Advies Landsadvocaat over Quasi inhouse Stichting IB: Statuten Aanpassen
Kan de VNG zich (nog steeds), op basis van de nieuwe conceptstatuten, beroepen op quasi-inbesteden als bedoeld in artikel 2.24b van de
Aanbestedingswet 2012. De vraag rijst omdat de statuten van de Stichting Inlichtingenbureau (in de stukken: Stichting IB), zijn veranderd. De landsadvocaat heeft er zijn licht over laten schijnen. De landsadvocaat vindt dat twijfelachtig op basis van de conceptstatuten (16-8-2024) die de landsadvocaat zijn voorgelegd. De IB voldoet volgens de landsadvocaat niet aan het toezichtscriterium.
In het navolgende vatten we samen waarom de landsadvocaat tot die conclusie komt en welke wijzigingen het dan adviseert.

Het IB is een stichting die in 2001 is opgericht door SZW en de VNG met als doel de uitwisseling van (persoons)gegevens tussen gemeenten en overheidsinstanties eenvoudiger te maken. Het IB is een rechtspersoon met een wettelijke taak (RWT) met betrekking tot het verwerken van persoonsgegevens voor werk en inkomen. Dit volgt uit de Wet SUWI en onderliggende regelgeving. Naast zijn wettelijke taak voert het IB ook taken uit in opdracht van de Staat, VNG en andere overheidsinstanties.
In een Kamermotie uit 2021 (Kamerstukken II, 2020-201, 26 448, nr. 660 (Motie Van Kent) zijn zorgen geuit over de democratische controle op het IB. Een belangrijke reden daarvoor is dat het IB als stichting niet onder directe verantwoordelijkheid van de minister opereert en niet onder het toepassingsbereik van de Wet open overheid (Woo) valt.
De Staat en de VNG hebben het IB opgericht. De werkzaamheden van het IB worden in hoofdzaak gefinancierd door de Staat (circa 75%) en de VNG (circa 22%).6 Voor zover het gaat om de uitvoering van andere werkzaamheden dan de wettelijke taken van het IB, verlenen (diverse ministeries binnen) de Staat en de VNG opdrachten aan het IB met een beroep op de quasi-inhouse uitzondering van artikel 2.24b
Aanbestedingswet.
Of een quasi inhouse aanbestedingsrechtelijk wordt geaccepteerd wordt ( door het Hof van Justitie van de EU) beoordeeld aan het toezichtscriterium (of de aanbestedende diensten toezicht houden op de stichting) en het merendeelcriterium (of het merendeel van de activiteiten van de Stichting een publieke taak is). Daarnaast mag er geen sprake zijn van privékapitaal in de Stichting, maar omdat het een Stichting is, is het houden van kapitaal al niet mogelijk.
Volgens de Landsadvocaat bestaat er wat betreft het toezichtscriterium “een zeker spanningsveld” tussen de wens om de ministeriële sturingsmogelijkheden en regie op het IB te vergroten en het – vanuit quasi-inhouse perspectief noodzakelijke – effectieve toezicht dat door de Staat gezamenlijk met de VNG moet worden uitgeoefend. Volgens de landsadvocaat is er een reeel risico dat de VNG niet voldoende effectief toezicht uitoefent op het IB en niet wordt voldaan aan de voorwaarde van een gezamenlijke doorslaggevende invloed op de strategische doelstellingen en belangrijke beslissingen van het IB. Hierdoor wordt het beroep dat men kan doen op de quasi inhouse uitzondering, kwetsbaar.
Voor wat betreft het merendeelcriterium verwacht de landsadvocaat geen noemenswaardige problemen als het takenpakket van de Stichting niet wijzigt.
Naar wij begrijpen voert het IB feitelijk slechts in zeer beperkte mate werkzaamheden
voor derden uit; er is momenteel sprake van een opdracht voor waterschappen die ziet
op circa 1% van de omzet van het IB. Om die reden gaan wij ervan uit dat het
merendeelcriterium geen nadere aandacht vergt in de conceptstatuten.
Om de concept statuten aan te passen, stelt de Landsadvocaat voor:
Overweeg de statutaire positie van de VNG meer in lijn te brengen met de positie van
de Staat. Het moet buiten twijfel zijn dat deelname van de VNG niet louter symbolisch
is.
Overweeg besluiten die zien op de strategische doelstellingen en belangrijke
beslissingen van het IB aan goedkeuring door de Staat (Minister) en de VNG te
onderwerpen, zoals:
o De vaststelling en wijziging van beleidsplannen;
o De vaststelling en wijziging van strategie en meerjarenplan;
o De vaststelling en wijziging van het jaarplan, waarin ten minste een
begroting en werkprogramma zijn opgenomen;
o Goedkeuring van besluiten van de directeur-bestuurder, voor zover het
betreft:
rechtshandelingen waarvan het belang of de waarde hoger is dan
[*] euro.
Zie verder:
Kamerstukken II 2025/26, nds 2025D49689
https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2025D49689&did=2025D496890
Justitie kamerbrief over onder meer aanbesteden landsadvocaat
Den Haag blijft zaken doen met Pels Rijcken zonder aanbesteding
