Referentiewerken toetsen op tevredenheid, past performance? – Aanbestedingsnieuws

Referentiewerken toetsen op tevredenheid, past performance?

0
In een kort geding over een aanbesteding van 7 juli, dat pas 31 juli is gepubliceerd, tussen aannemer Growepa en Waterschap Rivierenland, heeft de aannemer de vraag opgeworpen of het toetsen van referentiewerken op basis van tevredenheid niet indirect een (door de Uniewetgever) verboden toets is op past performances. Een fundamentele, filosofische discussie, die de kort gedingrechter gewoontegetrouw volledig negeert.

Interessant want naar Nederlands recht is het volkomen onzinnig om toetsen op die past performances helemaal te verbieden, de overeenkomst wordt immers gesloten op basis van de vrije wil van partijen. Als je niet wil, omdat de prestaties de vorige keer behoorlijk tegenvielen, dan is er geen wilsovereenstemming en dus geen contract. Althans, volgens de vrijewil-dwingeland van Aanbestedingsnieuws :6 Als er geen wil is, is er contractdwang en dat kan niet bestaan naar Nederlands contractrecht, (behalve als je een geiser probeert te weigeren in een Amsterdamse huurwoning, dan komt de rechter hem kennelijk zelf ophangen, maar dat terzijde). De vraag komt maar zelden opborrelen, dat heeft er ook mee te maken dat een rechterlijke vordering tot heraanbesteding nog niet een inbreuk is op de wilsovereenstemming. Door nu over de past performances te beginnen, komt de vraag toch aan de orde.

Grossman? Grossmann? Man, man, man. Er is altijd een uitweg voor de kort gedingrechter.

Growepa vordert in dit kort geding veroordeling van WSRL tot intrekking van de voorlopige gunningsbeslissing van 21 maart 2025. Growepa legt aan deze vordering ten grondslag dat WSRL de facultatieve uitsluitingsgrond ‘prestaties uit het verleden’ bewust niet van toepassing heeft verklaard op de onderhavige aanbesteding en dat zij in het kader van de technische en beroepsbekwaamheid enkel heeft verlangd dat het referentiewerk naar behoren is uitgevoerd. Volgens Growepa heeft WSRL het opgegeven referentiewerk vervolgens echter feitelijk getoetst op tevredenheid, waardoor ‘past performance’ toch een belangrijke rol spelen.

De invulling naar tevredenheid is een heel andere toets, die in deze aanbesteding niet aan de orde is, aldus Growepa. Growepa stelt primair dat het toetsingskader helder was en het referentiewerk naar behoren is uitgevoerd, zodat zij ten onrechte is uitgesloten en -nu zij met de laagste prijs heeft ingeschreven- de opdracht alsnog aan haar moet worden gegund. Subsidiair stelt Growepa dat geen sprake is van een transparante geschiktheidseis, met als gevolg dat -nu WSRL zelf de door Growepa opgegeven referent is- WSRL Growepa door een andere inkleuring van het door haar voorgeschreven toetsingskader op basis van willekeur heeft kunnen uitsluiten. Daardoor kan geen sprake zijn van een gelijke behandeling van alle inschrijvers, hetgeen er volgens Growepa toe zou moeten leiden dat het werk, indien WSRL dat nog wenst te gunnen, moet worden heraanbesteed.

Geen Grossman

De rechter…. gaat…. zowaar….. inhoudelijk … op de zaak in. Nomen est omen. Mr. Boks blijkt het vonnis te wijzen. En hier blijkt het grote belang van dit ogenschijnlijk korte en kleine uitspraakje voor alle aanbestedingsambtenaren. De aanbestedingsleidraad had het Waterschap kunnen redden als die eenduidig tekstvast was. Maar dat wás die niet. Als je dan ook nog jezelf verspreekt in de zitting dan kun je het bekwaam maaien en snoeien wel op je buik schrijven. En wie tref je daarmee? Naar alle waarschijnlijkheid de bijtjes en de bomen die niet tot aan de grond aan toe “gesnoeid” willen worden. Dus ook na de heraanbesteding maar goed kijken op past referentiewerken.

4.6.

Over de betekenis van de term ‘naar behoren’ zijn partijen het eens; het werk moet zijn uitgevoerd ‘zoals het hoort’. Verschil van mening is er echter wel over de wijze waarop dit vervolgens moet worden ingevuld. Volgens WSRL is voor de invulling daarvan niet slechts relevant of het werk onder aan de streep is opgeleverd en betaald, zoals Growepa stelt, maar ook of de werkzaamheden naar tevredenheid van de referent zijn uitgevoerd. De grond voor uitsluiting van Growepa van de onderhavige aanbesteding volgt naar het betoog van WSRL dan ook zonder meer uit de reactie die WSRL als referent heeft gegeven, namelijk dat het werk niet naar behoren is uitgevoerd omdat WSRL voor competentie 1 niet tevreden was over de tijdigheid en werkwijze bij uitvoering, bij competentie 2 niet tevreden was over het opruimen van het maaisel en bij competentie 3 kwalitatief onvoldoende snoeiwerk is uitgevoerd en in de uitvoering stukken waren vergeten.

Dat de term ‘naar behoren’ feitelijk toch zou worden ingevuld met ‘naar tevredenheid van’, volgt echter niet met zoveel woorden uit de Aanbestedingsleidraad. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de behoorlijk oplettende en goed geïnformeerde inschrijver daarop ook niet bedacht hoefde te zijn.

Betere aanbestedingsleidraden mensen. Echt iets om tijd aan te besteden. En dat is iets dat de inkoper echt terug kan leggen bij de materiedeskundige, maar ook bij de aanbestedingsjurist die de leidraad gecontroleerd moet hebben. Duidelijkheid vraagt ook om duidelijkheid, dus ook in de betekenis van synoniemen die niet helemaal synoniem zijn, juist als je daar ook echt op beoordeelt. Een hele talige kwestie waar juristen wel een oog voor zouden moeten hebben. Naar behoren is een zesje of misschien zelfs een 5,5 op je rapport. Naar tevredenheid is een 7 of hoger.
4.7.

WSRL zelf lijkt in dit kader ook op twee gedachten te hinken. Namens WSRL is ter zitting verklaard dat zij de toets of een inschrijver technisch en beroepsbekwaam is, heeft willen objectiveren door in dit geval niet naar de tevredenheid van de referent te vragen, al dan niet in de vorm van een tevredenheidsverklaring, maar enkel naar of het werk naar behoren is uitgevoerd. Volgens WSRL bevat ‘tevredenheid’ altijd een subjectief element, waarvan zij (in dit geval) wil wegblijven. Desgevraagd heeft zij hier echter aan toegevoegd dat zij met deze eis (wel) heeft beoogd de tevredenheid van de referent te toetsen. Ter zitting is daarover namens WSRL met zoveel woorden opgemerkt dat ‘tevredenheid’ volgt uit de woorden ‘naar behoren’ en dat deze twee termen wat haar betreft synoniemen zijn.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat WSRL op deze manier alsnog de tevredenheid toetst, echter zonder dat in de Aanbestedingsleidraad te benoemen. Indien WSRL erop uit was om te achterhalen of soortgelijk werk als in de onderhavige aanbesteding centraal staat naar (volle) tevredenheid van de opdrachtgever in kwestie is uitgevoerd, stond het haar vrij om die eis in de aanbestedingsstukken op te nemen. Growepa heeft aan de hand van documenten uit eerder door WSRL georganiseerde aanbestedingsprocedures voldoende gemotiveerd onderbouwd dat WSRL dat in voorkomende gevallen ook met zoveel woorden doet.

De rechter ter zitting heeft het Waterschap erop betrapt, toch te spreken over de tevredenheid waar het dus naar eigen zeggen niet om vroeg. Dat is ook echt moeilijk, ter zitting jezelf goed uitleggen, daarom kun je dat beter aan de aanbestedingsleidraad overlaten. Dan moet die niet onduidelijk zijn.

Hinken op 2 gedachten is sowieso in strijd met het transparantiebeginsel dus je voelt al aankomen wat het waterschap gaat overkomen … een heraanbesteeding, uitvoerbaar bij voorraad en een onevenredige verdeling in de proceskosten, met wettelijke rente en binnen 14 dagen. Oef.

Rb. Gelderland, 7 juli 2025, 450266,

https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:5427

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 
Translate »