoordeling  van kwalitatieve criteria , het Gelderse feit dat diverse deels onzekere factoren worden afgewogen en aan de beoordeling van de in dat verband relevante criteria maar de cudo’s van de inkopers moeten toch wel naar de lezing van Noord-Holland gaan, alwaar is geoordeeld dat “[e]nige mate van subjectiviteit is echter inherent aan een aanbestedingsprocedure

Dat vindt 3A3 nu ook altijd al. Subjectiviteit is inherent aan de objectieve aanbestedingsprocedure. Ja mensen, als het bewijs van Gödel al inhield dat een niet-natuurlijke taal noodzakelijk incompleet of contradictoir is, dan is dat ook heus zo voor Aanbestedingsrechttaal. De aardigheid is echter dat het bewijs ervoor inherent nooit compleet is, zodat je wel met 1000000 rechtszaken aan kan komen over al je inkopen, voordat iemand hoeft te erkennen dat 3A3 gelijk heeft.

En ten aanzien van punt 2, hoewel de scheiding tussen bestuur en inkoopteam op zich zeker het geval zal zijn, gelet op hoe het in de regel gaat met inkoopjury’s, kan de beloning vanuit Keolis wel degelijk met het oog op de hangende aanbesteding gedaan zijn. En ook staat die “Chinese muur” niet op zich in de weg van invloed van het bestuur op het inkoopteam. De politie heeft gedoe gehad om minder, (het doorgezaagde mini-pistool)

Betekent dit dat steekpenningen geaccepteerd mogen worden door de overheid, als je ze maar geeft aan iemand die niet direct met de aanbesteding te maken heeft?  Kunnen we dan eindelijk bij Aanbestedingsnieuws onze beoogde klanten paaien met een mooie Beter Niet Aanbesteden-agenda?

 

redactie Auteur

Geef een reactie