Kamervragen over huisbankier ING

Christenunie, Groenlinks en PvdA hebben kamervragen gesteld over de recente veroordeling van de ING voor witwassen. De zakenbank accepteerde een “transactie” van €775 miljoen in verband met het stelselmatig overtreden van de witwasregels en het overtreden van de wet ter voorkoming van het financieren van terrorisme.

De aanleiding voor het onderzoek van het OM was dat in meerdere strafrechtelijke onderzoeken verdachte bedrijven of personen rekeningen bij ING NL aanhielden. Via andere Nederlandse rekeningen en via een leverancier van damesondergoed werd geld witgewassen en de controle daarop was minimaal.

De kamerleden willen onder meer weten of de Eigen Verklaring vals is ingevuld door de ING nu het volgens de kamerleden verplicht is zich aan de wet te houden. In eerdere brieven aan de Kamer liet het kabinet juist weten dat de ING voldeed aan alle eisen van de aanbestedingsdocumenten.

Zie Kamerstukken II, 2018/19, Vraagnummer 2018Z18168

Vraag 1

Herinnert u zich uw beantwoording van eerdere Kamervragen over de ING als huisbankier van de staat, waarin staat dat gegadigden in een aanbestedingsprocedure zich aan de wet dienen te houden?1 Deelt u de mening dat dat gezien de transactie ex artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht, zoals die recentelijk door het openbaar ministerie (OM) aan ING is aangeboden, niet het geval geweest is lopende de door het Ministerie van Financiën aanbestede opdracht?

Vraag 2

Heeft ING bij de aanbestedingsprocedures in de periode 2014–2017 een of meerdere keren een (model voor een) eigen verklaring als bedoeld in de Aanbestedingswet 2012 (Regeling modellen eigen verklaring) ingevuld en ingestuurd?

Vraag 3

Heeft ING in een of meerdere eigen verklaring verklaard dat er geen sprake is van (een veroordeling vanwege) witwassen van geld?

Vraag 4

Heeft u nog steeds de mening, zoals in uw eerdere antwoorden geschreven, dat ING nog steeds voldoet aan de destijds gestelde eisen in de aanbestedingsdocumenten? Zo ja, bent u nog steeds die mening aangedaan, gezien de transactie ex artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht, zoals die recentelijk door het OM aan ING is aangeboden? Zo nee, waarom niet?

Vraag 5

Valt het handelen van ING, zoals vastgesteld voorafgaand aan de transactie ex artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht, zoals die recentelijk door het OM aan ING is aangeboden, onder de verplichte uitsluitingsgrond bij aanbestedingen zoals bedoeld in de Aanbestedingswet 2012? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?

Vraag 6

Welke consequenties heeft het antwoord op de vorige vraag voor ING bij mogelijke aanbestedingsprocedures van overheden in de komende jaren?

Vraag 7

Bent u het ermee eens dat het niet aan wet- en regelgeving voldoen, zoals regelgeving om witwassen tegen te gaan, gevolgen moet (kunnen) hebben bij de volgende aanbestedingsprocedure?

Vraag 8

Bent u bereid af te zien van een eventuele verlenging van het contract in 2020, gezien de gebeurtenissen bij ING?

Vraag 9

Wilt u bovenstaande vragen een voor een en inhoudelijk beantwoorden?



										  

redactie Auteur

Geef een reactie