Column: Aanbestedingsfilosofie

Algemeen, Beleid

Meestal gaat alles gewoon zijn gangetje. En soms ineens niet. Dan werkt echt niets meer. Ja natuurlijk. Je moet wel iedereen een gelijke kans geven. Volgens het non-discriminatiebeginsel. En je moet een transparante, objectieve keuze maken waarbij de winnaar echt eerlijk gewonnen heeft.

Je moet iemand uitkiezen en het moet ook nog eerlijk. Kortom je moet aanbesteden. Hoe kan dat nu. Hoe kan je nu iemand uitkiezen op zo’n manier dat iedereen een gelijke kans heeft?
“Ja maar het is de wet.”
“Ja maar het gaat niet.”

“Alleen met loting” zegt er dan soms een Rien Dobbelsteen, maar dat is natuurlijk helemaal niet kiezen. Als je het zo doet als het moet, dan kan het zeker niet. En als je dan toch iets doet, krijg je er zeker gezeik mee. Of je doet wat ze zeggen en er komt geen enkele reactie op. Wat willen ze dan, dat je doet? De hele dag op de bank blijven liggen wachten tot er niets gebeurt? Krijg je dan nog wel uitbetaald?

Damned if you do and damned if you don’t. Als je vervloekt bent als je linksom gaat en als je vervloekt bent als je rechtsom gaat, ga je dan linksom of rechtsom? Allebei is even stom. Veel tijd om te beslissen, is er ook nog eens niet. Als het erop aan komt, dan gaat t toch wel en dan gaat het ook nog fout. Wat je ook doet, is fout. Vandaar dat een kat in het nauw ooit rare sprongen kan maken. Daar kun je die kat dan niet echt de schuld van geven. Maar dat gebeurt dan toch vaak wel. Zielig voor de kat, maar ja. Ja, iemand is het zieligst.

Meestal lossen katten dat heel simpel op. Als ze niet links erdoor kunnen en niet rechts erdoor kunnen, dan gaan ze er maar een beetje bij liggen. Dat doen ze dan de hele dag. Om er dan met een tientonnertruck overheen te rijden, alleen om te laten zien dat jij gelijk hebt en die whiskasvreter niet, dat is ook weer zoiets. Dat kun je één keer doen, maar er zijn gewoon echt heel veel katten. Je kan niet over alle katten heen rijden. Ik ben dan ook gepromoveerd op mijn Facebook timeline, waarop ruimschoots bewezen is, dat er oneindig veel katten zijn.

Als je niets kan, dan kan je alles. Ook al kan je dan eigenlijk ook niet echt alles, en krijg je dan nog niet je zin. Ja dat is heel erg vervelend. Als je daar te lang over na gaat denken dan komt het erop neer dat je de rest van je leven met je armen gespreid op de grond gaat liggen omdat je dan de hele wereld vasthoudt en je de baas bent van de wereld.

Het enige dat er dan op zit, is vergeving van de kat. Niet omdat je het hem gunt, maar omdat het beter is voor je eigen hart. Ook al is het maar een kat. Dan zul je zelf ook genoegen moeten nemen met een beetje minder. Die kat doet dat toch ook? Zo schiet er ook nog een schoteltje melk over van alle energie die je er anders aan verspild zou hebben, voor dat rotbeest.

Mannen kunnen dat niet. Dat tuig schiet dan alles en iedereen neer, alleen om ervoor te zorgen dat de kat het linker of het rechterstraatje in loopt. Dan stampen ze met een rood hoofd de kat kapot. En krijsen ze “zie je nou wel”. En daarna komt er weer een kat. En die schieten ze dan weer dood. En daarna kopen ze een bumpersticker, waarop staat dat ze over de kat heen rijden. Dat kan erg lang doorgaan. Er zijn oneindig veel katten.

Het is een ernstige ziekte. Er zijn er miljoenen aan dood gegaan. Dat was nergens voor nodig.

Annemaria Koekoek
akoekoek@3a3.nl
prof. Aanbestedingsfilosofie
Universiteit van Helmond

Geef een reactie