Zwembadconcessiehouder laat verenigingen niet toe

Zwembad de Boskuul in Lobith wordt geëxploiteerd door NLG. Die heeft daartoe een concessie gewonnen en laat uit hoofde daarvan de lokale zwemvereniging, Zwemvereniging Lobith niet meer toe tot het bad, om ABC-zwemlessen te geven, die NLG zelf ook geeft om het bad mee te kunnen exploiteren. Dat was niet de bedoeling van de gemeente. Die schortte daarom de subsidie op. De zwembadconcessiehouder won een kort geding hierover, in een zaak van 11 februari.

©ZaZ 2016

Nu NLG sinds januari 2018 ZVL geen toegang tot het zwembad meer verleent schiet NLG tekort in de nakoming van de exploitatieovereenkomst, aldus de gemeente. NLG wordt dan ook gesommeerd binnen 30 dagen te bevestigen dat zij ZVL weer in de gelegenheid zal stellen het zwembad te blijven gebruiken op dezelfde wijze en onder dezelfde voorwaarden als voorheen, bij gebreke waarvan NLG een boete van € 1.000,00 met een maximum van € 100.000,00 verschuldigd zal zijn die zal worden verrekend met de exploitatiebijdrage.

Op de achtergrond speelt mee dat de overeenkomst via een concessie is verstrekt, met onvoldoende ruimte om alle eerdere afspraken op detail door te nemen, ook met de stakeholders in het proces. In de uitspraak blijkt het nog maar eens extra van belang omdat de rechter ook, zoals je ook mag verwachten van rechters, kijkt naar de betekenis van de contractuele stukken volgens het onder juristen welbekende Haviltex-criterium, de uitleg die partijen over en weer van elkaar mochten verwachten.

 In het kader van de aanbesteding die heeft plaatsgevonden en het onderzoeken door NLG of en onder welke voorwaarden exploitatie economisch rendabel zou kunnen zijn, zal naar voor de hand ligt een rol hebben gespeeld met gebruik door welke verenigingen NLG rekening moest houden. Dat volgt ook uit het ondernemersplan waarin ook met zoveel woorden is opgenomen dat de gevraagde exploitatiebijdrage daarvan afhankelijk is. Volgens NLG is haar voor of bij het sluiten van de overeenkomst op geen enkele wijze medegedeeld of duidelijk geworden dat zij ZVL in de gelegenheid zou moeten stellen om zwemlessen te geven in het zwembad tegen tarieven als bedoeld in art. 3 leden 3 en 5. De gemeente stelt zich op het standpunt dat NLG dat wel bekend was en in ieder geval had behoren te zijn.

En is dat dan duidelijk? Nee. Dat blijkt niet voldoende uit de overgelegde stukken, en moet uitgebreid worden uitgezocht in een bodemprocedure.

Dat dit NLG bekend was kan echter niet met voldoende zekerheid uit de overgelegde stukken worden afgeleid. Daarvoor zal nader onderzoek en/of bewijslevering nodig zijn, waarvoor in een kort gedingprocedure geen plaats is.

NLG is terecht een kort geding aangegaan. De gemeente wordt veroordeeld in alle kosten en om de opgeschorte subsidie alsnog te betalen.

Bij het sluiten van het contract na afloop van de aanbesteding, breekt de contractuele fase aan. Dat wordt maar al te vaak vergeten bij elk contract. En dat is ook wanneer aanbestedende diensten direct na een aanbesteding doorhollen naar weer de volgende aanbesteding. Alles wat voor de vorm snel is afgehandeld, om er maar vanaf te wezen, of omdat het nu eenmaal altijd zo gaat, blijkt tijdens zo’n geschil ineens een lelijke adder onder het gras. Goed om van te voren rekening mee te houden. Voor alle andere concessie-overeenkomsten voor zwembaden, en die worden door het hele land gesloten, is het maar weer een wijze les. Harde eisen moeten duidelijk gesteld zijn.

Let erop; dat er in het contract maar voor zover mogelijk ook al in de aanbesteding zelf heel heel duidelijk in staat, bijvoorbeeld welke zwemverenigingen toegang tot het bad moeten hebben en welke eisen daaraan zoal gesteld kunnen worden. Harde eisen kun je er wel latent op nahouden, in de vooronderstelling dat het goed gaat, maar het gaat nu eenmaal niet altijd goed. Dan draait het er achteraf om of je het duidelijk en ondubbelzinnig genoeg voor de ander op papier hebt gezet.

https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBGEL:2020:884

redactie Auteur

Geef een reactie