Uitspraak KPN – Gelderland een aanbesteding mag worden beoordeeld op presentatie

KPN heeft beroep aangesteld tegen een aanbesteding van provincie Gelderland, die gewonnen is door OGD. Het draaide hierbij om de vraag of de provincie de inzending van KPN aan de hand van een presentatie kon beoordelen. KPN kon de presentatie immers niet bijwonen en de beoordeling ervan hoeft dus niet objectief te zijn, zo stelt KPN. Kan een presentatie een zelfstandig subgunningscriterium zijn?

De rechter overweegt van wel, omdat er een subgunningscriterium op het gebied van kwaliteit in het bestek was opgenomen.  Expliciet is weergegeven dat een van die criteria de presentatie betreft, die voor 8% meeweegt in de totale puntentelling van het gunningscriterium kwaliteit en waarvoor maximaal 64 punten kunnen worden behaald. Dan kan de presentatie worden meegenomen. Als KPN twijfelt of het in strijd is met de regels, dan had het daarover eerder vragen moeten stellen, voorafgaand aan de inschrijving.

Bron: Pixabay, PanjoyCZ
https://pixabay.com/nl/users/PanJoyCZ-719461/

Nu uit de aanbestedingsdocumenten blijkt dat de presentatie een subgunningscriterium op het gebied van kwaliteit is, kan de presentatie als zodanig worden meegenomen bij de beoordeling. Indien KPN van mening was/is dat dit in strijd met de vigerende regelgeving is, dan wel haar twijfels hierbij had, had zij hierover vragen kunnen stellen voorafgaand aan haar inschrijving. Dit heeft zij evenwel niet gedaan, zodat zij in dat opzicht te laat is om hierover thans nog te klagen.

Hoe kan het dan dat OGD op die presentatie 75 punten haalt en KPN maar 25 terwijl KPN op alle andere onderdelen steeds met minimaal 50 punten is beoordeeld? Volgens KPN is de presentatie niet objectief  beoordeeld. Daarover overweegt de rechter dat het op gespannen voet staat met een objectieve beoordelingssystematiek maar dat houdt niet in dat er dan automatisch strijd is met het beginsel van gelijke behandeling of transparantie. Subjectiviteit is inherent aan de beoordeling van een presentatie:

Daarnaast geldt dat enige mate van subjectiviteit inherent is aan de beoordeling van een kwalitatief subgunningscriterium als ‘presentatie’, zoals hier aan de orde. Weliswaar staat dat enigszins op gespannen voet met de objectieve beoordelingssystematiek van het aanbestedingsrecht en de daarop toepasselijke beginselen van transparantie en gelijke behandeling, maar het behoeft als zodanig nog niet met zich mee te brengen dat ook daadwerkelijk sprake is van strijd met dat recht en/of die beginselen. Van belang is dat i) het voor een potentiële inschrijver volstrekt duidelijk is wat er van hem wordt verwacht, (ii) de inschrijvingen aan de hand van een zo objectief mogelijk systeem worden beoordeeld en (iii) de gunningsbeslissing zodanig inzichtelijk wordt gemotiveerd dat het voor een afgewezen inschrijver mogelijk is om de wijze waarop de beoordeling heeft plaatsgevonden te toetsen.

Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBGEL:2017:2042

redactie Auteur

Geef een reactie