CDA stelt kamervragen over sideletters Keolis

Kamerleden Palland en Amhaouch van het CDA hebben kamervragen gesteld over de opgedoken side letters over de Keolis-aanbesteding. Die aanbesteding werd gegund aan vervoerder Keolis die het OV in Overijssel naar inmiddels blijkt, met bussen van BYD wil uitvoeren. De garanties die bedongen zijn tussen de vervoerder en de busleverancier, wijken af van de eisen die daar door de provincie aan zijn gesteld.

Dat is ook meteen een van de belangrijkste van de 15 kamervragen van het lijstje:
Hoe vaak is in de afgelopen jaren binnen Europa de aanschaf van (bus)vervoersmateriaal toegekend aan BYD en/of Ginaf? Was in alle gevallen sprake van een aanbestedingsprocedure? Zijn daarbij onrechtmatigheden geconstateerd?
Goed dat u dat vraagt, Aanbestedingsnieuws had dat al een beetje uitgezocht. In elk geval in Schiphol staan 35 van deze bussen. Ze rijden ook in Amersfoort en Almere voor busbedrijf Syntus.  Dan is er nog Arriva dat in Leiden en Maastricht elektrisch rijdt. We vonden nergens welk merk en zagen ook niet het typerende VDL plaatje op de bus maar in Schiermonnikoog rijdt Arriva zeker met BYD. Daarmee rijdt men overigens ook in Brussel, waar ook hardop gezegd werd dat de bus 33% goedkoper was dan de Nederlandse concurrent. Waar gaat die prijs dan in zitten? Leve de OV-fiets. Al is dat natuurlijk niets voor de toeristen met hun rolkoffers. In de regen. Missen we er nog een? Laat het svp weten in de reacties.

VDL bus
©VDL 2017

Bij het Amsterdamse GVB rijdt men ook met een elektrische bus maar doordat er allerlei busreclame overheen zit, hadden wij eerder nog niet kunnen achterhalen welk merk dat nu is.   Gelukkig vonden we nu een voorstelrondje-film waar we heel groot VDL zagen staan op de bus. Oef! Die bus heeft een automatische uitschuiftrede voor mensen in een rolstoel, led verlichting bij het instappen en uitstappen, ook in kleur en met op bestelling een parketvloertje. Deze bus is er gekomen, mede dank zij de Europese Commissie en de Vervoerregio. Misschien omdat ze daar nu ook met BYD rijden.

Zitten alle EU-rechters en Frans Timmermans daar wel eens in die bussen, want fietsen is in Brussel ook echt levensgevaarlijk. Vraag dus niet hoe het gelukt is, maar het kan. Net als in Brabant. Met een kristallen bol, een luisterend oor, een boos oog en een schietgebedje.

Het CDA wil ook nog weten of er sprake was van onnodig clusteren door een opdracht in de markt te zetten van €900 miljoen. Maar dat is vragen om moeilijkheden. Als je een elektrische bus wil, zal je altijd meer moeten betalen voor de investeringen in de R&D die nog gedaan moeten worden. Met aanbestedingen kun je dat niet anders doen dan door de opdrachtwaarde uit te breiden. Je kan wel vragen om een innovatie maar je kan niet betalen voor de innovatie, dan heb je de niet-innoverende concurrent “niet eerlijk” behandeld.

Dan vraagt het CDA nog naar de technische eisen. De crux met alle inkopen is in waar voor je geld krijgen en dat is inherent aan de Europese aanbesteding ingewikkeld tot onmogelijk. Je kan wel vragen naar technische eisen maar als je zelf niet technisch zo bekwaam bent als de ondernemer, weet die altijd beter hoe die de mazen in je uitvraag kan vinden. Een inkoper moet dan van tevoren de technische eisen zo specificeren dat alleen de juiste leverancier kans maakt, zónder dat de aanbesteding naar de leverancier wordt toegeschreven. Dat gaat nogal mis, omdat het ontbreekt aan retaliatie, als je (omdat je zonder onderhandelingen werkt) geen middel hebt om af te straffen dat de onjuiste kans maakt, voor alleen te zeggen dat het voldoet. Als je ze de kans gééft, dan kun je ook niet klagen dat ze die kans grijpen.

Hier een overzicht van de vragen.

Vraag 01:
Bent u bekend met het bericht ‘Vervoersbedrijf-keolis-frauduleuze-sideletters-chinese-bedrijvenaanbesteding’? 1)

Vraag 02:
Wat is uw reactie op deze berichtgeving?

Vraag 03:
Kunt u het bestaan van tenminste vier zogenaamde ‘side letters’ bevestigen, waarin geheime afspraken staan met Chinese busleveranciers BYD en Ginaf die niet in de officiële contracten van de aanbesteding zijn opgenomen? Was het ministerie van Economische Zaken en Klimaat vóór het weekend van 23-24 mei 2020 van het bestaan van deze afspraken op de hoogte?

Vraag 04:
Wat is de precieze inhoud van de afspraken in de ‘side letters’? Kunt u deze (desnoods vertrouwelijk) met de Kamer delen? Klopt het dat de betreffende bedrijven bij het niet nakomen van hun leveringsgaranties gevrijwaard zijn van rechtszaken en boetes? Indien u dit niet weet, bent u bereid dit na te gaan?

Vraag 05
Indien dit het geval is (side-letters inhoudende vrijwaring van leveringsgaranties), hoe beoordeelt u dan de uitkomst van de selectie van de busleverancier door Keolis nu zij zelf desgevraagd aangaven dat garanties op tijdige levering juist mede de doorslag hadden gegeven om te kiezen
voor BYD en andere partijen afvielen?

Vraag 06:
Plaatst de informatie die nu naar buiten komt de aanbesteding door streekvervoerder Keolis volgens u in een ander daglicht? Kan, anders dan uw conclusie luidde na eerdere Kamervragen, gesteld worden dat deze aanbesteding niet volgens de regels is verlopen? 2) Zo ja, wat zouden hiervan de gevolgen kunnen zijn? Kunt u de verschillende (juridische) scenario’s op een rij zetten?

Vraag 07:
Bent u bereid om, naast het juridische onderzoek dat de provincie Overijssel nu laat uitvoeren, op zeer korte termijn ook zelf onderzoek in te stellen naar hoe deze aanbesteding is gegaan, of sprake is van frauduleus handelen (en door wie) en of de gegunde aanbesteding geldig is dan wel moet worden overgedaan, opdat overheden en ook OV-vervoerders lessen kunnen trekken voor de toekomst?

Vraag 08:
Bieden de bestaande Europese richtlijnen en nationale wet- en regelgeving voldoende mogelijkheden om, indien blijkt dat inderdaad frauduleus en niet volgens de regels is gehandeld, bedrijven die zich van dergelijke frauduleuze praktijken bedienen uit te sluiten van vervolg-, her- en/of andere aanbestedingen en concessieverleningen?

vraag 09:
Bent u het ermee eens dat de onderhavige concessieverlening, die gezamenlijk is uitgezet door drie provincies, van een zeer forse omvang (ca. 900 miljoen) is, waarmee ook de belangen voor de (enkele) marktpartijen voor het binnenhalen van een dergelijke opdracht en concessieverlening en de afhankelijkheid ervan heel groot zijn? Hoe kijkt u aan tegen de omvang van dit soort mega opdrachten, mede in relatie tot de uitgangspunten in de aanbestedingsregelgeving om niet onnodig te clusteren en waar mogelijk percelen te hanteren?

vraag 10:
Welke mogelijkheden zijn er om nadere eisen te stellen door de concessieverlener aan de concessiehouder voor zijn (die van de concessiehouder) keuze voor het busmateriaal? Herinnert u zich dat u in de eerdere beantwoording heeft aangegeven dat het niet mogelijk is om in de technische specificaties naar een bepaalde herkomst te verwijzen? Deelt u de mening dat het wel mogelijk is om eisen te stellen aan de concessiehouder op welke wijze (met welke technische gronden, garanties, criteria – allen uiteraard non-discriminatoir) deze tot zijn -transparante- afweging zou moeten komen voor de keuze van een busleverancier?

Vraag 11:
Hoe kijkt u aan tegen het splitsen van de concessieverlening van het busvervoer en de aanschaf van het busmateriaal, dus dat de aanbesteding van het busmateriaal ook zelf door de opdrachtgever c.q. concessieverlener wordt uitgevoerd?

Vraag 12:
Wanneer kan de Kamer concrete voorstellen over uw inzet in Europa voor nieuwe toezichtsbevoegdheden als het gaat om bedrijven die mogelijk discriminatoire financiële steun ontvangen (en hier tegen op te treden indien dat het geval blijkt), tegemoet zien?

Vraag 13:
Hoe vaak is in de afgelopen jaren binnen Europa de aanschaf van (bus)vervoersmateriaal toegekend aan BYD en/of Ginaf? Was in alle gevallen sprake van een aanbestedingsprocedure? Zijn daarbij onrechtmatigheden geconstateerd?

Vraag 14:
Wanneer verwacht u dat het nieuwe aanbestedingsinstrument van de Europese Commissie (het ‘International Procurement Instrument’) en het Nederlandse voorstel voor een ‘level playing field instrument’ dat het gelijke speelveld moeten bevorderen, inzetbaar zullen zijn? Deelt u de mening dat hierbij haast geboden is, te meer daar de coronacrisis en de kwetsbare positie waarin sommige economieën zich momenteel bevinden voor bepaalde landen, en voor bedrijven uit die landen, strategische aanleiding kan zijn te proberen een groter aandeel te verwerven in Europa’s economie, wat onwenselijk is?

Vraag 15:
Deelt u de mening dat het belangrijk is dat we als EU een Europese industriepolitiek voeren, zodat Nederlandse en Europese bedrijven kansen pakken en we voorkomen dat landen als China onze markt gaan domineren?

redactie Auteur

Geef een reactie