CVA: Social Return eis bij meervoudig onderhandse aanbesteding is niet duidelijk en ook niet proportioneel

Algemeen, Geschillen

Het gaat om een meervoudig onderhandse aanbesteding met een looptijd van één jaar voor rioolreiniging en rioolinspectie. De geraamde waarde van de raamovereenkomst bedraagt € 50.000. Als Social Return eis wordt gesteld dat de opdrachtnemer een cliënt uit het bestand van een locaal Werkgevers Servicepunt gedurende één jaar in dienst moet nemen, waarbij uitstroom uit die organisatie moet worden gegarandeerd.

De Commissie overweegt in navolging van haar Advies 98 dat een streefpercentagen van 5% van de opdrachtsom (bij kapitaalintensieven opdrachten van de loonsom) gehanteerd dient te worden op basis van zijn eerdere Advies 98.
(i) Bij het formuleren van een proportionele SROI-eis is de arbeidscomponent van de opdracht van groot belang, in het bijzonder bij het bepalen van de hoogte en de berekeningsgrondslag van het percentage SROI; (ii) Het streefpercentage is 5% inzet van social return per aanbesteding. Het percentage moet proportioneel en flexibel worden toegepast; (iii) Het genoemde SROI-percentage van 5% wordt als richtlijn in beginsel toegepast op de opdrachtsom, tenzij sprake is van kapitaalintensieve opdrachten of opdrachten met een lage loonsom, in welk geval het (eventueel hogere) percentage wordt berekend over de loonsom die minimaal € 250.000,- excl. BTW dient te bedragen; (iv) Een belangrijke randvoorwaarde voor toepassing van SROI is dat er sprake moet zijn van een direct verband tussen de uitvoering van de opdracht, dan wel het voorwerp van het contract, en de desbetreffende SROI-bepaling. De invulling van de SROI-verplichting dient binnen de werkzaamheden van de onderliggende opdracht te worden verwezenlijkt.

Evenwicht ©ZaZ 2016

De Commissie stelt vast dat de Social Return eis niet duidelijk is, bijvoorbeeld omdat niet meegedeeld wordt of het om een fulltime dan wel een parttime dienstverband gaat. Uitgaande van een fulltime dienstverband concludeert de Commissie dat de eis significant hoger dan 5% van de opdrachtsom is. Tot slot is de Commissie van oordeel dat ook de eis van uitstroom uit het Werkgevers Servicepunt disproportioneel is.

In de uitspraak komt de inschrijver aan het woord. Deze stelt dat de social return bepaling discrimineert. Dat is niet eerlijk:
“Wat u van inschrijver verlangt is buiten proportioneel en staat totaal niet in verhouding tot de dienstverlening binnen deze scoop en kan opdrachtgever niet verlangen dat andere arbeidsduurcontracten worden aangegaan anders dan gebruikelijk is in de branche. Het invullen van een dergelijk document is daarmee discriminerend naar andere gegadigden voor een arbeidsplaats.”

De gemeente antwoordt daarop dat het zich “actief inzet om uitkeringsgerechtigden met een achterstand op de arbeidsmarkt in het arbeidsproces te betrekken. Het toepassen van social return is hierbij één van de pijlers”.

De Commissie van Aanbestedingsexperts rekent voor waarom het niet gaat en wat de meest minimale loonkosten zijn, van een 15-jarige die fulltime in dienst is. Dan is er sprake van 11% van de opdrachtwaarde.

In het veronderstelde geval dat een fulltime dienstbetrekking is vereist, zijn – uitgaande van een social returnkandidaat die valt in de laagste financiële categorie (de Wet op het minimumloon bepaalt een minimum maandsalaris van € 452,35 voor een 15-jarige) – de financiële lasten voor inschrijver tenminste € 5.428,20 (exclusief begeleidingskosten en overige kosten) per jaar. Uitgaande van de opdrachtwaarde van € 50.000,- betekent dat een percentage van bijna 11%. Dat strookt niet met het in 5.4 sub (ii) genoemde streefpercentage van 5%.

De Commissie acht de klacht dan ook gegrond

https://www.commissievanaanbestedingsexperts.nl/sites/commissievanaanbestedingsexperts.nl/files/adviezen/151030_-_advies_290_-.pdf

Geef een reactie