Kamervragen over het bijwerken van milieucriteria PIANOo

Algemeen, Duurzaam

Kamerleden van Groen Links hebben schriftelijke vragen gesteld naar aanleiding van een herhaald benchmarkonderzoek van de Stichting Natuur en Milieu. Uit eerder onderzoek bleek al in november 2016 dat gemeenten niet duurzaam inkopen. De Stichting heeft nu 21 november 2017 opnieuw een persbericht de deur uit gedaan, over een hernieuwd onderzoek naar nog eens 70 aanbestedingen.

Natuur en Milieu concludeert “Luchtkwaliteit en CO2-uitstoot zijn voor gemeenten nauwelijks van belang bij de inkoop van hun wagenpark. Bij aanbestedingen voor voertuigen vraagt slechts 24% van de gemeenten om minimale randvoorwaarden voor milieu. Dat terwijl gemeenten hebben toegezegd vanaf 2015 al volledig duurzaam in te kopen. ” Nadat Binnenlands Bestuur dat in eigen woorden heeft overgeschreven (en de website van PIANOo dat weer, haha) besloot Groen Links daar vragen over te stellen.

Bijgewerkte Milieucriteria

Een van de redenen daarvoor was dat gemeenten werkten met niet-bijgewerkte milieucriteria voor doelgroepenvervoer. Die criteria dateerden uit 2011. De milieucriteria voor contractvervoer zouden daarop begin 2017 worden bijgewerkt door PIANOo en op 23 mei konden we berichten dat de Milieucriteria geactualiseerd waren.

In het onderzoek van Natuur en Milieu zijn alle 70 aanbestedingen van de in totaal 218 gemeenten gerangschikt die vanaf medio 2016 tot de eerste helft van 2017 een aanbestedingstraject voor mobiliteitsinkoop hebben doorlopen. Het onderzoek dateert dus van vóór de publicatie van de milieucriteria, met uitzondering misschien van al die aanbestedingen tussen 23 mei en 1 juli.

De Kamervragen

Voor het nageslacht maken we hier even een kopie van de kamervragen:

De Kamerleden willen nu onder meer weten, hoe het nu kan dat nog altijd 72% van de gemeenten minder goed presteert dan de landelijke inkoopcriteria. Ook willen de kamerleden weten of nu alle gemeenten op de hoogte zijn van de nieuwe milieucriteria. Zie:

1) 2
Deelt u de analyse, voortkomend uit de benchmark van Natuur en Milieu, dat een groot aantal gemeentelijke knelpunten het streven naar duurzaamheid in de weg zitten? Zo ja, hoe kunnen deze knelpunten weggenomen worden? Zo nee, waarom niet?
3
Beschikken gemeenten naar uw oordeel over voldoende expertise om – soms ingewikkelde – aanbestedingsprocedures adequaat te kunnen uitvoeren? Zo ja, hoe verklaart u dat uit de benchmark naar voren komt dat nog altijd 72 procent (en bij het doelgroepenvervoer zelfs 79 procent) minder goed presteert dan de landelijke inkoopcriteria (minimumeisen en gunningscriteria), zoals opgesteld door het Expertisecentrum Aanbesteden van het Ministerie van Economische Zaken (PIANOo) ? Hoe vaak wordt gebruik gemaakt van de opgezette expertpool en worden deze aanbevelingen ook opgevolgd?
4
Bent u bereid om de aanbevelingen die uit de benchmark van Natuur en Milieu naar voren
komen met de gemeenten te bespreken en hen aan te sporen bij nieuwe aanbestedingen de aanbevelingen uit de benchmark zoveel mogelijk over te nemen? Zo nee, waarom niet?
5
Herkent u zich in de conclusie van het onderzoek dat jarenlang de criteria voor doelgroepenvervoer sterk verouderd waren? Zijn alle gemeenten inmiddels op de hoogte van de nieuwe criteria, zoals opgesteld door PIANOo ?
6
Bent u bereid om, wanneer er geen duidelijke verbeteringen plaatsvinden, nadere stappen te zetten om ervoor te zorgen dat in de toekomst gemeentelijke wagenparken zo duurzaam mogelijk zullen worden? Zo ja, wat voor stappen? Zo nee, waarom niet?

Niet genoeg

Nu zijn de nieuwe criteria er dan eindelijk maar dat is nog niet genoeg. De Stichting heeft nog extra aanbevelingen:

Nu er nieuwe criteria zijn gepubliceerd door PIANOo, adviseert Natuur & Milieu deze nieuwe eisen en
gunningscriteria te gebruiken als leidraad, met een voldoende zware weging van de gunningscriteria. Het direct overnemen van deze criteria is echter onvoldoende voor een duurzame aanbesteding. Voor gemeenten met duurzaamheidsambities is meer nodig. Hiervoor doet Natuur & Milieu zeven suggesties:

1. Stap over op emissieloos (elektrisch) waar mogelijk en verban vervuilende dieselvoertuigen
Overstappen op elektrisch rijden op stroom levert verreweg de meeste winst op voor de luchtkwaliteit en het klimaat. Auto’s, bestelbusjes en speciale voertuigen zoals veegwagens kunnen vaak al elektrisch worden uitgevoerd. Dit wordt door verschillende gemeenten ook al toegepast.

Belangrijk is om naar de kosten op langere termijn te kijken. Vaak verdienen de meerkosten  zich deels terug door lager verbruik. Zo zijn elektrische voertuigen duurder in aanschaf, maar zijn de kosten voor energie (elektriciteit) en onderhoud lager dan bij een dieselvoertuig.
2. Sluit dieselvoertuigen en biobrandstof uit landbouwgewassen zo veel mogelijk uit
Zorg ervoor dat je dieselvoertuigen uitsluit, vanwege de hoge emissies stikstofoxiden en daarmee de grote gezondheidsschade, ook bij nieuwere voertuigen (Euro 6/VI). Voor het klimaat is het belangrijk om, als er al om biobrandstoffen gevraagd wordt, biobrandstoffen uit landbouwgewassen uit te sluiten. Neem daarvoor als eis op dat de biobrandstoffen uit afval en reststromen afkomstig moeten zijn. Dit zit momenteel niet in de landelijke inkoopcriteria; daarin wordt verwezen naar de
ISCC-normering. De ISCC normering sluit echter schadelijke biobrandstoffen uit voedselgewassen niet uit. Zelfs biobrandstoffen die zorgen voor meer schade aan het klimaat en biodiversiteit dan fossiele brandstoffen, zoals palmolie, zijn nog toegestaan onder ISCC.31 30) De milieuprestaties van de verschillende alternatieven brandstoffen lopen ver uiteen.
3. Maak voldoende onderscheid in de weging tussen verschillende brandstoffen en voertuigen
Kies, als volledig elektrisch nog niet mogelijk is voor personenauto’s voor een zuinige plug-in met als derde optie een voertuig op waterstof of CNG (mits er echt groen gas getankt wordt). Voor bestelwagens zijn inmiddels een aantal elektrische (ombouw) modellen beschikbaar. Als dit echt niet haalbaar is, zijn waterstof of groen gas de beste opties. Vraag niet enkel ‘alternatieve brandstoffen’, maar specificeer welke: elektriciteit, groen gas. Als er niet met eisen maar met een gunningsvoordeel wordt gewerkt, baseer het voordeel dan op de milieuwinst van de verschillende alternatieven en op wat marktpartijen nodig hebben om schone alternatieven, zoals elektrische voertuigen, concurrerend te kunnen aanbieden. Als er geen onderscheid wordt gemaakt is het voor de aanbieder het meest voordelig om de goedkoopste optie aan te bieden. En dat is meestal niet het voertuig met de beste milieuprestatie. In veel aanbestedingen zagen we dit jaar bijvoorbeeld een hoog voordeel voor Euro 6-diesels of werden groen gas, biodiesel en elektrisch bijna gelijkgesteld. Dan is het risico groot dat de minst duurzame en vaak goedkoopste optie de meeste punten in de gunning krijgt. De landelijke inkoopcriteria geven nog geen goed handvat. Uitvragen aan marktpartijen en ervaringen met de gunningstrajecten van anderen zijn nodig om per aanbesteding goede weegfactoren vast te stellen.
4. Hanteer daarnaast een voldoende weging van duurzaamheid en voldoende lange looptijden (bij voorkeur 7 jaar) Om duurzame voertuigen concurrerend te kunnen aanbieden, moeten marktpartijen de investeringskosten kunnen terugverdienen. Dat vraagt om een voldoende zware weging van de gunningscriteria ten opzichte van de prijs. Daarnaast is de contractperiode belangrijk. De voertuigen gaan al snel zes tot tien jaar mee. Een contractperiode van drie jaar is momenteel vaak de norm. Dit maakt het voor aanbieders onaantrekkelijk om duurzame voertuigen aan te bieden.
5. Eis maatregelen die brandstofbesparing opleveren
Er is een brandstofbesparing van ongeveer 40 procent mogelijk door het inzetten van zuinige voertuigen (met CO2-normen of een energielabel), Het Nieuwe Rijden, zuinige banden en applicaties in de auto zoals een start-stopsysteem of een schakelindicator. Deze maatregelen leveren naast milieuwinst ook een aanzienlijke kostenbesparing op. Zie voor meer informatie de top 10 zuinige bestelauto’s van de ANWB en Natuur & Milieu, of voor zuinig banden: kiesdebesteband.nl.
6. Zorg voor minder (auto)kilometers
De gereden kilometers worden vaak worden verminderd met slimme logistiek of door bundeling van de verschillende typen doelgroepenvervoer en het reguliere OV. Ook dit levert zowel een kostenbesparing als milieuwinst op. Voor het eigen wagenpark zijn er alternatieven voor de auto, zoals een aantrekkelijke fietsregeling, een flexibele mobiliteitskaart en het aanbieden van deel- of poolauto’s. De behaalde winst verschilt sterk per geval. Zie voor meer informatie de speciale website van kennisplatform CROW over doelgroepenvervoer. Voor het eigen wagenpark zijn er alternatieven voor de auto, zoals een aantrekkelijke fietsregeling, een flexibele mobiliteitskaart en het aanbieden van deel- of poolauto’s.
7. Daag de markt uit, maar blijf concreet 
Bij sommige aanbestedingen werd er gevraagd om aanvullende duurzame maatregelen. Er werd bijvoorbeeld aan de aanbieders een plan gevraagd waarin ze aangeven welke extra (milieu)kwaliteit ze kunnen leveren.

Zonder een helder kader, bijvoorbeeld de ambitie van gemeenten om over te stappen op zero emissie, is dat niet altijd effectief. Geef dus ook aan wat je belangrijk vindt en waar de focus moet liggen, zodat dit duidelijk is voor de inschrijvende partij. En zorg dat je als gemeente voldoende kennis in huis hebt om de voorstellen goed te beoordelen. Vooral van alternatieve brandstoffen zijn de verschillen in effecten soms groot. Gebruik ook hiervoor de factsheets inkoop schone bestelwagen en personenwagen.

Geef een reactie