Utrecht: Loting vooraf is middel om kans voor MKB vormgevers te vergroten

Algemeen

EINDHOVEN- Van onze redactie

Eerder deze week werd bekend dat Utrecht loting toepast in aanbestedingen. Hoe zat dat precies? De redactie van Aanbestedingsnieuws zocht het uit. Utrecht heeft loting toegepast om juist kleine ondernemers een kans te geven de opdracht binnen te halen. Dat blijkt uit antwoord van de Utrechtse Wethouder Kreijkamp, op vragen van Van Waveren van het CDA.

Uit het antwoord van de wethouder blijkt de worsteling van inkopers met niet-ideale marktsituaties. Vormgeving is een markt met veel kleine aanbieders, met name ZZP’ers. Uit een marktconsultatie kwam dan ook dat zeer veel aanbieders geinteresseerd waren in de opdracht van de gemeente.  Kreijkamp: “De gemeente heeft juist het MKB willen stimuleren door ook kleine aanbieders een kans te geven op de opdracht.” Omdat de gemeente veel vraagt van de aanbieders, namelijk een presentatie en uitwerking van een aantal cases, heeft het niet van alle aanbieders willen vragen om dat te overleggen. Dat zou voor de ZZP’ers relatief veel werk en een grote financiële inzet vergen.”

Die hoeveelheid werk kan je niet van alle 25 af te vallen kandidaten vragen. Daarom is door middel van loting het aantal inschrijvers op de opdracht beperkt.  Het aantal gegadigden had, in plaats van door loting, ook kunnen worden opgelost door het stellen van zwaardere criteria, maar dat heeft de gemeente nu juist niet willen doen, om de kleine ondernemer een kans te geven.

alternatief? 

In een reactie daarop zegt GroenLinks, blijkens de notulen:

Ik hoor de wethouder zeggen het niet alle 26 bedrijven te willen aandoen om de gehele gunningfase door te gaan. Is de wethouder het met mij eens dat het ook aan bedrijven zelf is om te beoordelen of ze dat al dan niet willen doen? […] Er zijn ook bureaus bij waarmee wij heel lang hebben samengewerkt. Anderzijds zijn bij de acht partijen waarmee wordt verdergegaan ook partijen die wij niet kenden, kleine partijen die kansen kunnen krijgen omdat wij het zó hebben gedaan. Ook dat is wat waard.

“Als men prijs en kwaliteit wil beoordelen op basis van een aanbod dat uit de markt komt, is de wethouder dan van mening dat loting als selectiemiddel of als gunninginstrument zoveel mogelijk moet worden vermeden?”, vraagt de VVD bij monde van raadslid  Gilissen.

Wethouder Kreijkamp vindt het ook zeer ingewikkeld en zal het uitzoeken. In dezen was de situatie zo, en hij gaat het verder uitzoeken.

Van Waveren van het CDA, die zich grondig in de zaak verdiept heeft, haalt hierop het voorbeeld aan van de Domtoren, waarbij pas bij de gunning aan de gegadigden bleek hoe streng de eisen waren die de gemeente stelde. Als dit al in de selectiefase duidelijk was, zouden er meer afvallers zijn geweest. Die worden pas bekend nadat de selectie is gemaakt. Van Waveren: ” Vooruitlopend op de gunningfase kan men het signaal afgeven dat men hoge eisen stelt. Misschien krijgt men daardoor minder deelnemers zodat men in de selectiefase niet hoeft te loten. Daarmee krijgt de gemeente een beter resultaat. Is de wethouder dat met mij eens?”

Wethouder Kreijkamp herhaalt dan, dat hij het ingewikkeld vindt en er voor het einde van het jaar op zal terugkomen.

Marktsituatie en procedure

Hoe moet het dan volgens het boekje? Welke procedure moet je in een dergelijke situatie kiezen? De keuze voor de procedure hangt af van zowel de aard van de opdracht als de marktsituatie.  Aanbestedingsexpertisecentrum PIANOo geeft de inkoper als handvatten onder meer mee:
“Bij een kwalitatief gelijkwaardige markt met veel aanbieders kunt u (soms) kiezen voor een openbare procedure met laagste prijs. “
Laagste prijs, zou in dit geval betekenen dat de ZZP’ers in een toch al verzadigde markt elkaar niet op kwaliteit maar door verdere prijsdumping. Bovendien levert dit vermoedelijk niet een al te beste huisstijl op.

Verschilt het aanbod in kwaliteit, dan ligt een (niet-)openbare procedure waarbij gegund wordt op beste prijs-kwaliteitsverhouding voor de hand. 

Dat is wat in de onderhavige situatie is gebeurd. Wat ertoe leidt dat de procedure complex wordt. Doordat de procedure complexer is en er veel aanbieders zijn, moeten alle aanbieders dan die complexere procedure voeren, waarbij dat 25 van de 26 ondernemers alleen tijdsverlies oplevert en nergens op gedeclareerd kan worden. Zo blijft er weinig over van je vormgevingsbranche. Moet je dat willen, als overheid?

Branchemonitor CBS
Ter info: uit de branchemonitor van het CBS uit 2015 blijkt dat er in totaal 960 grafisch ontwerpers en 488 ontwerpbureaus zijn en van het totaal aantal ontwerpbureaus (ook ruimtelijke en industriële) 66% ZZP’er is en 86% minder dan 5 werknemers heeft. Van alle ontwerpbureau’s (ook ruimtelijk en industriëel) is er 46% gevestigd in de vier grote steden.

Of het er veel zijn, dat is de vraag. In 2010 waren er nog 1095 ontwerpers en 60 ontwerpbureaus.cbs-vormgeving-1branchemonitor-cbs

Bron: Utrecht, notulen 8 september 2016
CBS Branchemonitor, http://visualisatie.cbs.nl/nl-NL/Visualisation/Branchemonitor

Zie ook:

https://www.tenderned.nl/tenderned-web/aankondiging/detail/documenten/akid/287940c6b825dd98f01a43c497bde34a/pageId/D909D/huidigemenu/aankondigingen/da/false/cid/144921/cvp/join

Geef een reactie