Zes fiches Europese Commissie naar de Tweede Kamer gestuurd

Algemeen, Beleid

Minister van Buitenlandse Zaken Halbe Zijlstra heeft zes zogeheten fiches opgestuurd naar de Tweede Kamer met daarin de mededelingen van de Europese Commissie. De fiches bevatten het beleid van de Europese Commissie en een toelichting van het Nederlandse standpunt daarbij. Het gaat onder meer om het EC-beleidsvoorstel voor «Succesvolle overheidsopdrachten in en voor Europa».

Het gaat om:

  • Fiche: Mededeling Europese Commissie over EU-grensregio’s (Kamerstuk 22 112, nr. 2421)
  • Fiche: Mededeling over de uitvoering van de Europese Migratieagenda (Kamerstuk 22 112, nr. 2422)
  • Fiche: Schengenpakket (Kamerstuk 22 112, nr. 2423)
  • Fiche: Aanbeveling Europees kader voor leerlingplaatsen (Kamerstuk 22 112, nr. 2424)
  • Fiche: Mededeling, richtlijn en verordening betreffende een definitief BTW-systeem (Kamerstuk 22 112, nr. 2425)
  • Fiche: Verbetering van de aanbestedingspraktijk in Europa

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-22112-2426.html

De Commissie stelt een breed opgezet samenwerkingspartnerschap voor waarin nationale, lokale en regionale overheden, de Commissie, ondernemingen en andere belanghebbenden deelnemen. De Commissie wil daarnaast dat het Europees Parlement en de Raad voor Concurrentievermogen uitgroeien tot fora voor een permanent politiek debat over overheidsopdrachten in de lidstaten. De Commissie definieert zes prioritaire gebieden, waar volgens haar duidelijke en concrete actie ertoe zullen leiden dat overheidsopdrachten kunnen uitgroeien tot krachtige instrumenten voor het economisch beleid van de lidstaten:

Bron: Pixabay, fielperson

 

Kabinetsstandpunt: beleidsvrijheid

Voor het kabinet is een diepere en eerlijke interne markt een prioriteit. Een goed functionerende aanbestedingspraktijk is daar onderdeel van. In Nederland wordt daar onder andere via de trajecten «Beter aanbesteden» en «Maatschappelijk Verantwoord Inkopen» aandacht aan besteed. Ook spelen het expertisecentrum aanbesteden PIANOo en het kenniscentrum Europa Decentraal een belangrijke rol in het professionaliseren van de inkoop- en aanbestedingspraktijk.

Informatie- en kennisuitwisseling tussen de lidstaten over de aanbestedingspraktijk past in het Nederlandse beleid. Nederland vindt het daarbij van groot belang dat aanbestedende diensten binnen het wettelijk kader uiteindelijk zelf kunnen kiezen hoe zij hun aanbestedingsprocedure inrichten. Goed functioneren van de aanbestedingspraktijk vraagt het behoud van de beleidsvrijheid die het huidige aanbestedingsrechtelijke kader aan aanbestedende diensten biedt. Alleen op die manier kunnen zij aanbestedingen ook daadwerkelijk strategisch inzetten.

(nadruk red AN)

Geen garanties voor MKB

Nederland is voorstander van gelijke kansen op overheidsopdrachten voor bedrijven in het mkb. Het kabinet zet echter vraagtekens bij het doel van de Commissie om gunning van het percentage overheidsopdrachten boven de Europese aanbestedingsdrempels aan bedrijven in het mkb in lijn te brengen met hun economisch gewicht. Het mkb moet gelijke kansen hebben op het meedingen naar overheidsopdrachten. Of een opdracht ook daadwerkelijk aan een onderneming in het mkb wordt gegund, dient af te hangen van de kwaliteit van de inschrijving en niet van de grootte van de onderneming. In Nederland winnen ondernemingen in het mkb ca. 65% van de aanbestedingen boven de Europese drempelbedragen.2 Hoewel dit percentage lang niet slecht is, heeft het kabinet aangegeven in te zetten op nog betere toegang van ondernemers in het mkb tot overheidsopdrachten, onder meer door in het traject «Beter aanbesteden» in te zetten op verbetering van proportionaliteit bij aanbestedingen. Het percentage inschrijvingen door het mkb wordt ook meegenomen bij het monitoren van de aanbestedingspraktijk.3

(nadruk red AN)

Geen aanbestedingsregister

Nederland heeft vraagtekens bij de aanbeveling van de Commissie om een aanbestedingsregister op te richten, mede omdat het onduidelijk is, op welke wijze de Commissie dit wenst te organiseren. Nederland wil benadrukken dat het geen verplichting aan aanbestedende diensten wenst op te leggen om contracten te verstrekken aan een dergelijk register. Een dergelijke verplichting past niet goed bij het Nederlandse privaatrecht en de verhouding tussen de wetgever, aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven. Nederland is niet tegen een vrijwillig systeem waarin aanbestedende diensten kunnen kiezen om een contract te verstrekken aan een dergelijk register.

Het kabinet ziet meer concrete voorstellen van de Commissie op dit punt tegemoet. Om onnodige administratieve lasten te voorkomen dient van tevoren duidelijk te zijn waartoe het verzamelen van bepaalde gegevens dient. Ook dient rekening te worden gehouden met de fundamentele rechten, met name het recht op bescherming van persoonsgegevens.

Proportioneel professioneel

Het kabinet vindt professionalisering van overheidsopdrachten belangrijk, maar kan het zich niet vinden in de vergaande aanbevelingen die de Commissie in dit verband doet.

De Commissie is van mening dat een professionelere praktijk in de lidstaten zou leiden tot een meer strategisch gebruik van aanbestedingen om nevendoelen, zoals duurzaamheid, te verwezenlijken. Dit rechtvaardigt geenszins een EU-brede professionaliseringsaanpak; deze doelstellingen kunnen voldoende op lidstaatniveau worden bereikt. De onderwerpen waarop de Commissie in aanbeveling EU(2017)/1805 aanbevelingen doet, zoals de inrichting van opleidingen of de manier waarop voorlichting wordt gegeven, zijn naar de mening van het kabinet bijgevolg een zaak van de lidstaten zelf.

Nederland is van mening dat bijvoorbeeld de aanbevelingen aan de lidstaten om zich actief te bemoeien met het aanbestedingsbeleid van medeoverheden, om minimumvaardigheden en competenties van aanbestedingsprofessionals vast te leggen en om een Europees competentiekader op te stellen, verder gaan dan noodzakelijk is om het beoogde doel te bereiken. Met minder vergaande maatregelen, zoals het uitwisselen van kennis en ervaringen kan dit ook worden bereikt.

Bron:  Kamerstukken II 2017/18, 22112 nr. 2426

Geef een reactie