Zeeuwse taxiklucht nu weer gegund aan taxi de Zwart

Algemeen, Concessies

Na een serie uitspraken wordt de opdracht voor WMO-Vervoer in Zeeuws Vlaanderen gegund aan Taxibedrijf de Zwart uit Breskens. De lokale PZC spreekt van een soap. In de onderliggende processtukken blijken de gemoederen inderdaad hoog op te lopen. De opdracht zou eerst naar Taxi de Vlieger gaan, maar een collectief van samenwerkende taxi’s, dat de opdracht tot dan toe uitvoerde, kwam daar in mei succesvol tegen in beroep. De opdracht zou of opnieuw wezenlijk gewijzigd moeten worden aanbesteed of opnieuw moeten worden beoordeeld, zo oordeelde de voorzieningenrechter in mei, dit in verband met de gebruikte, relatieve beoordelingssystematiek.

Daarmee is het verhaal nog niet afgelopen. De Zeeuwse samenwerking zet dan in juni een nieuwe -wezenlijk gewijzigde- aanbesteding in de markt. In oktober verzette taxibedrijf de Zwart uit Breskens, zich daartegen. Het Zeeuwse samenwerkingsverband stelde daarop voor kort gedingrechter dat een herbeoordeling zoals de rechter had geoordeeld, niet meer mogelijk zou zijn. Volgens het samenwerkingsverband heeft eenieder in aanbestedingsland kennis kunnen nemen van dit eerste kort gedingvonnis, zodat iedere potentiële herbeoordelaar weet dat het hierbij om [eiser] gaat. Bovendien was de opdracht inmiddels wezenlijk gewijzigd, door het vervallen van het haltetaxivervoer. zeeuwsvlaanderen

In oktober stonden de partijen opnieuw voor de rechter. Hieruit bleek dat het collectief na juni had besloten de opdracht maar niet meer te herbeoordelen maar in te trekken. Er kwam een nieuwe aanbesteding.

de inkopers stelden in de brief bij de gunningsbeslissing over de uitspraak van 30 juni korzelig:

2. De voorzieningenrechter heeft, door aan te geven dat de mogelijkheid van pinbetalingen niet hoog had mogen worden gewaardeerd, bepaald wat het Samenwerkingsverband in het kader van deze aanbesteding belangrijk had moeten vinden en wat niet. Dit is echter afwijkend van het hetgeen het Samenwerkingsverband daadwerkelijk belangrijk vindt. In de nieuwe aanbesteding zal de mogelijkheid tot het betalen met pin dan ook als eis worden meegenomen.
3. Voor een tweede beoordelingscommissie, die de uitkomst van de openbare uitspraak moet hanteren, is het niet meer mogelijk om tot een objectieve afweging te komen. Zij zijn tenslotte op de hoogte van de inhoud van het vonnis. Anoniem en objectief beoordelen wordt daardoor onmogelijk.

Taxi de Zwart uit Breskens vocht die beslissing van de inkopers aan. De (tweede) voorzieningenrechter van oktober stelde daarop dat de inkopers de aanbesteding niet opnieuw mochten aanbesteden. De voorzieningenrechter van oktober oordeelde daarop dat zowel intrekken van de opdracht als heraanbesteden van de opdracht niet is geoorloofd. Een nieuwe aanbesteding met alle kosten die daarmee gepaard gaan, is in strijd met de pre-contractuele redelijkheid en billijkheid.

Het Samenwerkingsverband is wél van plan de opdracht opnieuw aan te besteden en hij is daartoe uit hoofde van zijn publieke taak tot uitvoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 (dat een relevant deel van de opdracht vormt) ook nog verplicht. Het gaat hier dus niet om een opdracht die achterwege kan of zal blijven. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het oordeel waarom niet tot heraanbesteding mag worden overgegaan in dit geval eveneens de conclusie rechtvaardigt dat intrekking van de aanbesteding niet gerechtvaardigd is.

Je mag de opdracht dus niet intrekken. Je mag de opdracht ook niet heraanbesteden. Herbeoordelen moet, maar dat kan niet. En uitgaan van de oorspronkelijke gunningsbeslissing was al in een eerdere uitspraak van tafel. Zomaar gunnen aan taxibedrijf Breskens had ook niet gekund, voegt de rechter daaraan toe. Want: “Uit de wet volgt dat de gunningsbeslissing nog geen wilsovereenstemming impliceert.”

Wat kun je dan nog, kan je je afvragen. De voorzieningenrechter laat dat aan de aanbestedende dienst. En merkt daarbij op, wat je smalend zou kunnen noemen: “Een dwangsom wordt niet nodig geacht. Van het Samenwerkingsverband, als publiekrechtelijk lichaam, mag worden verwacht vonnissen vrijwillig na te komen.”

Drie maanden later wordt de opdracht alsnog herbeoordeeld en gegund, maar nu aan taxibedrijf de Zwart uit Breskens. Vraag maar niet waarom.

Geef een reactie