Advies CvA: feeling met de cultuur niet transparant

Geschillen

Vandaag heeft de Commissie van Aanbestedingsexperts advies 362 gepubliceerd. Het advies gaat over een raamovereenkomst met meerdere ondernemingen (zes) voor (grafisch) ontwerp- en vormgevingsdiensten.  De aanbestedende dienst vraagt in het bestek om ‘Feeling met de [cultuur van beklaagde]’ en dat is volgens de eisers in strijd met het non-discriminatiebeginsel.

In het advies wordt de aanbestedende dienst aangesproken op het gunningscriterium “Feeling met [cultuur van Beklaagde]”. Op basis van dit gunningscriterium moest het bedrijf tenminste de taal spreken en in het gebied gevestigd zijn.  Blijkens het advies zijn daar al bij de Nota van Inlichtingen kritische vragen over gesteld.

‘Wat is de relevantie van het hebben van feeling met de [cultuur van Beklaagde] dan wel het spreken van de [taal van Beklaagde] voor de effectiviteit van de communicatie tussen gemeente en haar burgers? Dit is hooguit waar als het gaat om een carnavalsvereniging, niet om een vormgevings- of reclamebureau. Het is juist onze expertise als communicatie-deskundigen dat wij, in ons geval, visuele taal begrijpelijk kunnen maken voor elke doelgroep binnen de Nederlandse cultuur, het land waarbinnen wij werkzaam zijn.’

De aanbestedende dienst geeft daar het summiere antwoord op dat het de feeling “getracht te verwoorden in het gunningscriterium.” en . “Wij kunnen uit de door u gestelde vraag niet herleiden wat u nu daadwerkelijk wilt vragen.”

De Commissie van Aanbestedingsexperts gaat allereerst in op de vraag of hier sprake is van strijd met het transparantiebeginsel, aan de hand van onder meer het SIAC-arrest van het Hof van Justitie van de EU. Volgens de CvA is het inderdaad niet transparant.

In het veronderstelde geval dat beklaagde met het gunningscriterium ‘feeling met de cultuur van beklaagde’ niet in een beoordeling van de inschrijvingen heeft voorzien zoals hiervoor bedoeld, staat vast dat zij heeft gehandeld in strijd met haar verplichting om transparant te handelen zoals omschreven in art. 1.9 Aw 2012. In dat geval zal de Commissie niet kunnen vaststellen dat beklaagde ieder risico van favoritisme en willekeur heeft uitgebannen en het klachtonderdeel gegrond oordelen.

Ook geeft de Commissie van Aanbestedingsexperts aan de aanbestedende dienst nog even mee dat het subcriterium ‘plaats van vestiging’, als onderdeel van gunningscriterium ‘feeling met de cultuur van beklaagde’, hoe dan ook niet is toegelaten. Dat ziet op de geschiktheid van de inschrijver in plaats van de geschiktheid van de inschrijving.

Ten slotte heeft de aanbestedende dienst volgens de klager met recht aangevoerd dat het subcriterium van de vestigingsplaats (verkapt) discriminatoir is, onder verwijzing naar het Conste-arrest. Het is de Commissie niet gebleken dat het hanteren van dit subcriterium wordt gerechtvaardigd door redenen van algemeen belang.

Bron: cva-160726_-_advies_362_

Zie: https://www.commissievanaanbestedingsexperts.nl/

Geef een reactie