CETA-verdrag en aanbestedingen

De minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking Sigrid Kaag heeft aangegeven dat CETA, een handelsverdrag tussen Canada en de EU, geen bedreiging vormt voor lokaal beleid. Dit deed zij middels een Kamerbrief waarmee ze reageerde op eerder gestelde Kamervragen hierover. Aanbestedingsnieuws dacht even na en concludeert, dat dit niet helemaal klopt.

Het CETA-vrijhandelsverdrag valt onder de WTO-paraplu, het sluit aan bij de GATT 1994 en vestigt een vrijhandelsgebied (art. 1.4) voor Canada en de EU (art. 1.3). Betekent dat, dat alles vrij is en zomaar mag en dat Canada hier naar olie kan gaan fracken met een omgevingsvergunning van het waboloket?

Door Kornelia und Hartmut Häfele – http://www.pixeleye.com/, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=29308

Daar zegt het verdrag niet veel over. Alles is vrij, als het dat voor Nederlanders ook is. Wel is in artikel 1.9 is een clausule opgenomen over het commerciëel gebruik van water, daar mogen dan regels aan worden gesteld.

Je mag ook geen douanerechten of andere belastingen of iets dergelijks heffen als je dat niet ook heft over binnenlandse producten. Verder moeten alle partijen bij het verdrag elkaar op de hoogte houden van verstrekte subsidies voor goederen (hoofdstuk 7), met name in de landbouw en visserij, kunst en zo dan weer niet. Verder doen landen hun best om technische  eisen aan elkaar af te stemmen, wat natuurlijk aanzienlijk meer werk is binnen de EU dan binnen Canada.

Minister Kaag: “CETA biedt buitenlandse investeerders bescherming tegen onrechtmatig overheidsoptreden. Dit is niet anders dan in het huidige Nederlands recht.” Nou, we hebben dat CETA maar eens eventjes gelezen. Ok, vooral het stukje dat voor ons van belang was. Dat was Hoofdstuk 19, over overheidsaanbestedingen. De Canadezen willen toegang tot onze overheidsaanbestedingen. Maar we hebben ook even meegenomen dat er een tribunaal moet komen, dat wordt al vrij algemeen gezegd, dus dat wist u misschien ook.

Hoofdstuk 19: CETA en Aanbestedingen

Voor Aanbestedingsnieuws is hoofdstuk 19 van het CETA-verdrag het interessantst, want dat gaat over overheidsaanbestedingen. In 19.4 zitten de algemene principes en ook hier is dat weer hoogst belachelijk, volgens Aanbestedingsnieuws. Want het meest leidende principe is ook hier weer non-discriminatie. Terwijl je troep uit het buitenland helemaal niet gelijk wil behandelen met goede waar uit een denkbeeldige lidstaat.

Lokale leveranciers mogen niet bevoordeeld worden, het moet allemaal transparant en onpartijdig. En je mag een aanbesteding niet wijzigen of cancellen om aan het verdrag te ontsnappen. De aanbesteding moet ook noticeable blijven, je mag m niet onleesbaar maken halverwege de procedure en er zitten inhoudelijke vormvereisten aan de aanbesteding: die moet bevatten:

a) a description of the goods or services procured;
(b) the name and address of the procuring entity;
(c) the name and address of the successful supplier;
(d) the value of the successful tender or the highest and lowest offers taken into account in the award of the contract;
(e) the date of award; and
(f) the type of procurement method used, and in cases where limited tendering was used in accordance with Article 19.12, a description of the circumstances justifying the use of limited tendering.

Volgt er dus wat uit voor gemeenten, nou wel degelijk, ook als Minister Kaag daar minnetjes over doet. Nederland schendt het verdrag als gemeente Lutjebroek niet invult wat de waarde van de succesvolle tender en de laagste biedingen zijn geweest, velden die normaal op TenderNed niet worden ingevuld.

Het zou me toch een mooie baan zijn voor een internationaal jurist met heel veel verstand van aanbesteding, om eens goed ervoor te gaan zitten en te vergelijken, wat er zoal hetzelfde en anders is tussen de CETA en onze Aanbestedingswet. Zijn er verschillen tussen onze Aanbestedingswet en de verplichtingen uit hoofde van de CETA? Welke risico’s zouden die met zich mee kunnen brengen?

Nota bene, onderhandelingen mogen, op basis van artikel 19.11. Zo zitten er wel meer dingen in, die prima facie dubbel lijken maar rechtstreeks tegen de Aanbestedingsrichtlijn in gaan. Waar we nog het meest van opkeken is de Commissie voor Aanbestedingen die mag worden opgericht in artikel 19.19. En daar moeten dan allemaal statistieken aan worden overhandigd.

Verder móeten er bij klachten consultaties met de klagende partij worden aangegaan. Heel wat anders dan tegen ze zeggen, ga maar na de rechter joh en dat die dan Grossmann roept. Omdat de lex fori van Canadese bedrijven natuurlijk gewoon Canada is. Binnen tien jaar moeten de betrokken staten bovendien wetgeving hebben opgenomen over schadevergoeding (remedies) in de precontractuele fase. Dus voor Nederland volgt daar ook nogal wat uit, we moeten ons arrest VSH-Shell ergens wettelijk gaan codificeren, binnen tien jaar na ratificatie.

Concreet voorbeeld: Veletoons

Wat een juridisch gelul allemaal, kan het niet wat simpeler. Nou de Bert en Ernie versie van ditzelfde artikel over het CETA verdrag en aanbesteden gaat als volgt: Het denkbeeldige Canadese bedrijf Blubbelly moet gelijk worden behandeld met de KPN en Nokia en zo.

Ergo dus kortom. Als de rijksambtenaren van de PIANOo echt toe zijn aan een nieuwe telefoon, waarop zij fatsoenlijk mailtjes kunnen ontvangen, omdat ze het nu nog steeds moeten doen met een Canadese Blubbelly 8, dan moet hun inkopende directoraat de inzending van een KPN met een Samsung Galaxy S10 en het kneuzige Blubbelly als gelijkwaardig beschouwen en dan raad je natuurlijk al wie er wint op laagste prijs.

En als de opdracht dan desondanks niet gegund wordt aan het aftandse, ontoereikende Blubelly dan mag deze leverancier ex. art. 19.17 die “consultaties” afdwingen. Voor de Nederlandse Grossmann-Grossmann-voorzieningenrechter? Nee nee. Dat is die lex fori. Canada is geen lid van de EU en zit niet te wachten op een partijdig EHvJ dus in tegenstelling tot gewone aanbestedingen moet dat moet voor het neutrale en objectieve CETA- Tribunaal (Panel of Experts 24.15) en als je er dan niet uitkomt via de Committee on Trade and Sustainable Development waarmee leveranciers een schadevergoeding kunnen eisen voor afgebroken onderhandelingen. En als je dan het niet eens bent met die uitslag kun je hoogstens nog in beroep bij het Internationale Gerechtshof in het Vredespaleis.

Voor 2040 hoef je dan geen nieuwe telefoon te verwachten. Zoiets duurt natuurlijk eeuwen. En in de tussentijd moeten al die arme, hardwerkende ambtenaren het dan maar af met hun denkbeeldige huidige toestel. Een Blubbelly 8 of zo. Dus ja wij begrijpen wel dat de Canadezen aandringen op het CETA-verdrag.

Nou wij bij Aanbestedingsnieuws zien al voor ons hoe al die EZ-ambtenaren badend in het angstzweet wakker worden bij deze ondraaglijke nachtmerrie. Gelukkig kunnen die onderhands een jaarabonnement op de digitale kennisbank Aanbestedingsnieuws afsluiten. Dat staat boordevol praktische tips hoe aan al deze narigheid te ontkomen.

Neem direct contact op met onze ledenadministratie voor meer informatie:

 

Zie ook :

https://ec.europa.eu/trade/policy/in-focus/ceta/ceta-chapter-by-chapter/

https://www.rijksoverheid.nl/regering/bewindspersonen/sigrid-kaag/documenten/kamerstukken/2019/10/31/beantwoording-vragen-over-het-bericht-dat-het-ceta-verdrag-lokaal-beleid-bedreigt

redactie Auteur

Geef een reactie