Concurrentiegevoelige informatie via rechter weggeven eigen verantwoordelijkheid

Algemeen, Geschillen

In een kort geding tussen een verwerker van huishoudelijk afval en de Kempengemeenten heeft de rechter opgemerkt het de eigen verantwoordelijkheid van de partijen is om concurrentiegevoelige informatie weg te geven tijdens een proces. Dat “berust op een eigen keuze om op die wijze haar vordering toe te lichten”, zo stelt de rechter vast. Dat verplicht de tussenkomende partij niet om een mogelijk door eisers zelf geschapen concurrentienadeel weg te nemen door dan ook haar eigen inschrijving over te leggen. De uitspraak valt op, niet alleen vanwege de uitspraak zelf maar ook vanwege de procesorde.

De eiser stelde

a. de Kempengemeenten hebben de puntentoekenning van het 60/40 systeem niet juist toegepast;

b. de Kempengemeenten hebben de inschrijving voor wat betreft social return onjuist gelezen, waarbij de Kempengemeenten apert ten onrechte hebben verondersteld dat [eiseres] huidige medewerkers zou gaan ontslaan;
c. de Kempengemeenten hebben ten aanzien van het aspect duurzaamheid miskend dat [de eiser] 25% meer voertuigen moet inzetten, waarbij door het niet compartimenteren van de voertuigen ook nog eens voor iedere afvalstroom een afzonderlijke inzamelwagen nodig is; door

Bron afbeelding: https://commons.wikimedia.org/wiki/File:'s-Hertogenbosch_-_Paleis_van_Justitie.jpg
Bron afbeelding: Cro-Cop https://commons.wikimedia.org/wiki/File:’s-Hertogenbosch_-_Paleis_van_Justitie.jpg

gebruikmaking van slechts één overslaglocatie buiten het verzorgingsgebied maakt [B] naar schatting 25 tot 45% meer kilometers dan [eiseres] .

De advocaten van de eiser weigerden om hun processtukken met concurrentiegevoelige informatie over te leveren aan de gevoegde partij.

In weerwil van het verzoek van de advocaten van [B] , heeft de advocaat van [eiseres] geweigerd ter voorbereiding van de zitting een afschrift van de inleidende dagvaarding en haar producties vooraf aan [B] te verstrekken.

Maar daarop wordt tijdens de zitting aan de advocaten duidelijk dat de concurrent desondanks toch over de dagvaarding met daarin de concurrentiegevoelige informatie beschikt!

Ter zitting bleken de advocaten van [B] desgevraagd van de advocaat van de Kempengemeenten de beschikking te hebben gekregen over de dagvaarding en een deel der producties.

Het had op de weg van de eiser gelegen om de stukken openbaar te maken met weglating van de concurrentiegevoelige informatie, zo stelt de rechter, daarop.

De voorzieningenrechter heeft daarop te kennen gegeven dat hij het aan partijen zelf overlaat om te bepalen welke stukken zij al dan niet in het geding wensen te brengen ter toelichting op of ter onderbouwing van hun stellingen. De voorzieningenrechter heeft de eiser niet verplicht haar eigen inschrijving over te leggen. De door eiseres benadrukte omstandigheid dat zij bij dagvaarding concurrentiegevoelige stukken betreffende haar inschrijving in het geding heeft gebracht, berust op een eigen keuze om op die wijze haar vordering toe te lichten. Dat verplicht de tussenkomende partij [B] niet om een mogelijk door [eiseres] zelf geschapen concurrentienadeel weg te nemen door dan ook haar eigen inschrijving over te leggen. Partijen mogen hun eigen processtrategie kiezen. De consequenties van hun keuzes laat de voorzieningenrechter voor henzelf.

Die eigen verantwoordelijkheid valt op, omdat enkele zinnen eerder dezelfde rechter nog overwoog dat het juist nodig was om de stukken in te zien om tot een verantwoorde beslissing te kunnen komen.

De voorzieningenrechter heeft daarop beslist dat hij over het wel of niet in het geding brengen van stukken door [B] pas na het terzake horen van partijen, in het bijzonder [B] zelf, een verantwoorde beslissing zou kunnen nemen, dus op de zitting waar naar verwachting alle partijen zouden verschijnen en ten overstaan van de voorzieningenrechter hun visie zouden kunnen geven.

Dus het is aan de partijen zelf om stukken in te brengen, behalve als het dat niet is, dan brengt een [geheimzinnige onbekende] de stukken in bij de tegenpartij. Wat vindt de rechter van de uitspraak in de hoofdzaak?

Ten aanzien van de claim van social return, dat de mensen werkzaam voor de ophaaldienst, door de werkgever eerst zouden moeten worden ontslagen en dan social return opnieuw in dienst genomen, overweegt de rechter, dat het bewijs daarvoor een eenzijdige weergave van het verificatiegesprek bij de gunningsbeslissing was. De gemeente bestrijdt de inhoud van het verificatiegesprek ter zitting. Allleen van de toelichting op de gunningsbeslissing mag worden uitgegaan.

Ten aanzien van het duurzaamheid merkt de rechter op dat de marginale toetsing in combinatie met het aspect duurzaamheid de behaalde score niet onaannemelijk is.

De door de Kempengemeenten uitdrukkelijk gevraagde innovatieve benadering en het feit dat aan de inschrijvers veel ruimte is gelaten bij de invulling van het aspect duurzaamheid, in combinatie met de rechterlijke marginale toetsing, maakt dat niet aannemelijk is geworden dat de Kempengemeenten redelijkerwijs niet tot de toekenning van 6 punten aan [eiseres] hadden kunnen komen

Wie dit allemaal niet met elkaar kan rijmen, heeft wellicht meer aan overweging 4.10 van de rechter. Bij de rechter moet je sowieso niet zijn, zo meldt de rechter in dezelfde uitspraak:

Rechters gedijen bij harde feiten naast een scherpe maatstaf. Beide ontbreken hier. Wie evenwel, zoals hier [eiseres] , inschrijft op een aanbesteding, waarin vooraf voor alle inschrijvers op gelijke voet kenbaar is dat er sprake is van ruim omschreven subgunningscriteria en een open norm als maatstaf (het is vooraf transparant dat het intransparant zal zijn), kan van de rechter, die op het terrein van de opdracht over minder specifieke expertise pleegt te beschikken dan de aanbestedende dienst en de doorgaans deskundige inschrijvers, slechts een beperkte toetsing van de beoordeling van de inschrijving verwachten.

https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBOBR:2016:6603

Geef een reactie