Zomerspecial: post truth relatiemanagement

Post truth. Dat is het woord van 2016, voor al die emoties in het licht waarvan de waarheid niet relevant is. Dat is tenminste de veronderstelling, dat de waarheid ooit niet-relevant is. Er is geen enkele objectieve maatstaf, je wil gewoon in zee met Leverancier X want die is nu eenmaal het beste ook al is tie dat niet. Feiten doen er niet toe.

Waarheid is niet het enige dat meespeelt, als het gaat om inkoop.Vaak heeft het met een inkoop ook niet veel zin om toe te lichten waarom. Waarom kocht je net een blikje mais. Omdat je er zin in had? Waarom had je er zin in? En waarom nam je de goedkopere en niet de duurdere? Het is toch zomer, waarom kocht je niet een verse mais. Ja dat is gedoe. Soms gaat het om wat je voelt. Als je dat steeds opnieuw transparant en objectief moet toelichten aan je kinderen voor je hele zaterdagse boodschappenwagen, word je dat ook gauw beu.

Waarheid en emoties

Maar al die inkopen zijn niet volledig los van waarheid. Post truth luisteren naar emoties ongeacht waarheid, gaat eraan voorbij dat een bepaalde emotie ook informatie is aan jou. Een emotie is een gegeven dat een reden, zo niet een oorzaak heeft en die redenen zijn relevant voor wat je met die informatie moet doen. Het maakt nogal uit of ik nekpijn heb door een eerder ongeval of omdat ik slecht in mijn bureaustoel zit, of omdat de stoel slecht is. In het eerste geval valt er misschien niet veel aan te doen. Als het ligt aan mijn houding, moet ik anders zitten en als het ligt aan de stoel moet ik inkopen.

Stel: je hebt het gevoel ik heb geen zin om naar deze of gene leverancier toe te gaan. En dan doe je het dus maar niet. Dat kan altijd. Maar de feiten waarom je dat gevoel hebt, maken nogal wat uit. Zo kun je dat gevoel omdat die leverancier een lelijke baard heeft waar allemaal eten in blijft hangen. Daar kan je dan nog best wel sinaasappels kopen, maar die fetakaas die in die open bakjes ligt, in een vieze ouwe koelkast… dat gaat gewoon te ver

Relatiewanbeheer

Maar het kan ook zijn dat je het zelf verpest hebt, bijvoorbeeld door hem te treiteren met allerlei akelige aanbestedingen. Hij wilde komen praten over zijn product, jij stuurde een tender. Hij vroeg: “wat is dit”, jij stuurde een linkje met een instructiefilm van Tenderned. Hij zei “Dat meen je toch niet… moet ik dit allemaal invullen” en jij antwoordde via een Nota van Inlichtingen die je op TenderNed hebt gezet, dat hij daarnaast ook nog een Uniform Europees Aanbestedingsdocument moet invullen. Hij zei “kan ik je even alleen spreken”, jij maakte dat je wegkwam om niet van collusie, of nog erger, relaties beschuldigd te worden. Ja, de pers was erbij.

Bron: Wikicommons’
©ctsnow 2007

Wat nu als je die leverancier keihard nodig hebt? Als je alle dagen terugdenkt aan de mooie tijd toen alles nog goed was en je gewoon zaken kon doen met deze leverancier. Je hebt hem als rotte vis behandeld en je denkt elke dag aan hoe mooi het leven kon zijn als je zelf niet zo’n stomme ezel was die alles had verbruid, te snel verkeerde conclusies had getrokken en de waarheid geweld hebt aangedaan. Ja daar krijg je ook een vervelend gevoel van. Een schuldgevoel. Dat gevoel probeert je iets te zeggen!

Oplossingen

Ja daar valt niets aan te doen, hoor. Nu moet je maar gewoon op het dak gaan zitten. En als je daar dan toch bent dan kun je nog wel even naar de pomp lopen. Of een wereldoorlog beginnen. Dit nare gevoel gaat nooit meer weg. Opbellen, vragen of zeggen wat er mis is en sorry zeggen, dat kan natuurlijk niet. Dat staat nergens in de Aanbestedingswet.

Een betere inkoper dan jij had bovendien natuurlijk allang sorry gezegd. Je kan elke dag huilen om wat voor eikel je bent, maar ondertussen ben je de leverancier nog verder onder je voeten aan het vertrappelen. Dan is het wel wat hypocriet om af te vragen, hoe het nou toch komt dat hij nooit meer zo gezellig is, als dat ‘ie vroeger was.

Je kan nog heel lang blijven kijken hoe je leveranciers worstelen in doodsnood. Hoe je leveranciers alsnog proberen contact te leggen op een normaal-menselijke manier en hoe je zelf er steeds principiëel de hoorn op gooit. Regels zijn regels. Misschien houden ze t wel een jaar of vier vol. Misschien wel 10. Als het echt een goed bedrijf is, kunnen ze misschien wel helemaal zonder jou.

Dat of t houdt op. Dan zijn ze failliet. Ze kregen geen opdrachten meer. Alleen aanbestedingen. En die wonnen ze nooit. Of wel maar alleen na een rechtszaak of tien. Iets met een ernstige beroepsfout en voor eeuwig uitgesloten? Zelf snappen ze ook niet waarom ze geen enkele opdracht meer werd gegund. Ja, ze konden de UEA niet goed naar waarheid invullen op de zus of zo opdracht. Heel tragisch. Formulier verkeerd ingevuld. 10.000 banen weg. Oepsie.

Het idee achter een leverancierswissel is dat je wisselt van leveranciers. Als je je nieuwe leverancier met al die aanbestedingen zo schofterig hebt behandelt, dat je niet tot een bevredigende samenwerking komt, dan rennen al je andere leveranciers ook weg. En je oude leverancier die was dus al weg. Als je je opstelt als een zak hooi komen alleen ezels op je af rennen.

Quasi inhouse

Dan zit je zonder leverancier. Dat kan toch ook niet? Ai. nu moet je het wel quasi inhouse oplossen. Dat kan natuurlijk altijd. Je kan alles wel quasi inhouse oplossen. Schoonmaak… Koken…. Je hele huwelijk bijvoorbeeld ook. Dat kost natuurlijk wel geld. Zo veel geld dat er dan na verloop van tijd iemand op het idee komt om de quasi inhouse oplossing te liberaliseren.

Dan zul je natuurlijk altijd zien dat je na een aanbesteding ook weer bij je quasi inhouse oplossing uitkomt en dat er weer een ander komt die vindt dat ie ook moet kunnen leveren. Dat het niet eerlijk is als je steeds bij je ex quasi inhouse oplossing uitkomt. Maar wat nu als ook je eigen ex-quasi inhouse oplossing tegen je zegt dat je het maar quasi inhouse moet oplossen?

Gelukkig gaat voor niks altijd de zon nog op.

mr. drs. S.M. Ploeg
filosoof/ aanbestedingsjurist

redactie Auteur

Geef een reactie