Vlaamse baggeraars eisen schadevergoeding na ontduiking milieuregels aanbesteding

Algemeen, Buitenland, Duurzaam

Een opdracht voor de beheer en opslag van giftige bagger van het Antwerpse havenbedrijf, die op dit moment wordt uitgevoerd door Nederlandse baggeraars Martens en Van Oord, is door Vlaamse baggeraars via een aanbestedingszaak bij de rechter tegengehouden. De Vlaamse Raad van State heeft de exportvergunningen van de giftige bagger heeft vernietigd.  De Vlaamse baggeraars Deme en Jan de Nul eisen nu een schadevergoeding voor het onterecht verliezen van de aanbesteding.

Haven van Antwerpen Bron: Wikimedia

Voor de opdracht is al 200.000 kuub inmiddels gestort in de, door Boskalis beheerde stortplaats de Slufter op de Rotterdamse Maasvlakte. Die stort kan volgens een woordvoerder van de OVAM (Vlaamse organisatie Afvalstoffenmaatschappij) niet worden teruggedraaid.  Eerder in 2016 oordeelde de Vlaamse Raad van State al dat het onzorgvuldig is, wanneer de opdracht wordt gegund terwijl er nog een zaak loopt over de aanbesteding.

Toeschrijven naar leverancier? 

Uit de uitspraak van 26 januari 2017 blijkt dat al bij de publicatie van de aanbesteding dd. 19 juli 2013 al een bergingsovereenkomst met de Slufter,verbonden zat. Alle inschrijvende partijen moesten dus de bagger naar Nederland brengen in plaats van het Vlaamse Amoras, de milieuvriendelijke zuiveraar voor baggerspecie. In dat Amoras, dat is aangelegd als investering in het zuiveren van slib, hebben DEME en Jan de Nul een 50/50 belang.

Is dat niet het toeschrijven van de opdracht naar een specifieke leverancier?
De Belgische Raad van State overweegt van niet:

Het feit dat de uitvoerder van de opdracht B10133 niet verplicht is een beroep te doen op ‘De Slufter’ en het slechts gaat om een mogelijkheid, ontneemt de verzoekende partij niet haar belang bij haar beroep; zij beoogt op gelijke wijze als de tussenkomende partij de kans te krijgen om de specie te ontvangen.

Schadevergoeding gederfde winst?

De baggeraars DEME en Jan de Nul eisen nu, volgens Het Laatste Nieuws, miljoenen van de OVAM, het Vlaamse afvalstoffenmaatschappij dat de opdracht controleert, voor het verliezen van de opdracht. Deze week dwongen de Vlaamse baggeraars een exportverbod af om de verdere uitvoering ervan tegen te gaan. De Vlaamse baggerbedrijven hebben om de opdracht die uit 2013 dateert, te winnen geïnvesteerd in de milieuvriendelijke verwerking van het slib.

In 2015 werd al bekend dat bij de milieuvriendelijke slibverwerker Amoras, een 50/50 joint venture van DEEM en de Nul, in totaal 35 banen op de toch stonden door de verminderde aanvoer van slib. De Vlaamse regering schroefde in dat jaar de aanvoer van slib terug van 850.000 naar 500.000 ton per jaar. De gemiste inkomsten worden geschat op een bedrag tussen de €5 à 10 miljoen.

Ontduiken slibregelgeving via aanbesteding

De stelling van de Vlaamse baggeraars is dat door de internationale inschrijving en de verplichte verwerking via de de Slufter, Belgische milieuregels voor de verwerking van slib ontdoken kunnen worden. Op die stelling is de Belgische Raad van State niet ingegaan. Het staat de Antwerpse Haven vrij zulke overeenkomsten aan te gaan.

Het zou gaan om regels voor met TBT (Tributyltinhydride ) verontreinigd slib. TBT wordt gebruikt wordt om de aangroei van algen e.d. op scheepsrompen tegen te gaan maar bedreigt ook onder meer de puperslak. TBT is daarom sinds 2003 een verboden toepassing. Volgens de Vlaamse baggeraars wordt het slib over de grens gedumpt tegen bodemtarieven waarvoor het niet lokaal verwerkt kan worden.

Overigens is het storten van TBT ook in Nederland verboden. In Nederland geldt een grenswaarde van 13 ppb (bij organisch stof gehalte van 2%) tot 65 ppb (bij organisch stofgehalte van 10 %). In België geldt een grenswaarde van 3 ppb respectievelijk 7 ppb. Wanneer de hoeveelheid TBT lager is dan de grenswaarde mag dit verspreid worden op open zee. In andere gevallen moet de baggerspecie opgeslagen worden in een baggerdepot of worden
gereinigd.

Bron: Het Laatste Nieuws / Gazet van Antwerpen

Belgische RvS, nr. 237.198 van 26 januari 2017 in de zaak A. 210.216/XII-7457
nr. 236.508

Geef een reactie