Rivas mocht worden geweigerd om voorbehoud prijsindexatie

De situatie was al bekend sinds halverwege juli maar vorige week is ook de uitspraak gepubliceerd, op basis waarvan Zuid-Holland Zuid niet meer bij Rivas jeugdzorg mag inkopen. De zaak draait om prijsindexatie. Hoewel het doorberekenen van gestegen kosten een vrij normale gang van zaken is, kan een aanbesteder dat toch gebruiken als grond om een inschrijving buiten de deur te houden.

Rivas komt uit Gorinchem en leverde al jeugdzorg, via onder meer een intentieovereenkomst uit 2009 met de Jeugd-GGZ, via het Centrum voor Jeugd en Gezin. In Dordrecht lag sinds 2017 de afspraak dat er een kostenonderzoek zou komen volgens de NOS, waarmee het terugtrekken van jeugdzorgleveranciers uit de aanbesteding (zoals in Maastricht en Alkmaar) is voorkomen.

In de uitspraak staan enkele, voor het recht op zich niet zo interessante overwegingen, die toch een aardig kijkje geven hoe moeilijk het al was om de inkoop van zorg via een aanbesteding te regelen en hoe onmogelijk het nog wordt een winstgevende jeugdzorg-onderneming te hebben.

Van Inschrijvers wordt gevraagd om in maximaal 10.000 woorden (…) een globaal bedrijfsvoeringsplan. Het bedrijfsvoeringsplan heeft als doel de prestatie die Inschrijver levert beter te onderbouwen en aantoonbaar te maken dat Inschrijver in control is. (…)

Voorts is bepaald dat het bedrijfsvoeringsplan (inzicht in) een globale meerjarenbegroting moet bevatten.”

[…]

Wanneer voor een jaar de index niet wordt toegekend dan nemen wij aan de opdrachtnemer bij een loonstijging gerechtigd is om de dienstverlening naar rato te verminderen. De vermindering gebeurt in afstemming met de opdrachtgever.”

“Dit is niet correct. De doelstellingen zoals opgenomen in de con[c]ept overeenkomst blijven gehandhaafd. Het is aan de opdrachtnemer te bepalen hoe binnen de financiële middelen hieraan invulling wordt gegeven.

“De opdrachtgever geeft geen garanties aan opdrachtnemer ten aanzien van indexering. Indien het budget van DG&J ten aanzien van de JGZ wordt geïndexeerd door het Algemeen Bestuur GGZ ZHZ in de begroting van voorgaand jaar, dan wordt de overeenkomst met opdrachtnemer eveneens geïndexeerd.

De opdrachtgever beslist dus je financiën en de opdrachtgever beslist je takenpakket. Het Algemeen Bestuur GGZ ZHZ wikt en je schikt er je begroting maar naar en anders moet je maar naar de beurs om aandelen jeugdzorg Zuid-Holland-Zuid uit te schrijven. Nu is dat een grap, want jeugdzorg is al niet het meest commerciële goed op aarde, maar het idee, dat het nu door de aanbesteding “vercommercialiseerd” is, steunt op het idee dat het er zo op de vrije markt eraan toe gaat, is óók absurd. Dat is al zo met aanbestedingen, maar nu in deze aanbesteding de regie volledig bij de opdrachtgever ligt, is er niets ondernemen meer aan, in de meest letterlijke zin van het woord, de opdrachtnemer is met handen en voeten en neus en haar gebonden. 

Het is alsof je bij de Mac Donalds binnenkomt en je zegt nou doe mij maar een broccoliburger met een advocadomilkshake, we hebben berekend wat we ervoor maximaal willen betalen, hier is 3 euro, oh en we willen het graag wel met zilveren bestek, met servetjes van een FSC-keurmerk en sowieso in een duurzame verpakking anders hoeven we het niet te hebben en we willen dat deze werkloze hier naast mij de bestelling verder afhandelt. Nu is in deze MacZielig maar 1 klant. MacZielig gaat dan bij jou klagen dat de kosten van de advocado zo zijn gestegen en de klant zegt dan dat is jammer, dan krijg je de opdracht niet. We gaan wel naar de concurrent, een voormalige staatsMacZielig.

Ja, jeugdzorg is dan ook geen bedrijf. Het is dan ook niet makkelijk om winst te maken met zorg. Het zou natuurlijk wel kunnen. Je kan die kinderen denkbeeldig aan het werk zetten en dan voor nop omdat een arbeidsovereenkomst niet mag. Maar waar zou je winst vandaan moeten halen als je wordt verteld wat je moet doen en hoe en voor hoeveel?

Het betoog van Rivas dat op grond van het blauwe blokje in de inschrijfstaat (zie 2.10) aan het voorbehoud moet worden voorbijgegaan, wordt gepasseerd. Redengevend daarvoor is het volgende.

4.7.In het Aanbestedingsdocument is op meerdere plaatsen uitdrukkelijk bepaald dat het voorwaardelijk inschrijven leidt tot uitsluiting van deelname (zie 2.5 en 2.6). Op grond van de aan het aanbestedingsrecht ten grondslag liggende beginselen van transparantie en gelijke behandeling dienen betrokkenen er zeker van te zijn dat deze bepaling voor alle (potentiële) deelnemers geldt, zodat elk risico van favoritisme en willekeur door de aanbestedende dienst wordt uitgebannen.

4.8.Hoewel onduidelijk is hoe de tekst in het blauwe blokje in de inschrijfstaat precies moet worden uitgelegd, levert deze een (schijnbare) tegenstrijdigheid op ten opzichte van 2.23 en 4.1 en 4.2 van het Aanbestedingsdocument, zoals DG&J ook heeft erkend. Wat er ook zij van deze tegenstrijdigheid, deze kan er niet toe leiden dat de inschrijving van Rivas alsnog als onvoorwaardelijk kan worden aangemerkt. Alleen al omdat onduidelijk is wat de inschrijving van Rivas zonder het betreffende voorbehoud zou inhouden, zou het niet-uitsluiten van de inschrijving strijd opleveren met de uitdrukkelijke bepalingen in het Aanbestedingsdocument en daarmee met de hiervoor vermelde aanbestedingsrechtelijke beginselen.

Saillant detail, Rivas Zorggroep had willen fuseren met het Albert Schweitzerziekenhuis in Dordrecht. Maar dat mocht niet van de ACM, want dan zouden ze niet meer concurreren met elkaar. Dat was in 2015. https://www.acm.nl/sites/default/files/old_publication/bijlagen/14526_samenvatting-besluit-albert-schweitzer-ziekenhuis-rivas-zorggroep-2015-07-15.pdf

Rivas gaf al eerder in juli 2019 een reactie op de uitsluiting van de aanbesteding.

Rivas wil kwalitatief goede jeugdgezondheidszorg leveren, daarbij is een realistische financiering van groot belang. Daarom heeft Rivas bij de inschrijving gesteld dat er rekening gehouden moet worden met een stijging van kosten in de komende jaren. Kosten als loonstijgingen en huurverhoging moeten immers betaald kunnen worden. De Dienst Gezondheid & Jeugd ziet dit als een voorbehoud dat Rivas niet had mogen maken. De rechter heeft de dienst daarbij in het gelijk gesteld.

Hoe verder?
De uitsluiting van de deelname aan de aanbesteding betekent dat de jeugdgezondheidszorg in de regio Zuid-Holland Zuid vanaf 1 januari 2020 niet langer wordt verzorgd door Rivas. Deze zorg wordt overgenomen door de partij die de aanbesteding gegund wordt. Wat dit voor medewerkers en cliënten betekent, is nu nog onduidelijk. Rivas gaat er vanuit dat cliënten kunnen blijven rekenen op goede jeugdgezondheidszorg.

Dus ja hoe verder. Uitval van huidige zorgleveranciers, heeft altijd consequenties. Als je die zorgleverancier had, raak je hem kwijt. Kinderen uit Gorinchem moeten dan naar Dordrecht voor jeugdzorg vanaf januari? Rivas weet het ook niet. En de gemeente zegt er niets over. En in 2018 was de vraag naar jeugdzorg in Gorinchem ook nog eens gestegen, volgens het AD tenminste. In dat jaar moest er €4,7 miljoen bij.

Een beetje een déjà vu met Alkmaar hebben wij op de redactie dan ook wel. Oh oh. Niemand die het weet. De toekomst zal het leren.

Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBROT:2019:6047&pk_campaign=rss&pk_medium=rss&pk_keyword=uitspraken

Zie ook:

http://www.rtvdordrecht.nl/studio-de-witt-over-de-jeugdzorg-in-zuid-holland-zuid/nieuws/item?1121368

redactie Auteur

Geef een reactie