Commissie advies 791: Leidt prijscriterium tot de beste prijskwaliteitsverhouding
De Commissie van Aanbestedingsexperts heeft gisteren een nieuw advies gepubliceerd, met betrekking tot het prijscriterium en wat in tenders BPKV is gaan heten, de beste verhouding tussen prijs en kwaliteit. Het advies gaat over een opdracht voor levering van bedrijfskleding, schoeisel en persoonlijke beschermingsmiddelen. De Commissie acht de klacht gegrond. Maar de opdracht is desondanks gegund, het is een “nakaartklacht”

De aanbesteder vraagt onder het subgunningscriterium ‘prijs’ alleen een kortingspercentage. Dat is volgens de ondernemer een onrechtmatig gunningscriterium. Met als risico, dat de opdracht niet wordt gegund aan de inschrijver met de economisch meest voordelige inschrijving en dat manipulatief wordt ingeschreven.
In de toegepaste beoordelingssystematiek kan een inschrijver in de verleiding worden gebracht hoge catalogusprijzen te hanteren, zodat hij een hoog kortingspercentage kan aanbieden, zonder zijn winstmarge te verliezen. Een inschrijver kan
daarmee een hoge score op het prijscriterium behalen, maar is niet noodzakelijk
de meest voordelige inschrijver. Ondernemer heeft dit als volgt geïllustreerd. ‘In
dit fictieve voorbeeld scoort inschrijver A hoger op het criterium ‘prijs’ dan inschrijver B, maar inschrijver B is voordeliger’, aldus ondernemer.
Er staat nog een staatje bij met een fictief voorbeeld van een hogere prijs.In het rekenvoorbeeld geeft inschrijver A een hoger kortingspercentage en inschrijver B een lager kortingspercentage. Toch komt inschrijver A met een duurdere prijs uit en dat heeft alles te maken met dat dit dus niks zegt. Hoogstens leg je met dit voorbeeld uit dat niet alleen prijszetting onbegrepen is maar ook nog eens rekenen met percentages te hoog gegrepen is voor de ambtenaar die beslist.
Eerlijk gezegd, je moet echt niets weten van prijszetting door ondernemers, om niet te snappen dat het niet handig is om alleen op een beter kortingspercentage te gunnen, ongeacht de inschrijfprijs en de redelijkheid van de inschrijfprijs. Maar ook die ambtenaren bestaan.

Dat weet je dan toch. Dat wil je dan toch niet? Ooit was er een hele aardige Tegenlichtdocumentaire over de homo economicus. Een rationele speler die alleen de rationele keuze koos. Bleek helemaal niet te bestaan. Mensen kiezen op basis van allerlei onrationele redenen hele domme dingen. Die ze eigenlijk niet moeten willen. Bij mijn oma hing een hanglamp, daar ben ik zeker 100x tegenaan gelopen. Tegen de lamp. Weet je dan nog niet dat daar een lamp hangt. Maar het gaat automatisch. Je staat op en beng. Niet zo slim nee.
In tegenstelling tot de zienswijze van de Commissie in Advies 659 heeft de rechter, volgens aanbesteder, geoordeeld dat het hanteren van een kortingspercentage niet in strijd hoeft te zijn met de aanbestedingsrechtelijke beginselen van gelijke behandeling, transparantie en proportionaliteit. Het hanteren van een kortingspercentage is rechtmatig en niet-discriminatoir indien het verband houdt met het voorwerp van de opdracht, objectief en transparant is geformuleerd en er voldoende waarborgen worden geboden om concurrentie tussen inschrijvers mogelijk te maken. Naar het oordeel van aanbesteder wordt hieraan voldaan: het gunningscriterium is voldoende duidelijk, precies en ondubbelzinnig geformuleerd, zodat iedere inschrijver het gunningscriterium op dezelfde wijze heeft kunnen interpreteren. Het criterium heeft voldoende samenhang met het voorwerp van de
opdracht en het voldoet aan het transparantie- en proportionaliteitsbeginsel. Het gunningscriterium voldoet daarmee aan de gestelde eisen, aldus aanbesteder.
De Commissie van Aanbestedingsnieuws zei al dat een kortingspercentage in strijd is met de aanbestedingsrechtelijke beginselen van gelijke behandeling, transparantie en proportionaliteit. Maar de rechter wees op de grote contractvrijheid, een opdracht gunnen op het nominaal lagere kortingspercentage. Misschien hadden we niet opgelet welke uitspraak dat was want we hadden daar toch echt even iets leuks over moeten schrijven. In elk geval gooit de rechter intrinsiek onbegrip van percentages op de ruimte vrijheid van een aanbestedende dienst, om te oordelen welke criteria hij hanteert bij het inkopen en welke onzin hij daarbij nog meer betrekt.
5.5.3. Een aanbestedende dienst komt een ruime vrijheid toe bij het vaststellen van de
naar de economisch meest voordelige inschrijving (‘naar hun oordeel’). Een aanbestedende dienst heeft dan ook ruime vrijheid om te bepalen welke (sub)gunningscriteria hij wenst te hanteren en welke aspecten hij in welke mate wenst mee
te wegen. Dat is een aanbestedende dienst toegestaan zolang daarbij wordt voldaan aan de regels van de Aanbestedingswet 2012, uitgelegd in het licht van de
bepalingen van Richtlijn 2014/24/EU, waarop deze wet mede is gebaseerd (zie Hof
Arnhem-Leeuwarden, 2 december 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:7687, r.o. 3.15;
zie ook Voorzieningenrechter Rechtbank Midden-Nederland 19 oktober 2023,
ECLI:NL:2023:5525, r.o. 3.7).
De contracteervrijheid is dus dubbelop heel groot, de overheid is vrij opdrachten te geven aan hele dure aanbieders alleen omdat ze een mooi kortingspercentage gaven. En de overheid is ook vrij om een ongelooflijke domoor in te huren voor een baan waarbij je tenminste met percentages moet kunnen rekenen. Je bent als ondernemer ook vrij om niet met een overheid in zee te gaan die je zo slecht behandelt.
Maar misschien wil je zelf ook wel dat je de opdracht niet wint. Welk landsbelang er nog meer mee gemoeid is, dat is niet transparant. Eigenlijk weet je zo nog steeds niks. Wat levert dit nu aan kennis op? In elk geval een leuk weetje voor de consumentenbond en een nieuw woord in aanbestedingsland: prijskwaliteitsverhouding.
Bron: https://www.commissievanaanbestedingsexperts.nl/documenten/2026/01/22/advies-791
